Slim met geld: 32 termen kort en bondig uitgelegd

Slim met geld: 32 termen kort en bondig uitgelegd

Eerlijk, wij weten ook amper wat een TAK 21 of hypothecaire inschrijving precies betekent. Daarom vroegen we Libelle-expert Johan om alle belangrijke banktermen even op een rij te zetten.

Hoe het zit met onze financiële kennis? Niet goed, zo blijkt uit een onderzoek dat de krant De Standaard samen met Rabobank in 2016 hield. De gemiddelde score was bedroevend: 2,68 op 10.

Daarom…bankieren voor beginners!

Aandeel

Een aandeel is een beleggingsproduct dat je mede-eigenaar maakt van een bepaald bedrijf. Het rendement hangt af van de koers van het aandeel, mogelijk gecombineerd met een jaarlijkse dividenduitkering (zie verder). De koers van een aandeel kan dalen, en een bedrijf kan failliet gaan, dus je neemt sowieso een risico.

Aflossing

Het maandelijkse bedrag dat je aan de bank terugbetaalt voor je lening, bestaande uit de kapitaalaflossing en de intrest.

Beleggen

Door de hoge inflatie in België (2,65%) ‘verdampt’ de waarde van je geld momenteel als je het op een spaarboekje zet. Je krijgt immers minder dan 1% intrest en verliest dus een stuk koopkracht. Wil je dat vermijden, dan heb je bijna geen andere keuze dan te beleggen in andere producten, zoals aandelen, fondsen of obligaties die een hogere opbrengst mogelijk maken. ‘Beleggen is het nieuwe sparen’, zeggen veel economen en beurskenners. En eigenlijk klopt dat ook: alleen zo kun je zeker zijn dat je je koopkracht behoudt. Alleen moet je wel opletten met risico’s en vooral heel veel diversifiëren, dus niet al je geld in hetzelfde product stoppen. Bovendien moet je spreiden in de tijd: dat wil zeggen elke maand een bepaald bedrag beleggen, in plaats van één keer per jaar een groot bedrag. Zo vermijd je dat je op het moment koopt dat de beurskoersen het hoogst staan.

Compromis

De aankoopbelofte op papier die beide partijen ertoe verbindt de aankoop van een woning te laten doorgaan binnen maximaal 4 maanden na datum. Zorg dat er zeker een opschortende voorwaarde in staat zodat je, als je geen hypothecair krediet in de wacht kunt slepen, zonder boeteclausule kunt afzien van de koop.

Dividendaandelen

Wie een aandeel koopt, hoopt dat hij het kan verkopen als het wat meer waard is. Dat heet de meerwaarde. Maar er zijn aandelen die je daarenboven elk jaar een dividend opleveren. Dat is een deel van de winst dat een bedrijf maakt, en dat uitgekeerd wordt aan de aandeelhouders. Deze dividendaandelen zorgen voor terugkerende inkomsten. Let wel: op een dividend betaal je 30% roerende voorheffing (‘belasting’) aan de fiscus.

Effectenrekening

De rekening bij je bank waarop jouw aandelen, obligaties en andere beleggingsproducten worden geregistreerd en bewaard.

Fonds

Wie niet wil beleggen in individuele aandelen omdat hij dat te risicovol vindt, kan samen met andere beleggers investeren in een beleggingsfonds dat verschillende aandelen of obligaties bevat, en dat dus het risico spreidt. Dat kan zowel een obligatiefonds, een aandelenfonds als een gemengd fonds zijn (dij die laatste investeer je zowel in een mandje obligaties als in aandelen). Je kunt investeren in een landenfonds, een themafonds of een fonds dat de BEL20-beursindex in Brussel volgt. Fondsen worden verkocht en beheerd door financiële instellingen en die rekenen uiteraard ook kosten aan. Instapkosten variëren tussen 0 en 2,5%. Beheerskosten tussen 1 en 2%. Bij een distributiefonds waarbij je jaarlijks een coupon (zie obligaties) krijgt, betaal je ook 30% roerende voorheffing.

FSMA

De Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten. Deze overheidsdienst fungeert als een soort scheidsrechter in de bankwereld en kijkt na of beleggingsproducten die banken aanbieden aan alle wettelijke voorschriften voldoen. Zo waarschuwt ze beleggers ook voor vennootschappen die geen vergunning hebben om beleggingsdiensten te verstrekken. Ze is ook verantwoordelijk voor de financiële infowebsite www.wikifin.be/nl

Goede huisvader-aandeel

Werd vroeger gebruikt voor die aandelen waarbij je bijna ‘blindelings’ in kon beleggen, omdat ze uitgegeven werden door een betrouwbaar bedrijf waarbij er weinig risico’s bestonden. Ook de coöperatieve aandelen van Arco kregen deze naam toebedeeld. Na de bankencrisis, waarbij onder meer de aandeelhouders van het toenmalige Fortis veel geld verloren, bleek dat dergelijke aandelen eigenlijk niet bestaan.

Holding

Een holding is een beursgenoteerde portefeuillemaatschappij die investeert in verschillende bedrijven. Voorbeelden op de Brusselse beurs zijn onder meer Ackermans & Van Haaren, GIMV of GBL. Koop je een aandeel in een holding, dan beleg je dus eigenlijk in verschillende bedrijven en op die manier spreid je het risico. Dat maakt het een goeie manier om je eerste stapjes in de beleggingswereld te zetten. Er zijn ook monoholdings die slechts in één aandeel beleggen, zoals KBC Ancora, de holding boven KBC.

Hypothecair krediet

Een hypothecair krediet, kort gezegd de lening die je aangaat bij je bank om een woning te kopen, wordt altijd opgesteld via een notariële akte met een onroerend goed (= meestal diezelfde woning) als onderpand. Hiervoor betaal je de aktekosten en het ereloon van de notaris, plus een dossierkost bij je financiële instelling.

Hypothecaire inschrijving

De inschrijving van een bepaald schuldbedrag op je woning, op naam van je bank, in het register van hypotheken. Deze inschrijving geeft je als koper recht op een belastingvoordeel. Maar je betaalt voor de hypothecaire inschrijving wel aktekosten, registratiekosten en ereloon van de hypotheekbewaarder. Vanaf 1 januari 2017 wordt een forfaitaire kostprijs van 220 euro voor de hypothecaire formaliteiten aangerekend.

Hypothecair mandaat of hypothecaire volmacht

Je kunt ook een deel van je krediet ‘in mandaat’ geven. Dat betekent dat je bij de aankoop geen hypothecaire inschrijving neemt op het hypotheekkantoor. Interessant voor jou als koper, want de aktekosten, de registratiekosten en het ereloon van de hypotheekbewaarder zijn lager dan bij een hypothecaire inschrijving. Het nadeel is wel dat je je kapitaal en intrestbetalingen aan de bank bij een hypothecair mandaat niet fiscaal kunt aftrekken. Dat kan alleen maar bij een hypothecaire inschrijving.

Inflatie

Het inflatiecijfer is een percentage dat weergeeft hoeveel de consumptieprijzen de voorbije 12 maanden gestegen zijn. Tussen januari 2017 en 2016 was er in België een inflatie van 2,65%. Dat wil zeggen dat je met hetzelfde geldbedrag minder kunt kopen dan een jaar daarvoor. Deze ‘geldontwaarding’ tast ook de opbrengst van je spaarboekje aan.

Jaarlijks kostenpercentage

Of: JKP. Bedrag dat weergeeft hoeveel je jaarlijks aan kosten betaalt voor een lening of krediet. Het JKP bevat zowel de reële rentevoet, maar ook alle kosten zoals dossier- en beheerskosten. Het JKP laat toe het aanbod van verschillende instellingen met elkaar te vergelijken.

Kasbon

Een manier van sparen waarbij je voor een bepaalde periode geld uitleent aan een bank of financiële instelling, en daarvoor jaarlijks rente ontvangt. Lijkt op een termijnrekening.

Koers

De prijs waartegen effecten, dus aandelen en obligaties, op de beurs verhandeld worden. Hoe hoger de vraag naar een bepaald aandeel, hoe hoger de koers. Hoe meer beleggers een aandeel willen verkopen, hoe meer de koers daalt.

Limietorder

Wie een aandeel of obligatie wil kopen op de beurs, kan dat doen tegen dagkoers of met een limietorder. Tegen dagkoers koopt je beursmakelaar het aandeel of de obligatie tegen gelijk welke prijs. Geef je een limietorder door – een maximumkoers die je wil betalen – dan wordt je order niet uitgevoerd aan een prijs boven die koers.

Makelaarsloon

Heel belangrijk bij beleggen zijn de kosten die je financiële instelling of beursmakelaar aanrekent voor de uitvoering van je orders. Het loont om de tarieven tussen de verschillende banken elk jaar goed met elkaar te vergelijken. Niet alleen voor beleggingen, maar ook voor de kosten die je worden aangerekend voor je spaarboekje, je termijnrekening, je effectenrekening en je beleggingsfondsen. Zeker in deze tijden van lage rente geldt elk procent dat je verliest door kosten. Kosten vergelijken kan onder meer via www.spaargids.be

Nettodividend

Als aandeelhouder keert een bedrijf als alles goed gaat je elk jaar een brutodividend uit. Trek daar 30% roerende voorheffing (‘belasting’) af, en je krijgt het nettodividend.

Obligatie

Bij een bedrijfsobligatie leen je een bepaald bedrag uit aan een Belgisch of buitenlands bedrijf, en krijg je daar in ruil jaarlijkse rente voor (= een coupon). Bij een overheidsobligatie leen je geld uit aan de Belgische of een buitenlandse staat. Het rendement van een obligatie ligt hoger dan dat van een spaarboekje, het brengt dus meer op dan je geld te laten staan op je spaarrekening. Bedrijfsobligaties zijn wel risicovoller dan overheidsobligaties omdat een bedrijf failliet kan gaan. Op een obligatiecoupon betaal je 30% roerende voorheffing aan de fiscus.

Pensioensparen

De eerste pijler van je pensioen is het wettelijk pensioen, waarvoor je bijdragen stort. De tweede pijler is het aanvullend pensioen waarvoor je werkgever een bijdrage stort. Maar je kunt ook zelf volledig privé sparen voor een extra pensioen: dat is de derde pijler. Deze vorm van sparen voor je pensioen is fiscaal voordelig, want je krijgt er een belastingvoordeel van 30 tot 40% voor. Pensioensparen doe je via formules zoals een levensverzekering of langetermijnsparen. Die worden aangeboden door de meeste financiële instellingen en verzekeringsmaatschappijen.

Quotiteit

De procentuele verhouding tussen het geleende bedrag en de waarde van je aangekochte huis (min de aankoopkosten). Als je een huis van 400.000 koopt en je ontleent daarvoor 300.000, dan is de quotiteit 75%. Hoe hoger de quotiteit, dus hoe minder je zelf betaalt, hoe minder gunstig de rentevoet die je van je bank krijgt. Als de quotiteit hoger ligt dan 100%, zullen zelfs weinig banken je project willen financieren.

Rating

Ratingbureaus of kredietbeoordelaars zoals Moody’s of Fitch geven met een cijfer de kredietwaardigheid van een overheid of van een bedrijf weer. Zo kun je inschatten hoe risicovol je belegging, dus het uitlenen van je geld, wel is. De hoogste kredietwaardigheid is AAA (triple A), de laagste kredietwaardigheid is CCC.

Schuldsaldoverzekering

Een levensverzekering op naam van de kopers(s) van een huis die overeenstemt met een deel van of met het volledige kredietbedrag. Overlijden de kopers vóór het krediet afgelost is, dan betaalt deze verzekering een bedrag zodat het krediet volledig of gedeeltelijk afbetaald wordt. Dit om te voorkomen dat de erfgenamen en de bank met een grote openstaande schuld achterblijven.

Tak 21

Een tak 21 is een levensverzekering die een alternatief is voor een spaarrekening. Je belegt je geld met kapitaalsgarantie; je kunt je ingelegde kapitaal dus niet verliezen. Jaarlijks krijg je rente. Die bestaat uit een gegarandeerde rente en een variabele uitkering in de vorm van een winstdeelname, afhankelijk van de evolutie van de beurzen. Op tak 21-producten betaal je wel behoorlijk wat taks. Voor elke premie die je stort, houdt de staat 2% levensverzekeringtaks in. Daarnaast betaal je ook 30% roerende voorheffing (‘belasting’) op je rendement. Daar kun je aan ontsnappen door pas je kapitaal weer op te vragen nadat het contract 8 jaar loopt.

Tak 23

Het grote verschil met een tak 21 is dat er hier geen gegarandeerd rendement is. De opbrengst is helemaal afhankelijk van de onderliggende beleggingen zoals aandelen- en obligatiefondsen. De winstdeelname ligt wel vaak een pak hoger dan bij tak 21. Je betaalt ook 2% levensverzekeringtaks aan de staat, maar geen roerende voorheffing. Je hebt ook geen kapitaalsgarantie, je kunt een stuk van je inleg dus kwijtspelen.

Tracker

Exchange Traded Fund (ETF) of tracker. Vergelijkbaar met een beleggingsfonds met verschillende aandelen of obligaties, maar dan beursgenoteerd. Een tracker volgt de evolutie van een onderliggende beursindex, zoals de BEL20, en kopieert automatisch de samenstelling van die onderliggende index. Daardoor zijn aan een tracker veel minder kosten verbonden dan aan een gewoon beleggingsfonds waarbij een beheerder het fonds elke dag actief stuurt. Je kunt je tracker ook elke dag verkopen op de beurs. Met een tracker kun je beleggen in bepaalde landen, of in activa zoals grondstoffen, banken of de IT-sector.

Vastgoedvennootschap (Gereglementeerde)

Of: GVV. Een beursgenoteerde collectieve investeringsvennootschap die enkel investeert in een grote portefeuille vastgoed. Zo heb je bijvoorbeeld Aedifica dat gespecialiseerd is in rusthuisvastgoed, en WDP in logistieke opslagplaatsen. Een GVV is een interessante manier voor jou om te beleggen in vastgoed. Je kunt bijvoorbeeld 5.000 euro beleggen in een rusthuis, en krijgt dan een jaarlijks dividenduitkering.

Wederbeleggingsvergoeding

De schadevergoeding die je betaalt aan je bank als je een hypothecaire lening vervroegd terugbetaalt. Die komt overeen met 3 maanden intrest op het vervroegd terugbetaalde bedrag.

Yield

Het cijfer dat weergeeft hoeveel een belegging jaarlijks opbrengt aan renteinkomsten ten opzichte van je inleg. Een yield van 3% op je belegging betekent dus een opbrengst van 3% (uit rente of dividend).

Zelf

De tijd is voorbij dat je een mooi appeltje voor de dorst kon verwerven door gewoon het geld op je spaarboekje bij de bank te laten staan. Wie wat wil verdienen aan zijn spaargeld, moet er zelf voor werken en de juiste beleggingsbeslissingen nemen. Je goed informeren is daarbij de eerste stap. Meer info vind je op de website www.wikifin.be Een prima boek om te beginnen beleggen in deze renteloze tijden is ‘De Beursbijbel’ van Gert Bakelants en Pascal Paepen.

Tekst: Johan Lambrechts

Lees ook:

 

 

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)