Column Marcel: Over de roze wolk die helemaal niet zo roze bleek

Column Marcel: Over de roze wolk die helemaal niet zo roze bleek

Ik las laatst een artikel van een dame die vertelde dat ze was gevallen. Gewoon, zomaar, van de fiets. Ze had haar dochter net naar school gebracht, dus die zat gelukkig niet achterop, maar desondanks kletterde ze toch maar mooi tegen het asfalt. De schade viel enigszins mee, dus ze deed wat wij allemaal doen als we en plein public struikelen, vallen of anderszins iets belachelijks doen: doen alsof je neus bloedt. Je gaat rustig verder, veegt alleen nog even het stof en het grind van je pasgekochte jas – waar bij thuiskomst en nadere inspectie wel degelijk een enorm gat in blijkt te zitten. Net als in je elleboog, en er komt nog bloed uit ook.

Carlijn, mijn bikkel, barstte in tranen uit. Om alles en om niks. Het waren de hormonen, die rotzakken

De dame deed hetzelfde. Tot zover geen nieuws. Alleen: ze viel dezelfde dag nog eens. Ik lieg niet, dit is een waargebeurd verhaal. Gewoon twee keer vallen op één dag. De eerste keer mét, de tweede keer zonder fiets. Gelukkig kwam een toevallige omstander haar omhoog helpen, en hij bood haar ook nog een zakdoek aan om in te snuiten. Daarna klopte hij haar bemoedigend op de schouder. En toen gebeurde het: ze moest huilen. Heel hard, met van die uithalen en snot. Wat bleek: ze was zeven maanden zwanger. En dan gebeurde dat, dat zomaar heel hard huilen. Want, zei ze, normaal zou ze echt niet lopen janken om een valpartijtje meer of minder. Het waren de hormonen. De rotzakken.

Ik werd door dat artikel ineens teruggekatapulteerd naar een maand of tien, elf geleden, toen de kleine Sammie nog in Carlijns buik zat. Ik zeilde terug naar die laatste loodjes, naar de spanning die we voelden, de angst voor wat er zou gaan komen. Ik dacht terug aan Carlijn, aan hoe ze amper meer kon lopen. Het was een soort waggelen geworden.
We zochten destijds allebei licht wanhopig naar die roze wolk waar sommige mensen het over hadden, maar we vonden hem niet. Ik niet, Carlijn al helemaal niet. Die vroeg zich
alleen maar af wanneer ze weer normaal zou kunnen lopen en hoe het straks zou zijn, die bevalling. Ze wilde ervan af. Het was mooi geweest. Klaar.

En toen brak ze haar teen. Zo’n tien dagen voor de bevalling. Ze stootte haar grote teen tegen een openstaande deur en barstte in tranen uit. Niet vanwege de pijn, nee, ze was een bikkel, en die bevalling zou vast nog veel erger worden. Ze huilde vanwege de hormonen. Vanwege wat die met haar deden. Vanwege het feit dat er een levend wezen in haar lichaam zat dat er binnen afzienbare tijd via een redelijk minuscule opening uit moest. Dat ze daar al negen maanden mee rond liep. Dat ze haar lichaam kwijt was. Vanwege die roze wolk die helemaal niet zo roze bleek. En vanwege het feit dat ze nooit mocht klagen, tegen niemand, want ze was zwanger en dat was een zegen en een wonder en er waren mensen die geen kinderen konden krijgen, dus alsjeblieft, Carlijn: niet zeuren. En natuurlijk was dat zo.We mochten niet zeuren. Ik al helemaal niet. Want kijk nu eens, hier is Sammie. En ze is al bijna tien maanden oud en ze is lief en mooi en je zou al die pijn en moeite bijna vergeten.

Tot je er weer aan terug denkt. En je steeds beter begrijpt waarom je vrouw toen huilde om dingen die haar normaal nooit aan het huilen hadden gemaakt. Omdat het spannend en zwaar en emotioneel is. En omdat hormonen waardeloze dingen zijn. En omdat je man je niet begrijpt. Ik snapte ineens waarom mensen kiezen voor een tweede kind. Ja, een broertje of zusje, hartstikke leuk, zeker, een feest der liefde, dat ook. Maar daar gaat het niet om. Je snapt eindelijk hoe het moet, hoe het gaat en wat je voelt. Je kunt er eindelijk van genieten. Die roze wolk, eindelijk, daar is ie!

MARCEL LANGEDIJK IS…43 jaar / freelance journalist en schrijver / samen met Carlijn
/ sinds 2016 papa van dochter Sammie

Las je deze nieuwe artikels al?

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)