Mijn verhaal: Marleen (45) vocht tegen een alcoholverslaving

Mijn verhaal: Marleen (45) vocht tegen een alcoholverslaving

Dat alcohol ‘de duvel’ is, weet Marleen als geen ander. Met veel moeite slaagde zij erin om af te kicken. 

(Uit: Libelle 24/2017)

Marleen: “De band met mijn ouders is nooit heel goed geweest, ik was een niet gepland ‘nakomertje’, met een oudere broer en zus. Op school noemden ze me dik en dom, en ik vond geen aansluiting bij andere kinderen. Op mijn elfde ontwikkelde ik een eetstoornis, en op mijn dertiende begon ik te experimenteren met alcohol en drugs. Ik voelde me gewoon nergens veilig, en zodra ik de kans kreeg, ontsnapte ik uit huis, het uitgaansleven in. Ik deed alles wat God verboden heeft, en kwam dronken en stoned thuis. Met drank op durfde ik veel meer, opeens was ik zelfverzekerd en kreeg ik aandacht van jongens. Als ik dronk, was alles oké, dan voelde ik een soort innerlijke rust.

“Op mijn dertiende begonnen de problemen. Met drank op durfde ik meer, was ik zelfverzekerd en kreeg ik aandacht van jongens. Als ik dronk, was alles oké”

Op mijn achttiende ging ik het huis uit. Ik was net daarvoor van school gestuurd en had gebroken met een fout vriendje dat agressief en gokverslaafd was. Ik ontmoette een lieve jongen, inmiddels mijn ex-man, die me op handen droeg en met wie ik ging samenwonen. Ik had een job bij een callcenter, maar ging verder vooral veel naar dancefeesten. Iedere maandag begon ik de week met een kater en vaak kwam ik afspraken niet na. Toch zag ik niet in dat ik een probleem had; in mijn vriendengroep was dit de norm. Dus bleef ik maar doorgaan…

Een inktzwarte periode

Ik wilde altijd al graag kinderen, en op mijn tweeëntwintigste werd ik zwanger. Ik was dolgelukkig. Tijdens de zwangerschap dronk ik geen druppel, ik miste de alcohol niet. Maar na de geboorte van mijn zoon kreeg ik een postnatale depressie. Ik kon niet meer slapen, wilde en durfde niet voor mijn zoontje te zorgen, had waanideeën en was extreem angstig. Ik begreep er niets van, ik had dat baby’tje zó graag gewild. Uiteindelijk moest ik worden opgenomen in de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis.

Ik zat daar tussen mensen die volkomen de weg kwijt waren. Die tijd beschouw ik nog altijd als een van de donkerste periodes uit mijn leven. Ik kreeg daar kalmeringspillen, en ondertussen dronk ik stiekem, samen met andere patiënten. Na drie maanden werd ik ontslagen, ik was weer gezond genoeg om naar huis te gaan, vonden ze. Ik ging weer werken bij een callcenter en voor even genoot ik van het moederschap. Maar al gauw viel ik terug in mijn oude patroon; ik greep weer naar de fles. Als ik me slecht voelde, maar ook als ik anderen zag feesten en drinken. Dan maakte ik mezelf wijs dat ik ook gewoon voor de gezelligheid kon drinken. Maar in geen tijd dronk ik dan toch weer zoveel ik kon.

Een meester in manipuleren

Al snel leidde ik weer een dubbelleven: overdag was ik een werkende moeder, in het weekend ging ik uit. Ik stopte met eten, werd steeds magerder en woog nog maar 46 kilo. Voor mijn man was ik nog altijd zijn droomprinses. Hij dronk niet, ging nooit uit en was er voor onze zoon als ik weg was of een vreselijke kater had. Als hij zijn bezorgdheid uitte, verzekerde ik hem dat er niets aan de hand was. Mijn verslaving had van mij een meestermanipulator gemaakt; ik vertelde vaak net niet de hele waarheid en verdraaide de feiten. Ik was niet eerlijk over hoeveel ik dronk of waar ik was geweest. Ik loog over geld en ik loog tegen mijn zoon waarom ik er niet was of waarom ik – met alweer een kater – nog steeds in bed lag. Ik had altijd wel een ‘logische’ verklaring voor mijn gedrag. Als ik dronken tegen een geparkeerde auto aan was gereden en een deuk had veroorzaakt in onze auto, als ik van mijn fiets was gevallen en onder de blauwe plekken zat, als ik had overgegeven of een black-out had… mijn man deed altijd alsof er niets was gebeurd. Hij maakte er zelfs grapjes over of loog voor mij tegen anderen. Hij nam de rol van mijn redder op zich, waardoor ik gewoon mijn gang kon gaan. Soms probeerde hij me wel met mijn gedrag te confronteren, maar dat wist ik altijd om te buigen, of ik omzeilde het door ruzie over iets anders te maken.

Overal zaten flessen verstopt

“Soms haalde ik mijn dochtertje met een zware alcoholadem op in de crèche. Of lag ik mijn roes uit te slapen en vergat ik de kinderen van school te halen”

Toen ik zwanger werd van mijn tweede kindje, een dochter, krabbelde ik weer op, ik begon weer te eten en stopte met drinken. Maar ik was vaak ontevreden, voelde me waardeloos en vond mezelf een slechte moeder. Ook was ik jaloers op vrienden die nog uitgingen en feest vierden. Dus al snel na haar geboorte begon ik wéér stiekem te drinken, ik verstopte overal in huis flessen wijn, bier en wodka. Soms haalde ik mijn dochtertje met een zware alcoholadem op in de crèche. Maar als iemand er iets over vroeg, ontkende ik het glashard.

Een paar keer stopte ik met drinken, puur op wilskracht, ik bezocht meetings van de Anonieme Alcoholisten (AA), maar uiteindelijk ‘beloonde’ ik mezelf na een paar maanden nuchter te zijn geweest altijd weer met een drankje. En voor ik het wist, was ik weer voortdurend dronken. Er zijn momenten geweest dat ik mijn roes lag uit te slapen en de kinderen zelf naar huis kwamen uit school, terwijl ik ze eigenlijk had moeten ophalen. Maar nog steeds had ik niet het idee dat ik verslaafd was: alcoholisten, die lagen ergens onder een brug, toch?

Na achttien jaar, de kinderen waren inmiddels zeventien en twaalf, liep mijn huwelijk dan toch stuk. Mijn man en ik maakten veel ruzie over onze zoon, die intussen ook met een drugsverslaving kampte. Ik kreeg co-ouderschap over de kinderen. Als ik alleen was, dronk ik meer dan ooit. Ik betaalde mijn rekeningen niet meer en verscheen niet meer op mijn werk. Binnen een paar maanden was ik mijn werk en mijn huis kwijt. Wel had ik inmiddels een lieve, nieuwe vriend bij wie ik mocht intrekken. Maar hoewel ik heel gelukkig met hem was, ging ik ook bij hem verder met drinken om het verdriet van de scheiding en de verslavingsproblemen van mijn zoon te vergeten.

Afkicken in Schotland

Op een dag ging ik vanwege mijn zoon langs bij een organisatie die familieleden van drugsverslaafden helpt. Daar werd ik uiteindelijk zélf doorgestuurd naar een interventionist, iemand die ingrijpt in het leven van verslaafden. Hij regelde ter plekke dat ik dertig weken opgenomen zou worden in een van de beste behandelklinieken van Europa, Castle Craig in Schotland. Daar ging de bal aan het rollen.

Voor het eerst erkende ik dat ik verslaafd was, en leerde ik dat ik verantwoordelijkheid moest nemen voor mijn eigen leven. Als je vanaf jonge leeftijd al zwaar drinkt, blijf je emotioneel stilstaan. Ik heb door mijn verslaving nooit geleerd om op een normale manier met volwassen zaken om te gaan en gedroeg me al die jaren als een puber: ik was dwars, impulsief, onredelijk, en ben dat soms nog. Zeker in het begin van mijn herstel vlogen mijn emoties alle kanten op en wist ik niet wat ik voelde. Ik dronk om maar niet te hoeven voelen, tot ik een punt had bereikt waarop ik compleet emotieloos was geworden. Ik heb bijvoorbeeld heel lang niet kunnen huilen.

Zelfs één glaasje is funest

“Ik kan nooit meer drinken. Nooit meer. Zelfs niet één glaasje”

Toen ik terugkwam uit de kliniek heb ik nog twee keer een ‘terugval’ gehad. De eerste keer nam ik een wijntje en binnen de kortste keren leefde ik weer in de waanzin van het drankmisbruik. Ik dronk alles door elkaar, zoveel ik kon. Ik ging niet meer naar meetings van de AA en was weer obsessief met niet eten bezig. Ik heb me toen vier weken laten opnemen. De tweede keer ging het om een kleinere terugval: één wijntje tijdens een etentje. Gelukkig wist ik mezelf te herpakken en heb ik met mijn vertrouwenspersoon van de AA gebeld. Op dat moment besefte ik: ik kan nooit meer drinken, zelfs niet één glaasje.

Al een heel jaar clean

“Vroeger dronk ik al mijn emoties weg, nu moet ik ermee omgaan. Dat is soms moeilijk. Maar ik heb geluk dat ik nog leef en ben blij met elk stapje vooruit”

Inmiddels ben ik meer dan een jaar clean. Ik kan nog steeds verlangen naar het gevoel van rust dat ik kreeg door de alcohol. Ik ben heel dankbaar dat ik nog leef en gezond ben, maar op sommige dagen vind ik het echt moeilijk. Ik dronk altijd al mijn emoties en gevoelens weg, nu moet ik ermee omgaan, en dat is confronterend. Het moeilijkste vind ik om uit te vinden wie Marleen écht is, zonder de afleiding van de drank.

Nu ik niet meer drink, vind ik mezelf meer waard, en ik ben trots op de kleine stapjes die ik zet. Ik ben nu liever, vriendelijker en eerlijker voor en met mezelf, en daarmee ook met anderen. In de kliniek heb ik inzicht gekregen in de ziekte die verslaving is. Je kiest er zelf nooit voor om verslaafd te raken, maar je bent wél zelf verantwoordelijk voor je herstel. Vorig jaar heb ik een opleiding gevolgd tot recovery coach, om verslaafden te helpen in de moeilijke periode na de kliniek. Want dan komt het grote verlangen weer om de hoek kijken en begint herstel pas écht.

Ik ben nu gelukkig met mijn ‘saaie’ leventje, ik woon samen met mijn lieve vriend, heb twee geweldige kinderen op wie ik heel trots ben. Mijn zoon is ook clean en heeft werk, en ik heb zelf een leuke job bij een zorgverzekeraar. In mijn vrije tijd wandel ik met de hond, en ik heb een opvang aan huis voor kittens die op straat zijn gezet. Ik heb maar één verslaving meer: Netflix-series kijken onder een dekentje.”

Met alle vragen over alcohol en drugs kun je (anoniem) terecht bij de Druglijn op het nummer 078-15 10 20 of via mail, Skype en chat via www.druglijn.be.

Hoe raak je verslaafd?

Zoals ook blijkt uit het verhaal van Marleen spelen verschillende factoren een rol bij het ontwikkelen van een verslaving, weet Tom Evenepoel, coördinator van De DrugLijn. “Ten eerste is er natuurlijk de aard van het middel zelf. Niet alles is verslavend; alcohol is dat wél. Als je het regelmatig gebruikt, gaat je lichaam eraan wennen, en zul je steeds meer nodig hebben om hetzelfde effect te ervaren. Ten tweede spelen de persoonsgebonden eigenschappen mee. De ene kan bijvoorbeeld beter omgaan met tegenslagen dan de andere. En ten slotte speelt ook de context een grote rol. Denk aan situaties waarin iemand net zijn job heeft verloren, een overlijden moet verwerken… Al die zaken samen kunnen ervoor zorgen dat iemand een toevlucht zoekt tot drank of andere verdovende middelen, en een verslaving ontwikkelt.”

Spelen er ook erfelijke factoren mee?

Tom Evenepoel: “Deels wel. Uit diverse onderzoeken blijkt dat de aanleg voor een verslaving voor een stuk genetisch bepaald is. Daarnaast is die aanleg geen doorslaggevende factor. Het is dus niet omdat je moeder of vader een alcoholprobleem had of heeft, dat jij bent voorbestemd om het ook te krijgen. Je zult er hooguit gevoeliger voor zijn. Omgekeerd is het dus ook zo dat je nooit bent gevrijwaard van verslavingen, zelfs al komen ze in je hele familie níét voor.”

Dan is het een echt probleem

Niks mis met af en toe een glaasje om van te genieten – zolang het binnen de perken blijft. Maar waar ligt de grens? “Vanuit het VAD (het Vlaams expertisecentrum voor alcohol, illegale drugs, psychoactieve medicatie, gokken en gamen, red.) stellen we dat je best onder de tien glazen per week kunt blijven”, zegt Tom Evenepoel van de DrugLijn. “Niet dat je meteen een probleem hebt als je daarboven gaat. Maar door onder die tien te blijven, kun je op lange termijn wel veel problemen voorkomen, zoals hartziekten en leveraandoeningen.”

Wanneer wordt het tijd om er iets aan te doen?

Tom Evenepoel: “Daar zijn een aantal signalen voor. Heb je bijvoorbeeld elke dag een glaasje nodig om de stress van je werk kwijt te raken? Word je soms aangesproken op je drankgebruik? Heeft er zich onlangs een accidentje voorgedaan terwijl je onder invloed was? Heb je het gevoel dat je niet meer kunt stoppen met drinken als je eenmaal een glas op hebt? Denk je soms dat je je beter zou voelen als je even iets kon drinken? Het zijn allemaal knipperlichten die kunnen wijzen op een beginnend probleem. Herken je jezelf hierin, pas dan je drankgebruik aan, of praat erover met je huisarts.”

Probeer het bespreekbaar te maken

Het is niet altijd makkelijk om iemand aan te spreken op z’n drankgebruik. De kans is groot dat hij of zij alles gaat ontkennen en minimaliseren, of zelfs boos wordt, omdat hij het gevoel krijgt dat je hem de les spelt of veroordeelt. “En toch is het belangrijk om erover te praten”, zegt Tom Evenepoel van de DrugLijn. Hoe je het dan aanpakt? “Praat over de gevolgen van het drankgebruik, en niet over de drank op zich. Zeg dus niet: ‘Je drinkt te veel’, maar wel bijvoorbeeld: ‘Ik merk dat je de laatste tijd heel weinig aandacht hebt voor de kinderen. Hoe komt dat?’ Eventueel kun je daar het drankgebruik aan vasthaken. ‘Zou dat door de alcohol kunnen komen?’ Zo breng je zonder beschuldigingen een gesprek op gang.”

Tekst: Sara Luijters en Evelien Roels – Coverbeeld: Getty Images

Meer openhartige verhalen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)