De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."
© Getty Images

Mijn verhaal: Karlijn wilde lang geen kinderen, uit angst net als haar eigen moeder te worden

Karlijn wilde lang absoluut geen kinderen krijgen, omdat ze vreesde net zo’n koele moeder te worden als die van haar. Toch heeft ze nu een dochter van anderhalf.

Karlijn (34): “Het stond voor mij al vast toen ik nog maar rond de twintig was: ik wilde geen kinderen. Ik voelde me totaal niet geroepen om moeder te worden. Niet iedereen is daar geschikt voor, wist ik uit ervaring: mijn eigen moeder was helaas geen toonbeeld geweest van een warme, zorgende moederkloek, en dat had zijn sporen bij me nagelaten.

“Toen ik op de lagere school gepest werd en soms in tranen thuiskwam, zei ze: ‘Welkom in de echte wereld’”

Oké, ze zal het niet gemakkelijk hebben gehad. Mijn vader kwam om bij een werkongeval toen ik drie was, waardoor mama er van de ene op de andere dag alleen voor stond. Maar dat verklaart niet waarom ze zo hard en kil was. Ik herinner me alleszins weinig troostende woorden en liefdevolle knuffels. Als ik als kleuter viel en mijn knie pijn deed, riep mama boos dat ze me nog zo gewaarschuwd had dat ik niet mocht rennen.

Huilen vond ze flauw, altijd en overal. Toen ik op de lagere school gepest werd en soms in tranen thuiskwam, zei ze: ‘Welkom in de echte wereld’. En toen ik als zestienjarige mijn eerste liefdesverdriet had, lachte ze schamper: ‘Toch niet voor die jongen! Waar is je zelfrespect?’

Op materieel vlak ben ik niets tekortgekomen, maar emotioneel stond ik grotendeels in de kou. Zodra ik op eigen benen kon staan, ben ik alleen gaan wonen. Mama en ik belden soms, en we zagen elkaar op verjaardagen en feestdagen, omdat het zo hoorde, maar dat was het.

In mijn relatie met Frank ben ik het onderwerp ‘kinderen’ heel lang uit de weg gegaan. Toen Frank op een dag vertelde dat hij later graag kinderen wilde, heb ik eerlijk gezegd dat ik mezelf onmogelijk als moeder kon zien. Op Franks vraag of dat te maken had met mijn eigen jeugd, heb ik ‘Waarschijnlijk wel’ geantwoord, zonder er dieper op in te gaan. Ik argumenteerde dat de meeste mensen zich alleen maar willen voortplanten uit egoïstische overwegingen. Om hun genen door te geven, of om hun verloren dromen op hun nageslacht te projecteren. Mijn cynisme werd mijn buffer.

“Ik vertelde over mijn angst dat ik niet zou deugen als moeder, omdat ik nooit gezien had hoe het moest. Wat als ik niet in staat zou zijn tot zorg en liefde voor een hulpeloos kind?”

Vriendinnen die verliefd tegen hun baby brabbelden, andere vriendinnen die huilden omdat ze maar niet zwanger raakten… ik stond erbij en ik keek ernaar. Tot het begon te knagen. Schuldgevoelens. Om mijn hardheid tegenover mijn vriendinnen, om mijn onverzettelijkheid tegenover Frank. Door zo verbeten níét op mijn moeder te willen lijken, werd ik steeds meer zoals zij.

Op een avond, tijdens weer een gesprek met Frank over wel of geen kinderen, ben ik beginnen huilen. Het was geleden van toen ik nog een kind was dat ik mijn tranen liet stromen in het bijzijn van iemand anders. Deze keer werd ik er niet voor gestraft of uitgelachen. Ik heb aan Frank verteld over mijn twijfels en mijn angst dat ik niet zou deugen als moeder, omdat ik nooit gezien had hoe het moest. Wat als ik, beschadigd als ik me voelde, niet in staat zou zijn tot zorg en liefde voor een hulpeloos kind? Frank wuifde mijn angst niet weg. Hij zei alleen maar: ‘We gaan dit toch samen doen?’.

Dat gesprek was een keerpunt voor mij. Een jaar later was ik zwanger. Ik was er klaar voor, dacht ik. Maar toen ik tijdens de eerste echo dat hartje razendsnel zag kloppen, kromp ik ineen. Het snoerde mijn keel dicht: er woonde een levend wezentje in mij, dat straks aan mij zou overgeleverd worden. De tranen zaten hoog, mijn hele zwangerschap lang. Films over kinderleed, nieuwsberichten over verwaarloosde of mishandelde kinderen: overal zag ik door welke ellende zo’n mensje belaagd kan worden. Dan wreef ik over mijn buik, en dacht: ik zal er alles aan doen om het voor jou mooi en veilig en warm te maken.

“Toen Clara drie dagen oud was, keek ze me aan en greep ze mijn vinger vast. Sindsdien weet ik: ik ben absoluut in staat om mijn kind te overladen met liefde, kusjes en knuffels”

Clara werd geboren met een keizersnede. Toen ze voor het eerst in haar wiegje tot bij mij werd gereden, voelde ik niets. Paniek. Ik keek hoe Frank als trotse papa onze dochter aan het bezoek showde, terwijl ik me vanbinnen leeg voelde. Maar op de derde dag gebeurde er iets, tijdens het voeden. Clara keek me ernstig aan, maakte een geluidje en greep mijn vinger vast. Ik heb sindsdien geen seconde meer getwijfeld: ik ben absoluut in staat om mijn kind te overladen met liefde, kusjes en knuffels. (lacht)

En mijn moeder? Ze is ook als oma erg koel en afstandelijk. Clara is nu anderhalf en superschattig, maar ik kan niet zeggen dat mijn moeder smelt voor haar kleindochter. Ik stuur foto’s en filmpjes door, en ik ga af en toe met Clara bij haar langs. Mama is dan vriendelijk, maar daarmee is alles gezegd. Waarom ik contact blijf houden? Mijn dochter heeft recht op haar oma, vind ik, ook al lijkt die in geen enkel opzicht op oma’s uit films of kinderboeken. Gelukkig is de mama van Frank wél een warme, betrokken oma. Dat maakt veel goed.

Sinds ik mama ben geworden, ben ik overigens veel minder bitter als ik terugdenk aan mijn jeugd. Soms denk ik zelfs: juist door een moeder zoals die van mij te hebben gehad, loop ik over van liefde voor Clara en besef ik het belang van een warm en veilig nest. Op een wrange manier heeft mijn moeder me dus toch iets geleerd, juist door mij dat níét te geven.”

Uit: Libelle 25/2021 

Meer openhartige verhalen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content