© Ann De Wulf

Anny Goeminne, mama van radiomaker Sven Ornelis: “Ons eten was altijd vers. Op de erwtjes uit een bokaal na”

Door Annelies Dyck

Sven Ornelis leerde alles over koken via zijn mama Anny. Voor haar 75ste verjaardag brengen ze nu samen een kookboek uit. Het werd een hommage aan de oeroude Vlaamse klassiekers, mét een twist van creatieve Sven.

Sven Ornelis (50) en mama Anny Goeminne (75)

  • Mama Anny werd geboren in 1948, zoon Sven in 1973 en zoon Arn in 1975.
  • Anny is intussen al 52 jaar getrouwd met André. Samen wonen ze in Knesselare.
  • Sven Ornelis is bekend radiomaker, dj en hobbykok. Hij startte zijn carrière al jong als Ketnetwrapper en op Radio 2. Sinds 2016 kun je hem horen in de ochtendshow op JOE, samen met Anke Buckinx.
  • Sven is een bedreven hobbykok en wandelaar. Als ‘Would Be Chef’ bracht hij al enkele kookboeken uit, vorig jaar verscheen zijn boek ‘Waarom wandelen’. Alle info vind je op svenornelis.be

Als je kind in het oog van de storm belandt, dan sluit een moederhart de familiale rangen. Sven Ornelis wil het niet meer hebben over zijn jeugd op het internaat van het Sint-Barbaracollege in Gent, en ook mama Anny zal er met geen woord over reppen. Voor wie de zaak zou gemist hebben: nadat Svens goeie vriend en klasgenoot Vincent Van Quickenborne enkele weken geleden getuigde over misbruik door een pater op het internaat waar ook Sven zat, deelde Sven tijdens zijn ochtendshow op JOE ook zijn ervaringen.

Het was een van de moeilijkste momenten in dertig jaar radio maken, en nadien zou hij duizenden reacties en getuigenissen krijgen op zijn Instagrampagina. Mama Anny wist van niets en schrok enorm, maar omdat Sven niet in detail wil treden, zal het tijdens ons interview daar niet over gaan.

Het maakt de ontvangst ten huize Ornelis er niet minder hartelijk om. We spreken af bij Sven thuis in Lochristi. Samen met zijn partner woont hij er in een prachtig verbouwde en stijlvol ingerichte villa uit 1903. Mama Anny en papa André arriveren met zes dozen verse soep voor in de diepvries – het enige wat Sven niet graag zelf klaarmaakt.

Na het interview zullen ze op restaurant gaan om te vieren dat ‘Mijn mama’s kookboek’ zonet naar de drukker ging. Mama Anny is zichtbaar ontroerd als ze door de drukproef bladert. Het zijn haar recepten – oeroude klassiekers die de tand des tijds hebben doorstaan – die centraal staan. Van tomaat-garnaal en fricandon met rodekool tot de rundertong met madeirasaus en kroketten die met Nieuwjaar geserveerd werden.

Naast elk gerecht van zijn moeder bereidt Sven de eigentijdse variant: ‘Sweetest Queen’ tomaten en aardbeien uit Hoogstraten, mozzarella en een sorbet van basilicum, oosterse lamskebab met rode-koolsalade, ciabatta met gerookte ossen-tong, kruidenkaas en mosterd met zongedroogde tomaten en gegrilde paprika. Op bladzijde 26 prijkt een foto van de vrouw bij wie alles begon en aan wie dit boek een eerbetoon is: Anny’s moeder ‘mémé’.

Anny: “Mijn vader was keuterboer en werkte bij als bode. Wij hadden thuis een paard, zes koeien, varkentjes en schapen. Mémé kon zéér goed kon koken, en altijd met verse groenten uit onze moestuin. Al haar recepten bewaarde ze in een kookschriftje. Ik heb het na haar dood niet teruggevonden, maar gelukkig had ik de meeste recepten al zelf opgeschreven in mijn schriftje.

Bij ons op den hof was iedereen altijd welkom om te spelen. Mémé bakte dan pannenkoeken voor alle kinderen die er rondliepen. Weet je nog, Sven, dat jij bij mémé beschuitjes mocht smeren en er een gezichtje van mocht maken? Jij legde er dan radijzen op. Ik denk dat hij daar de liefde voor lekker eten al meegekregen heeft.”

Sven vertelt in zijn kookboek hoe hij de kneepjes van het kookvak leerde dankzij jouw kookkunsten en liefde voor eerlijke producten. Stond er bij jullie thuis altijd soep of een stoofpotje op het vuur?

Elke middag maakte ik soep en vers warm eten, en een vieruurtje tegen dat ze thuiskwamen. Mijn man André was leraar in het eerste leerjaar, hij bracht de kinderen mee tijdens de middag. Lekker eten was héél belangrijk. We hadden het zeker niet breed, en we leerden de kinderen om bescheiden te zijn.

Een chique auto of een T-shirt van Lacoste voor de kinderen? Sorry, daar deden we niet aan mee, we hadden er de centen niet voor. Maar ons eten was altijd vers. Op de erwtjes uit een bokaal na.” (lacht)

Een chique auto of een T-shirt van Lacoste voor de kinderen? Sorry, daar deden we niet aan mee

Was jij huisvrouw, Anny?

“Ik mocht niet verder studeren, daar was geen geld voor. Ik ben op mijn zestiende met school gestopt en beginnen te werken bij een verzekeringsmaatschappij, tot ik zwanger werd van Sven. Eigenlijk zou hij een miskraam geweest zijn. Het was 6 december en ik kreeg te horen dat het vruchtje in mijn buik gestorven was.

Ik zal die dag nooit vergeten… We kwamen toe in het ziekenhuis voor een curettage om het vruchtje weg te halen en daar zei de gynaecoloog: ‘Ik voel nog leven, mevrouw.’ Ik heb platgelegen tot half mei, mocht niks doen van huishoudelijk werk. In juni is meneer gekomen, gelukkig een beetje te vroeg. Raar hé, hoe het leven loopt? Zonder de alertheid van die dokter zou Sven er niet geweest zijn.

Nadat Sven geboren is, en nadien Arn, ben ik thuisgebleven. Pas toen de kinderen in het middelbaar op internaat gingen, kwam er weer wat tijd vrij. André was inmiddels directeur van de school en had veel avondvergaderingen. Ik was 38 jaar en heb toen beslist om te doen wat ik als meisje nooit had mogen doen: gaan studeren. Ik heb een fulltime zorgopleiding van drie jaar gevolgd.”

Toen ik 38 was, heb ik beslist om te doen wat ik als meisje nooit hadden mogen doen: gaan studeren

Op je 38ste terug naar de schoolbanken?

“Ja, tussen al die jonge mensen. Daarna heb ik veertien jaar nachtdienst gedaan in een rusthuis, ik zorgde van negen uur ’s avonds tot zeven uur ’s ochtends voor 65 bejaarden. Er waren nachten dat ik de benen van onder mijn lijf liep. Ik deed de verzorging, zette hun medicatie klaar, sorteerde de was… Zwaar werk, maar ik haalde er veel voldoening uit.

Met sommigen had ik een heel nauwe band. Ik hoopte altijd dat ze niet zouden sterven tijdens mijn nachtdienst, dat zou te pijnlijk zijn. En ik zou hen niet de volle aandacht kunnen gegeven hebben. Maar kijk… sommigen van hen zijn toch in mijn armen gestorven.”

© Ann De Wulf

Jullie zijn gelovig. Hoe zag jullie katholieke leven er in Svens jonge jaren uit?

“Wij gingen elke zondag naar de mis. André had een opleiding gevolgd tot pastoraalwerker – een soort assistent van de pastoor, zeg maar. We deden veel binnen de parochie. En Sven was misdienaar. Hij deed van jongs af aan al dingen in de media. Zijn eerste boek schreef hij toen hij zeventien was – dagboekfragmenten en gedichten. Op zijn achttiende is hij begonnen voor Radio 2, hij maakte reportages over Wallonië. Hij is toen godsdienstwetenschappen gaan studeren aan de universiteit, met het idee van: als het in de media niks wordt, kan ik altijd godsdienst gaan geven.

Vroeger gingen we na de mis aperitieven met de vriendinnen. Naar de kerk gaan doen we niet meer, maar de aperitieftraditie hebben we behouden

Vroeger gingen we na de mis aperitieven met de vriendinnen. Naar de kerk gaan doen we niet meer, maar de aperitieftraditie hebben we behouden. Vandaag zijn de kerken leeg en zijn er amper nog priesters, tja. Maar we hebben daar geen frustraties aan overgehouden. Het evangelie van Jezus Christus is voor ons nog steeds een waardevolle leidraad.”

Wat bedoel je daarmee?

Leven in de geest van het evangelie betekent onder andere elkaar graag zien en mensen helpen. Ik ga elke donderdag helpen bij mensen met een beperking. In de voormiddag gaan we met de rolstoel rijden, in de namiddag doen we een activiteit. De jongste is 41, de oudste 84. Ik ben zelfs een week mee op kamp geweest.

Hiervoor deed ik vrijwilligerswerk bij daklozen, vluchtelingen en drugsverslaafden. Ik herinner me dat een van die jonge vluchtelingen stond te koken. ‘Dat ruikt zo lekker,’ zei ik, ‘waar heb je dat geleerd?’ ‘Van mijn mama,’ antwoordde hij, ‘maar ik weet niet waar ze is en of ze nog leeft.’ Dan ben je nog zó groot, hé… Die middag stond er een potje eten klaar, met een briefje: ‘Voor Anny’.

Mochten ze mij m’n vrijwilligerswerk afnemen, het zou een straf zijn

Toen ik hem de volgende dag wilde bedanken, was hij al weg – overgebracht naar ergens anders. Dat doet pijn, maar anderzijds geeft dit werk mij ook veel kracht. Mochten ze mij m’n vrijwilligerswerk afnemen, het zou een straf zijn.”

De wereld zou er mooier uitzien met meer Anny’s.

“O, maar er zijn honderdduizenden vrijwilligers in Vlaanderen, hé. Je moet het niet onderschatten, veel organisaties staan of vallen met die mensen. André is na zijn pensioen als onderwijsconsultant begonnen, ook als vrijwilliger. Jaarlijks zamelt hij geld in om een school te bouwen. Hij heeft al verschillende projecten gedaan in Afrika en nu begeleidt hij een school in India. Omdat ik zelf niet kon verder studeren, gaat mijn deel van de opbrengst van het boek naar een steunfonds dat meisjes in India die kans wel geeft.

Jullie brengen nu samen een kookboek uit. Svens vorige boek ‘Waarom wandelen’ was een enorme hit. Hij bezingt daarin zijn liefde voor wandelen – elke dag stapt hij anderhalf à twee uur. Zijn jullie ook fanatieke wandelaars?

“Zeker. André was vroeger atleet, maar zestien jaar geleden is hij gestopt met lopen omwille van zijn knieën. Sindsdien wandelen we meermaals per week, vaak dezelfde route. Ik zeg wandelen, maar eigenlijk is het stappen aan een flink tempo.

Één keer per week maakt André alleen een grotere toer en ga ik stappen met een vriendin. Nadien spreken we dan af in de brasserie in het bos. Wandelen, een aperitiefje drinken en we zijn gelukkig. ‘Nu ben ik op vakantie’, denk ik dan altijd. Het is er zalig zitten.”

Voor mij zit een vrouw met veel talent voor geluk, hé.

“Wij allemaal denk ik. We maken er gewoon het beste van. Zolang je geen grote tegenslagen kent in het leven – ziekte, een ongeval of sterfgevallen – heb je zelf veel in de hand. André vertrekt eind deze week weer naar India voor twee weken. ‘Hij is altijd weg’, zou ik kunnen zagen. Maar je kunt het ook anders bekijken. ‘Ik ben in die periode op mijn gemak’. En dat vind ik ook al eens leuk. Mijn vriendin en ik gaan dan samen op restaurant. André heeft al gereserveerd voor ons. En we weten al wat we gaan eten.”

Zolang je geen grote tegenslagen kent in het leven, heb je veel van je geluk zelf in de hand

(Sven op de achtergrond): “Heb je al gekozen, mama?”

Anny: “Ja, appeltjes.”

Sven: “Appeltjes? Durf je nu niet te zeggen dat je appeltjes met foie gras bedoelt, omdat het Libelle is?” (lacht)

Je man André staat graag in the picture, net als Sven. Is het nieuw voor jou om op de cover van een boek te staan?

“O ja, ik sta niet graag op een podium. Er zijn veel foto’s van in de tijd dat André directeur was, maar altijd zonder mij. Bij elk schoolfeest vond je mij achterin de keuken, de afwas aan het doen. Zelfs over dit interview heb ik getwijfeld.”

Ik las dat het de allereerste keer in je leven was dat je make-up droeg, voor de covershoot.

“Ja. Ik smeer niks, zelfs geen dagcrème.”

Maar Anny, dát moet je wel doen!

“Waarom is dat nodig? Ik heb één keer mijn haar laten kleuren, het is nog nooit zo lelijk geweest. ‘Doe maar normaal’, zeg ik altijd.”

Tot slot: jij en André zijn 52 jaar samen. Wat is jullie geheim?

“Veel vrij…”

Vrijen?!

“Nee, vrijheid geven, wilde ik zeggen! (lacht) André is zoals Sven: altijd veel werken, veel projecten, veel weg. Hij zegt altijd: ‘Anny heeft me vleugels gegeven.’ En goed eten, hé. De liefde van de man gaat nog altijd door de maag.”

Mijn Mama’s Kookboek, door Sven Ornelis. Uitg. Silenro, € 30. Exclusief te koop via silenro.be

Meer lezen:

Volg ons op Facebook, Instagram, Pinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."