Openhartig: deze koppels besloten keihard voor hun huwelijk te vechten

Openhartig: deze koppels besloten keihard voor hun huwelijk te vechten

Voor de buitenwereld leken hun relaties ijzersterk. Maar achter gesloten deuren stonden zowel Willem als Mirthe op het punt om te scheiden.

Willem zag zijn huwelijk bijna stranden na een affaire

“Na twee weken vol spannende dates, pakte ik impulsief mijn koffers en vertelde ik Els dat ik verliefd was op een ander”

Willem (45): “Nooit had ik gedacht dat ik mijn vrouw Els zou bedriegen, maar het gebeurde tot mijn schaamte toch. De oorzaak is een vreselijk cliché: ik zag de veertig naderen, stelde alles in vraag en voelde me rusteloos. Els en ik waren negen jaar getrouwd en hadden kleine kinderen. We waren niet ongelukkig, maar we waren wel vooral mama en papa in plaats van Els en Willem. Objectief gezien viel er echt weinig te klagen, maar de gewoonheid van de dagen verstikte me. Zo gingen we steevast op vakantie naar Spanje, in hetzelfde hotel, want daar kenden we de omgeving en dat was makkelijk. Ik sleepte me ook al een tijdje naar een job waar ik niks meer bijleerde. Ik wilde uitbreken, maar wist niet hoe eraan te beginnen. Els leek zich te settelen in de gezapigheid van ons bestaan en ik wilde haar niet nodeloos alarmeren, dus ik zweeg.

En toen verscheen er een nieuwe collega op het werk. Lynn pikte mij eruit en flirtte schaamteloos, alsof ze voelde dat ik niet goed in mijn vel zat. Door haar aandacht voelde ik me gegeerd, terug jong, iemand die vol in het leven stond, terug nieuwe dingen ontdekte. Het was onvermijdelijk dat we samen in bed belandden. Na twee weken vol spannende dates, vertelde ik al aan Els dat ik verliefd was op iemand anders. Ze stond perplex, maar kreeg geen kans om te reageren. Ik pakte impulsief mijn koffer en ging bij Lynn wonen.

Hoewel Els nood had aan een uitgebreidere verklaring voor mijn vertrek, drong het amper tot mij door hoe zij zich voelde. Ik vond haar vraag om te praten maar gezeur en leek geen schuldbesef te hebben. Het knetterde in mijn hoofd, ik zag enkel Lynn en voelde me alive and kicking. De tranen van de kinderen deden me wel pijn, maar samenblijven voor hen leek me geen goede keuze.”

De zolder als wachtkamer

Na een paar weken viel ik echter keihard van mijn roze wolk. Lynn was ziekelijk jaloers. Als ik de kinderen bij Els opzocht, ging ze volledig door het lint. Ze controleerde mijn gsm telkens ik mijn rug draaide en pushte mij ook dagelijks om een scheiding in gang te zetten omdat ze geen minnares wilde zijn. Eigenlijk hadden we buiten de goeie seks weinig raakpunten. Plots zag ik heel helder dat Lynn geen antwoord was op mijn levensvragen en besefte ik wat ik thuis opgegeven had. Met hangende pootjes klopte ik zes weken na mijn eerdere verhuis terug aan bij Els. Ze liet me binnen, op de zolderkamer weliswaar.

Ik besefte toen dat mijn affaire met Lynn geen afbreuk deed aan mijn liefde voor Els. Lynn was een poging geweest om de alledaagsheid te doorbreken. Ik zocht bevestiging dat ik nog meetelde, en die vond ik bij haar. Dat zag ik heel duidelijk, en naïef genoeg dacht ik dat het erkennen van mijn misstap voldoende zou zijn om de breuk met Els te lijmen. Maar zo simpel was het natuurlijk niet. Al mijn verontschuldigingen en goeie intenties ten spijt, kwam Els met de boodschap dat ze niet meer in onze relatie geloofde. Als ik zomaar ineens kon verdwijnen, wat was onze relatie dan waard? Moesten we dan niet beter écht uit elkaar gaan? Hoewel ik zelf recent op een scheiding had aangedrongen, sloeg ik in paniek, bang om Els echt te verliezen. Els was boos omdat ik haar – en ons als koppel – geen kans gegeven had om bij te sturen. Ik was blind in een avontuur gesprongen, zonder ooit mijn zorgen met haar te delen.

Maandenlang hebben we apart geslapen en gepraat zonder tot een conclusie te komen. Voor de kinderen waren mama en papa terug samen, maar Els bleef mentaal en fysiek afstandelijk. De zolder was mijn wachtruimte. Ik zette kleine stapjes richting eigen bed, maar de weg was hobbelig. In het begin stelde ik me nederig op om boete te doen voor mijn gedrag, maar dat begon na een paar maanden vermoeiend te worden. Els bleef onzeker over haar plaats in de relatie en vroeg vaak bevestiging. Ik deed mijn best om haar te overtuigen van mijn oprechte bedoelingen, maar het leek wel alsof ik elke keer terug naar af werd gestuurd.

Zo wakkerde een onaangekondigde late meeting op het werk de twijfel weer aan en moest ik alle moeite van de wereld doen om Els te overtuigen dat er niks aan de hand was. Soms stond Els me na het werk op te wachten als verrassing, wat eigenlijk controle was. Een half jaar na de misstap twijfelde ik zelf of de tweede kans waarop ik hoopte überhaupt mogelijk was door al deze paranoia. Mijn tijd op zolder werd maar verlengd en verlengd. We draaiden in kringetjes en de afstand tussen ons bleef.”

Een nieuwe wind

“Hoewel ik sceptisch stond tegenover relatietherapie, overtuigde een aflevering van ‘Blind Getrouwd’ mij grappig genoeg om het toch te proberen. Wij hadden ook nood aan een coach om weer dichter tot elkaar te komen, want het lukte ons duidelijk niet alleen. De sessies waren hard. Ik werd gedwongen om mijn diepste gevoelens op tafel te gooien. Elk detail van onze relatie en van mijn misstap werd uitgespit. Er vloeiden veel tranen. Els huilde omdat ze diep gekwetst was en ik omdat ik toen pas echt besefte wat ik veroorzaakt had. Mijn fantastische vrouw leek plots zo frêle en ik begreep niet wat mij in godsnaam naar Lynn gedreven had.

Gelukkig was er ook nog veel liefde. Stapje voor stapje bouwden we aan het vertrouwen en vonden we elkaar terug. Ik veranderde van job, omdat het voor Els te confronterend was dat ik elke dag bij Lynn zat. Zelf geloof ik terug voor tweehonderd procent in onze relatie. Ik heb mijn lesje geleerd en ben er zeker van dat ik niet meer zal vreemdgaan. Bij Els sijpelt de onzekerheid af en toe nog weleens door. Dan wil ze bijvoorbeeld plots haar zogenaamde flaporen laten opereren, want zo zou ze er nog mooier uitzien voor mij. Terwijl ze een prachtige vrouw is en ik dat dus helemaal niet nodig vind.

We zijn nu zes jaar verder en laten het verleden rusten. Het onderwerp Lynn is geklasseerd. Ik besef dankzij de therapie dat een kleine aanpassing vaak al voldoende kan zijn om je leven op een ander spoor te zetten. Maar je moet er dan wel over durven praten. Zo gaan we niet meer naar Spanje, maar verrassen we elkaar elk jaar met een reis naar een onbekende bestemming. Ik leerde ook dat ‘gewoonte’ een te negatief woord is. We spreken nu over ‘vertrouwdheid’, dat voelt beter. Eén keer per maand met ons tweetjes op pad gaan, houdt ons hernieuwde vlammetje brandend. En de kinderen zijn superblij dat mama en papa weer een goed team vormen.

Els en ik hebben gevochten voor ons huwelijk en zo een scheiding kunnen afwenden. Daar ben ik oprecht blij om. Ik ben nog elke dag dankbaar en opgelucht dat ze onze relatie een tweede kans wilde geven.”

Vruchtbaarheidsproblemen zetten Mirthes huwelijk serieus op de helling

“Na een tijd kon ik zelfs de aanblik van onze trouwfoto niet meer verdragen: wie wáren die twee mensen?”

Mirthe (39): “Ik was al een tijdje single toen ik Peter leerde kennen. Ik had de hoop op een nieuwe liefde in mijn leven al opgegeven, maar bij Peter voelde ik me vanaf dag één heel veilig. Ingewikkelde spelletjes of verleidingstactieken, daar hadden we allebei geen zin in. Gewoon: dit ben ik, take it or leave it. Het werd dat eerste. (lacht)

Na een paar fijne jaren samen begonnen we luidop van kindjes te dromen. Ik wist altijd al dat ik ooit mama wilde worden, en ook Peter koesterde een grote kinderwens. We besloten met de pil te stoppen en de natuur zijn gang te laten gaan. Maar na een jaar ‘oefenen’ tussen de lakens was er nog steeds niets gebeurd. Zelfs toen Peter en ik vaker begonnen te vrijen, bleef een zwangerschap uit. Omdat we ons stilaan zorgen begonnen te maken, gingen we langs bij de gynaecoloog. De resultaten van mijn onderzoeken kwamen gelukkig allemaal positief terug. Dus richtten de artsen zich op Peter, die zich wat onwennig voelde bij al die tests en onderzoeken. Maar op dat moment gingen we er allebei nog van uit dat alles goed zou komen.

Tot we de resultaten van de androloog (mannendokter, n.v.d.r.) terugkregen… Ik zal die dag nooit vergeten. Peter en ik gingen ’s avonds vaak samen in bad, om gezellig bij te babbelen en de dag te overlopen. Net tijdens ons relaxmomentje kregen we telefoon van het ziekenhuis. Een vrouwenstem deelde Peter koudweg mee dat hij volledig onvruchtbaar was, en dus nooit biologische kinderen zou kunnen krijgen. Onze eerste reactie was er een van ongeloof: onmogelijk! Er moest een fout gebeurd zijn bij de onderzoeken. Ondertussen zag ik Peter steeds bleker wegtrekken. Hij wilde zo graag papa worden. Dat die droom nu plots uiteenspatte, zette zijn wereld totaal op zijn kop. Bovendien raakte dat telefoontje hem recht in zijn mannelijke trots: hoe kon het dat alle mannen om hem heen wel die oerkracht bezaten om een kind te maken, en hij niet?”

De medische mallemolen

Peters onvruchtbaarheid zette ook, langzaam maar zeker, onze relatie op losse schroeven. Plots moesten we allebei leren leven met het idee dat we nooit kinderen van ons twee zouden hebben. Peter en ik waren dan wel een sterk koppel, maar ook twee totaal verschillende mensen, die elk heel anders met dat nieuws omgingen. Peter is eerder stil en teruggetrokken, hij praat niet snel over zijn gevoelens. Terwijl ik net heel sterk de behoefte voelde om mijn onmacht en mijn verdriet te delen. En dan restte ons ook de vraag hoe we met onze kinderwens zouden omgaan: loslaten? Een mannelijke donor? Adoptie? In een mum van tijd ging dat dilemma al onze gesprekken overheersen. Peter wilde resoluut voor een donor gaan, maar ik worstelde met het idee dat ons kindje dan van een andere man zou zijn. Peter begreep mijn twijfels niet, wat leidde tot veel discussies en zelfs wederzijdse verwijten. Het hielp niet dat ook de buitenwereld zich met ons probleem ging bemoeien. Peter had mij ondertussen ten huwelijk gevraagd, maar mijn vrienden probeerden me dat uit het hoofd te praten: ‘Denk toch na, Mirthe. Je bent nog jong genoeg om iemand te vinden die je wél kinderen kan schenken.’

Na veel wikken en wegen besloten Peter en ik om toch voor een spermadonor te gaan. Vanaf dan kwamen we in een ware rollercoaster terecht: ziekenhuisafspraken, ivf-pogingen, hormooninspuitingen… Onze kinderwens, die eens zo intiem en privé voelde, lag nu volledig in handen van een medisch team. Ik kreeg nog een rolletje toebedeeld in dat hele proces, maar Peter kon niet meer dan machteloos aan de zijlijn staan toekijken. Pas na veel mislukte pogingen, en een enkele miskraam, raakte ik eindelijk zwanger. Toen onze zoon Kobe gezond en wel ter wereld kwam, kon ons geluk niet op. Maar veel tijd om daarvan te genieten kregen we niet van de dokter… Die zette ons meteen weer met beide voeten op de grond: ‘Mevrouw, uw eitjes raken stilaan op. Als jullie nog een tweede kind willen, moeten jullie daar nu meteen mee beginnen.’ En dus begon die mallemolen van eindeloze ziekenhuisbezoeken, voorzichtige hoop en botte teleurstelling gewoon weer opnieuw.

Ook nu raakte ik uiteindelijk zwanger, van een prachtige dochter. Peter en ik dachten dat alles wel in de plooi zou vallen eens onze twee kindjes er waren. Maar daar hadden we ons grondig aan mispakt… Want toen we eindelijk die medische mallemolen vaarwel zeiden, ging onze boot pas echt aan het wankelen. Tot aan de geboorte van onze dochter werden we als koppel geleefd: als we niet aan het werk waren, holden we wel naar een of andere ziekenhuisafspraak. Tijd om bij de dingen stil te staan was er gewoonweg niet, omdat we ons op onze zwangerschapspogingen moesten focussen. Na de geboorte van Lotte was die tijd er plots weer wel. En kwamen die onverwerkte gevoelens van frustratie, machteloosheid en verdriet om onze bijgestelde kinderwens plots weer keihard opzetten. Dat leidde bij ons allebei tot veel onderhuidse spanning, waardoor de sfeer in huis totaal onder nul zakte. Een te kortaf antwoord, een rondslingerende sok… Het minste was dan genoeg om te beginnen ruziën, en de dingen die we elkaar écht verweten naar elkaars hoofd te gooien: dat ik mijn verdriet over het donorverhaal niet met hem kon delen, bijvoorbeeld, omdat hij zo stil was. Of dat ik me eigenlijk gepusht had gevoeld om meteen na Kobe weer voor een tweede kindje te gaan. Het werd zelfs zo erg dat ik de aanblik van onze trouwfoto in de living niet meer kon verdragen: wie wáren die twee mensen? Ik had het gevoel dat Peter en ik allebei zo hard veranderd waren. Pasten we eigenlijk nog wel samen?”

Op zoek naar elkaar

Op een bepaald moment was onze relatie zo slecht dat Peter en ik op het punt stonden om te scheiden. Door ons voortdurend geruzie konden we ook geen goede ouders meer voor Kobe en Lotte zijn. We wilden absoluut niet dat zij de dupe van onze slechte relatie werden… Dus misschien was het wel gewoon beter als we uit elkaar zouden gaan? Als laatste reddingsboei hebben we uiteindelijk toch besloten om langs te gaan bij een psychiater. Die zal ons vast weer samen kunnen brengen, dacht ik. Maar die man legde de keuze in onze handen: wij moesten zelf als koppel beslissen of we, na die uitputtende rollercoaster om kinderen te krijgen, nog samen verder wilden. Want als de liefde op was, was het ook voor onze kinderen beter om te scheiden.

Ik was woedend, wist niet wat ik hoorde. Tot ik begreep dat hij gelijk had: wilde ik eigenlijk nog vechten voor mijn huwelijk, of was het op? Peter en ik hebben toen besloten om samen aan tafel te gaan zitten, en om elkaar alles te vertellen wat op onze lever lag. Eeuwen geleden leek het wel, dat we nog zo open met elkaar gepraat hadden. Pas nu liet Peter zijn emoties de vrije loop, en vertelde hij over de machteloosheid die hij had gevoeld, de frustraties ook omdat hij zichzelf zo nutteloos voelde. Ik zag hoeveel moeite het hem kostte om dat eindelijk toe te geven, ook voor zichzelf. Maar ook dat hij op een punt was gekomen dat hij alles er wel móést uitgooien. We kwamen tot de conclusie dat we allebei nog steeds met die vruchtbaarheidskwestie worstelden, maar ook: dat we nog altijd veel van elkaar hielden. Nog diezelfde avond hebben we besloten om ons huwelijk een tweede kans te geven. Maar dan moesten we elkaar wel opnieuw leren kennen, én meer tijd voor elkaar inplannen. Tijd om samen te wandelen, te lachen of gewoon, samen aan tafel te zitten.

Die instelling proberen we ook nu, twee jaar later, vast te houden. Maar het blijft keihard werken. In de dagelijkse rush van werk, kinderen en een huishouden hebben we vaak weinig tijd om te praten met elkaar, waardoor oude frustraties zich snel weer kunnen opstapelen. Daarom nemen we nu vaak bewust de tijd om samen aan tafel te zitten en alles uit te spreken wat op onze lever ligt. In het begin voelde dat wat geforceerd aan, maar we merken dat we er anders gewoon niet toe komen om echt met elkaar te praten. Onze relatiecrisis zal nooit helemaal tot het verleden horen. Al was het maar omdat we onze kinderen ooit moeten uitleggen dat papa niet hun biologische vader is. Ik kijk ook niet meer zo onbekommerd vooruit als vroeger. Voorlopig zijn Peter en ik een getrouwd koppel, ja, maar of dat altijd zo zal zijn? Ook op het vlak van seks en intimiteit hebben we nog een lange weg af te leggen, want ook dat deel van onze relatie was ondertussen volledig ondergesneeuwd geraakt.

Toch denk ik dat Peter en ik ook iets waardevols uit die hele episode hebben meegenomen. Onze relatiecrisis heeft ons, noodgedwongen, een inkijk in de diepste, lelijkste hoeken van elkaars ziel gegeven. We weten nu tenminste perfect wat we aan elkaar hebben.

Uit: Libelle 42/19 – Tekst: Tessa Van Herck en Margot Kennis – Beeld: Getty Images

Meer openhartige verhalen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)