Mijn verhaal: Karen (42) kreeg langzaamaan geldproblemen

Mijn verhaal: Karen (42) kreeg langzaamaan geldproblemen

Arm zijn is zoveel meer dan weinig geld hebben. Het knaagt aan vriendschappen, je zelfbeeld… Karen, mama van drie kinderen, vertelt hoe het leven kan kantelen.

Rekeningen die zich opstapelen, en dan… een deurwaarder

“We hadden een eigen huis, een nieuwbouw, met alles erop en eraan: de keuken van mijn dromen, een eigen kamer voor de drie kinderen, en ieder z’n laptop. In de buurt woonden veel jonge gezinnen. Onze deuren stonden eigenlijk altijd open en we liepen vaak bij elkaar langs. Als ik nu soms door die straat loop, als ik ons huis zie, dan doet het nog altijd pijn: ik heb daar zo graag gewoond. Het is intussen zes jaar geleden, en soms voelt het alsof de Karen van toen iemand anders was. Iemand die zich geen zorgen hoefde te maken. Iemand die niet elke euro twintig keer moest omdraaien voor ze hem uitgaf. Ik had in die tijd al veel last van artrose, en na een tijd werden mijn rugklachten zo hevig dat het niet meer lukte om te werken. Ik moest lange tijd met ziekteverlof: uiteraard voel je dat in je budget, maar als koppel kun je zo’n periode nog wel overbruggen.

Ik leefde goed toen, maar alle geld van de wereld kan je niet gelukkig maken als het slecht gaat in je relatie. Zes jaar geleden stierf mijn vader, en enkele maanden later verloor mijn vriend zijn pa. Toen hij daarna begon te drinken, is het helemaal misgelopen. Mijn vriend maakte me voortdurend uit voor van alles en nog wat, en soms werd hij fysiek agressief. Op een dag ben ik op spoed beland, omdat hij met een bord op mijn hoofd had geslagen. Toen heb ik beslist om bij hem weg te gaan, zonder al te veel na te denken over de financiële consequenties. Omdat het huis naast het onze rond die periode te huur kwam, ben ik daar naartoe verhuisd.

Op de armoede-glijbaan

Achteraf gezien was dat huurhuis gewoon veel te duur. Ik leefde toen van een ziekte-uitkering van 1200 euro, het huurhuis kostte 800 euro en ik moest ook nog een deel van de lening – zo’n 400 euro – betalen zolang er niets geregeld was voor onze woning. Voor de twee oudste kinderen samen kreeg ik 150 euro alimentatie, voor de jongste – die in co-ouderschap bij mij woont – was er niets. Tja, dan spring je dus niet ver hé. Het was ook niet evident om die knop om te draaien, en de kinderen er voortdurend op te wijzen dat er geen geld was. Ik merkte wel dat ze zich schaamden. Ik had meubels gekocht in de kringloopwinkel: wat versleten zetels, een keuken en eetplaats. Zelf had ik daar niet zoveel last van, maar de kinderen brachten minder vaak vrienden mee naar huis. In die periode begonnen ook de rekeningen zich op te stapelen. Ik ben lang blijven denken: volgende maand wordt het beter, dan los ik het op. Maar op de duur deed ik de rekeningen zelfs niet meer open. Achteraf gezien was dat een stommiteit, maar ik legde ze allemaal bij elkaar, omdat ik wist dat ik ze toch niet kon betalen. Ik was door mijn langdurige afwezigheid ook ontslagen op mijn werk, waardoor ik een tijd zonder hospitalisatieverzekering zat: de torenhoge ziekenhuiskosten voor de behandeling van mijn artrose kwamen nog eens bovenop de stapel. En plots zat ik op die glijbaan en ging het pijlsnel naar beneden. 

In de hoop het tij nog te kunnen keren, ben ik binnen het jaar verhuisd naar een goedkoper appartement, voor 500 euro, waar we weliswaar maar twee slaapkamers hadden. De meisjes sliepen samen, mijn zoon kreeg de andere kamer, en zelf zette ik mijn bed in de living. Het was confronterend, want ik had niets van privacy meer, maar ik slaagde er ten minste in de huur en alle nieuwe rekeningen te betalen. Ik heb mijn ex-vriend toen ook duidelijk gemaakt dat ik de lening niet meer kon aflossen. Ons huis is daarna vrij snel verkocht, maar de zaak ligt in proces: daar heb ik nog altijd geen cent van gezien. Intussen bleven de oude rekeningen in de kast liggen. De aanmaningen kwamen, en uiteraard moest ik steeds hogere interesten betalen – wat ik niet kon. Op de duur was ik daar elk uur van de dag mee bezig. Hele nachten lag ik te piekeren, maar ik zag niet hoe we het ooit nog konden oplossen. We waren toen al op alle mogelijke dingen aan het besparen. Biefstuk kwam al lang niet meer op tafel, we deden in de Aldi de hoogst noodzakelijke boodschappen, en kleren kochten we niet. De kinderen kregen gelukkig af en toe iets van hun vader, zelf bleef ik lopen met wat ik had. Ik heb altijd kort haar gehad, maar ik liet het groeien, zodat ik niet meer zo vaak naar de kapper hoefde.

Twee jaar geleden stond de deurwaarder aan de deur. Eerst gaf hij me gewoon een aanmaning, met de waarschuwing dat ik een maand had om te betalen. Een maand later kwam hij de inboedel opschrijven – gelukkig op een moment dat de kinderen er niet waren. Toen hij buiten was, ben ik beginnen te wenen omdat ik besefte: als ik nu niets doe, staan we volgende maand op straat. Ik was doodsbang, en ik stond er helemaal alleen voor. Mijn mama wist dat ik het moeilijk had, ze had me al een paar keer uit de nood geholpen, maar zelfs zij had geen idee dat het zo erg was. Ook de kinderen wisten het niet. Ik moest het allemaal zelf incasseren.

130 euro per week

“Twintig keer wandelde ik tot aan het OCMW en terug. Ik was te beschaamd om binnen te gaan. Uiteindelijk deed ik het toch, met het hoofd naar beneden”

Wel twintig keer ben ik die week tot aan het OCMW gegaan en terug naar huis gekeerd. Ik ken zoveel mensen die daar in de buurt werken, en ik wilde gewoon niet dat iemand me daar zag. De 21ste keer ben ik dan toch binnengegaan, met het hoofd naar beneden. Ik was veertig, ik had mijn hele leven zo mijn best gedaan om iets op te bouwen, en ik had niets meer over. De confrontatie was bikkelhard. Bij het OCMW wilden ze me helpen, maar ik werd ook heel koud met de neus op de feiten gedrukt. Ze legden mijn rekeningen voor me op tafel en toen kwamen de vragen. Waarom heb je dit niet betaald, en waarom heb je dat dan nog gekocht? Ik had toen al 27.000 euro schulden: dat krijg je nooit meer in stukjes afbetaald, en dus ben ik in de schuldbemiddeling terechtgekomen. Toen is beslist dat ik 130 euro per week kreeg om van te leven. Dat is het budget voor ons alle vier, voor eten, drinken, kleren, poetsmiddelen, maandverband, kapper, verplaatsingen, alle extraatjes…

“Ik ga naar de winkel met een rekenmachine, maar het is al gebeurd dat ik toch niet genoeg geld had. Verschrikkelijk, als ze er dan een verantwoordelijke bij roepen”

Het is krap. Op dinsdag, wanneer het geld wordt gestort, koop ik wat we dringend nodig hebben, en op zondag en maandag is het soms zoeken in de kasten: wat heb ik nog liggen en wat kan ik daarmee maken? Of dan tel ik het kleingeld en reken ik uit of we nog een brood kunnen halen. Wassen stel ik soms een week uit, omdat er gewoon geen budget meer is om wasmiddel te kopen. Op het eind van de week ga ik hoe dan ook alleen nog met een rekenmachine naar de winkel, en het is al gebeurd dat ik toch niet genoeg geld had. Dat is verschrikkelijk, want dan moet je de kassierster vragen om dingen weer van je rekening te halen. In de Aldi moeten ze er dan ook nog eens een verantwoordelijke bij roepen. Die man bleef vriendelijk, maar ik was vuurrood van schaamte; je wil gewoon niet dat andere klanten je zo zien. Mensen hebben geen idee hoe zwaar het is. De gevechten om iets extra’s te kunnen kopen: die zijn slopend. Mijn dochter en ik hadden vorige winter nieuwe schoenen en een nieuwe jas nodig, maar dat krijg ik nooit bij elkaar gespaard met 130 euro per week. Dus heb ik het OCMW gesmeekt of ze wat geld konden storten van mijn rekening. Uiteindelijk hebben ze dat gedaan: 60 euro voor ons beiden. Ik heb mijn dochter het geld gegeven en heb zelf de winter doorgebracht op versleten schoenen.

Ze zeggen wel dat miserie je dichter bij elkaar brengt, maar dat is niet zo, integendeel. Het geeft spanningen. Ik schaam me ook tegenover mijn kinderen, dat het zo ver gekomen is. We wonen nu gelukkig weer in een huis, maar de kinderen moeten toch wel veel missen. Cadeautjes kan ik hen eigenlijk nooit meer kopen. Met Sinterklaas en de feestdagen schrijf ik een lief kaartje of een briefje, maar ik wou dat ik meer kon doen. Mijn oudste zoon werkt, en mijn dochter doet weekend- en vakantiejobs om haar kleren te betalen: zelfs onderbroekjes kan ik bij wijze van spreken niet voor haar kopen. De kleinste woont nu vaker bij haar papa, zodat ze hier minder mee geconfronteerd wordt, maar dan nog: het heeft een impact op ons allemaal. Lange tijd heb ik mijn jongste dochter met het openbaar vervoer opgehaald bij haar papa, maar toen was ik uren onderweg, met als gevolg dat we elkaar ook minder zagen. Intussen heeft mijn mama een autootje voor mij gekocht, zodat die verplaatsingen weer beter lukken. Maar de autoverzekering, het onderhoud, de benzine: dat is elke keer weer rekenen en tellen. Mijn kinderen en ik hebben het zo weinig mogelijk over die geldproblemen. Ik wil er hen niet mee belasten, want ik weet dat ze dat niet leuk vinden, al klop ik heel af en toe wel eens op tafel: ‘Jongens, niet zeuren, we moeten het doen met 130 euro.’

Sparen voor een dag aan zee

Twee keer per week krijgen we voedselpakketten via het OCMW, maar jammer genoeg zijn de producten soms over tijd, of krijg je telkens weer dezelfde dingen: dozen en dozen couscous, en eindeloze hoeveelheden tomaten in blik. Maar we kunnen toch niet elke dag couscous met tomaten eten? Soms spaar ik me overdag het eten uit de mond, en eet ik alleen ‘s avonds iets mee met de kinderen, zodat ik hen iets extra’s kan gunnen. Deze zomer zijn we bijvoorbeeld met een groepje naar zee geweest. Ik wist dat het duur zou zijn, dus heb ik tegen de kinderen gezegd: ‘Ga een weekje bij papa, dan spaar ik al geld uit voor eten.’ Ik heb toen overleefd op overschotten uit de kast, zodat we aan zee mee zouden kunnen minigolfen met de anderen. Hoe dan ook zet ik mezelf als moeder heel vaak opzij. Alles wat kan, is voor de kinderen en ooit zal ik dan wel weer eens aan de beurt zijn, zeker? Ik wil nu eerst dat zij zich gelukkig voelen en op een dag zal ik dan misschien nog weleens een jurkje kunnen kopen. Het klinkt oppervlakkig, maar over zo’n nieuw jurkje kan ik echt zitten fantaseren.

Mensen zeggen soms: er zijn veel leuke dingen die gratis zijn. Maar door mijn artrose kan ik onmogelijk lange wandelingen of fietstochten maken. En zodra je onder de mensen komt, ben je toch geld aan het uitgeven. Ik ben een heel sociaal type. In de periode dat het nog iets beter ging, werd ik overal uitgenodigd. Maar dan komt er een moment dat je moet weigeren, want je kunt niet langsgaan met lege handen, en wat koop je nog voor tien euro? Je begint uitvluchten te zoeken en na een tijd merk je dat ze je niet altijd meer meevragen. Armoede maakt je eenzamer. Deze zomer belden er vrienden: of ik niet met hun bende mee wilde naar de Gentse feesten? Het was al donderdag en ze zouden op zaterdag gaan: het zou me nooit lukken om meer dan tien euro opzij te zetten. Ik ben die avond rond een uur of negen huilend in mijn bed gekropen, maar die vrienden moeten gevoeld hebben dat er iets scheelde. Ze belden terug: ‘Kom eens af.’ Ik heb toen al mijn moed bijeengeraapt, en ik heb hen huilend alles verteld. ‘Kom’, zeiden ze, ‘je gaat met ons mee naar de Feesten en wij betalen.’ Ik ben hen zo dankbaar dat ik dat heb kunnen doen. Ik kon iets drinken, ik kon een hamburger eten aan een kraampje. Pure luxe was dat voor mij.

Taart met kaarsjes

“Ik heb nu een nieuwe vriend. het klikt goed, dus wilde ik hem vertellen over mijn situatie. Ik kreeg tranen in de ogen toen hij zei dat hij me nog altijd even graag zag…”

Soms krijg ik een uitnodiging, om naar een kerstmaal voor armen te gaan, maar dat heb ik nog nooit gedaan. Ik wil gewoon nog geen deel uitmaken van die gemeenschap. Dat zou te confronterend zijn. De armen: dat zijn die mensen waar je niet bij wil horen, hé. Ik wil ook niet dat anderen het aan me kunnen zien. Ik probeer mij nog altijd deftig te kleden, al zijn al mijn kleren intussen minstens vijf, zes jaar oud. Er zijn ook nog altijd niet veel mensen die weten dat ik in armoede leef: die vrienden, mijn moeder, mijn zus en mijn schoonzus. Ik heb intussen ook een vriend en met hem klikt het zo goed dat ik dacht: ik moet het hem vertellen, als ik die relatie een eerlijke kans wil geven. Omdat ik het niet in zijn gezicht gezegd kreeg, heb ik hem gemaild en ik was zo bang. Toen ik uiteindelijk op de send-knop had geduwd, bleef ik maar naar de computer staren, wachtend op een antwoord. En op het moment dat het er kwam, kreeg ik de tranen in de ogen. ‘Ik zal je nog even graag zien’, schreef hij. Dat was precies wat ik nodig had. Het gaf me moed, het gevoel dat ik er niet alleen voor sta, ook al hoeft hij me financieel niet te steunen: ik wil nog altijd mijn problemen zelf oplossen, met hulp van het OCMW.

Mijn familie betekent ontzettend veel voor mij: hun warmte is levensbelangrijk. We hebben gezocht naar een manier om de feesten te laten doorgaan, met mijn kinderen, mijn moeder, mijn zus, en de vriendin van mijn overleden broer. Kerstmis vieren we altijd bij mij oudste zus, en nieuwjaar is bij mij. Sinds mijn broer zelfmoord heeft gepleegd, nu tien jaar geleden, hebben we het altijd zo gedaan. En ik kook dan iets lekkers, maar de laatste jaren is het mama die het eten betaalt. Ik vind dat zo mooi van haar, want ze weet hoe belangrijk ik die feesten vind. Ook de verjaardagen proberen we samen te vieren. Hoe groot ze ook zijn, ik gun mijn kinderen hun taart met kaarsjes op. Vaak stopt mama me dan achteraf ook het geld toe voor de taart, want zelfs die kan ik eigenlijk niet betalen.

Het doet deugd te weten dat zij me steunen, door dik en dun, maar toch kunnen ze nooit de stress bij mij wegnemen. Die stress is er gewoon altijd, overal. Ik sta nooit meer rustig aan de kassa, ik ben altijd bang voor de rekeningen die komen. Soms denk ik: ik zou weleens een week willen ruilen met iemand, met mijn vriend bijvoorbeeld, want hoe meelevend mensen ook zijn, helemaal snappen ze het niet. Armoede is uitputtend, dat wordt echt onderschat. En ik zit dan nog aan de goeie kant van de armoede: ik heb een dak boven mijn hoofd, ik heb eten op mijn bord. De volgende stap is een stuk karton op straat. Daar stond ik op een gegeven moment niet eens zo ver van af. Naar de toekomst durf ik nauwelijks te kijken. Ik leef van dag tot dag, soms zelfs van uur tot uur. Ik ben nu twee jaar in schuldbemiddeling, en zo’n procedure loopt maximaal zeven jaar. Heb je dan nog schulden, dan worden ze kwijtgescholden. Nog vijf jaar te gaan, dus. Dat is een mooi vooruitzicht, maar als je er in zit, is vijf jaar ontzettend lang.

Niets is zeker

Het is beangstigend eigenlijk, hoe snel je leven kan kantelen, maar dat is op alle terreinen zo. Mijn vader is op één nacht gestorven. Je man kan thuiskomen en zeggen: ik pak mijn boeltje en ik ben weg. Ik leef allang niet meer op automatische piloot. Niets is zeker, ik ben heel wantrouwig geworden, ook tegenover geluk. Mensen noemen mij altijd een sterke madam, en ergens wil ik dat laten zien: natuurlijk ben ik sterk. Maar als ik hier alleen ben ’s avonds, is het iets helemaal anders. Dan zou ik in een hoekje kruipen, wenen, slapen en liefst niet meer wakker worden. Dan denk ik weleens aan mijn broer die uit het leven stapte, en snap ik dat het voor mensen soms genoeg is geweest. Gelukkig houden mijn kinderen mij altijd weer op de been. Zij zijn het, altijd weer, die me aan het leven binden.

Wat ik nu hoop, is dat ik toch weer kan gaan werken, zodat ik wat financiële reserve kan opbouwen. Vorige week ben ik op gesprek geweest voor een job als bediende bij een ministerie. Ik blijf hopen dat het lukt, ook al besef ik dat het niet evident is. Ik leef intussen 24 uur op 24 met pijn, zelfs een uur op een stoel zitten is nauwelijks uit te houden. Maar werken is de enige manier om onder de mensen te zijn, om niet de hele tijd te piekeren, en om mijn inkomen te verhogen. Het zou me wat meer rust geven, ook al weet ik dat ik nooit meer terug ga naar het zorgeloze, vanzelfsprekende leven van vroeger. Luxe heeft voor mij voorgoed een andere betekenis gekregen. Het heeft niets meer te maken met laptops, droomkeukens of verre reizen. Het is, heel gewoon, net zoals iedereen, op de Gentse feesten kunnen lopen en onbekommerd genieten van een hamburger.”

Hoe beland je op de armoede-glijbaan?

Mensen die plots in de armoede belanden zoals Karen, komt dat vaak voor? 

Frederic Vanhauwaert is algemeen coördinator bij het Netwerk tegen Armoede: “Toch wel. In onze verenigingen zien we de laatste jaren meer en meer mensen die in moeilijkheden geraken door omstandigheden zoals ziekte, scheiding… Dat vertaalt zich ook in de armoedecijfers. We zien dat 1 op 3 éénoudergezinnen moet rondkomen met een inkomen onder de Europese armoedegrens. Ook het aantal gezinnen dat een beroep moet doen op voedselbedeling neemt elk jaar toe. In 2015 waren dat 137.000 mensen, en hun aantal is al vele jaren verder aan het stijgen. Ook de kinderarmoede is de voorbije tien jaar in Vlaanderen verdubbeld, tot meer dan 12 %.”

Eens je op die ‘glijbaan’ naar de armoede zit, kan het blijkbaar heel snel gaan. Komt dat doordat we te gemakkelijk schulden kunnen maken? 

“Nee, dat is een misverstand. De meeste mensen maken geen schulden om van alles te kopen, maar voor levensnoodzakelijke zaken, zoals wonen, energie en gezondheid. Ik denk dat vooral de omstandigheden een rol spelen: als je plots je werk kwijtraakt, of na de scheiding een huis moet huren, dan is dat gewoon zwaar. We weten ook dat meer dan de helft van de huurders ruim een derde van zijn inkomen moet spenderen aan huur. Als je een huis koopt, zal een bank je nooit een lening geven die zo’n grote hap uit je budget neemt. Dat is een structureel probleem.”

Met andere woorden: als je een tegenslag hebt, en het financieel zwaar krijgt, dan heb je daar als individu lang niet altijd impact op. 

“De enige mensen die zich daarvoor kunnen behoeden zijn zij die wat spaargeld hebben, maar niet elk gezin kan dat opzijzetten. Bij de minste tegenslag groeien de problemen dan heel snel. Daar komt dan nog het taboe bij om hulp te zoeken: vaak komen mensen pas bij hulpverleners terecht als de problemen al diep zitten.”

Tekst: Kaat Schaubroeck – Beeld: Getty Images

Lees ook:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)