Mijn verhaal: Wim heeft spijt dat hij in zijn jeugd met het nazisme dweepte

Mijn verhaal: Wim heeft spijt dat hij in zijn jeugd met het nazisme dweepte

 

Wim (46): “Mijn ouders waren gewone, volkse mensen die erg begaan waren met anderen. Ze waren ook, net zoals hun beste vrienden, flaminganten. In ons rijtjeshuis hing aan iedere muur een Vlaamse leeuw, en mijn vader engageerde zich volop voor de Vlaamse beweging. Als kind was hij lid geweest van het Algemeen Vlaamsch Nationaal Jeugdverbond, een fascistische jeugdbeweging die later de rekruteringsmachine zou worden voor het oostfront. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog – hij was toen 18 – sloot mijn vader zich aan bij de SS, om aan de kant van de Duitsers mee te vechten. Na de oorlog is hij ter dood veroordeeld wegens collaboratie, maar na enkele jaren in de gevangenis kreeg hij gratie.

Als kind was ik ontzettend fier op mijn papa’s verleden als oostfronter. Ik keek vol ontzag naar hem. Hij deed ook geen enkele moeite om zijn verleden weg te steken, integendeel. Op oudercontacten van de school speldde hij een berkenkruis op zijn kostuum, het symbool van de oostfronters. Hij liep er maar al te graag mee te koop. Toch is het niet door mijn vader dat ik geradicaliseerd ben, wél door de jeugdbeweging. Als kleine jongen werd ik door mijn ouders naar het VNJ gestuurd, het Vlaams Nationaal Jeugdverbond, zoals de meeste van hun Vlaamsgezinde vrienden deden. Daar kwam ik terecht in een zeer rechts milieu.

Op het eerste gezicht waren we een perfect normale jeugdbeweging. We speelden spelletjes, leerden kaartlezen en bouwden kampvuren. Aan de wintertochten die we maakten, koester ik nog altijd de mooiste herinneringen. Maar het VNJ had ook een donker randje. Naast ‘Schipper mag ik overvaren’ speelden we ook ‘betogertje’, waarbij we Vlaams-nationalistische leuzes moesten roepen. Als we door de straten liepen, moesten we marcheren. We droegen Duitse uniformstukken die onze leiders voor ons kochten en zongen liedjes van de Hitlerjugend. Officieel was dat verboden, maar het werd gedoogd. Mijn ouders stelden zich geen vragen bij onze activiteiten. Ik denk dat ze het gevaar er gewoon niet van inzagen.

Als tiener wist ik niet beter, dus deed ik maar mee. Op mijn veertiende was ik een grotere extremist dan mijn pa. Ik wist niet eens wat een jood was, maar maakte wel grappen over gaskamers, en scandeerde slogans die duidelijk maakten dat mensen van vreemde afkomst niet welkom waren in ‘ons’ Vlaanderen. Tot geweld ben ik zelf nooit gekomen. Ik herinner me wél hoe twee papa’s van VNJ-leden op een dag een bakkerij in Gent binnenstapten en een kilo gist in de wc kapten, waardoor die een tijdlang moest sluiten. De enige reden waarom de bakker dit soort pesterijen moest ondergaan, was omdat hij joods was. Op dat moment besefte ik nog niet genoeg hoe fout dat was. Ik geloofde alles wat ons werd verteld, omdat ik nooit iets anders gehoord had. De twijfel begon pas te groeien op mijn zeventiende, toen we tijdens de godsdienstles op school een documentaire te zien kregen over de Holocaust.

Het was de eerste keer in mijn leven dat ik met de wreedheid van de nazi’s geconfronteerd werd. Ik zag hoe SS’ers, zoals mijn pa, als straf opgehangen werden. Die beelden zijn weken blijven nazinderen. Toen ik mijn vader erover aansprak, ontkende hij de Holocaust niet, maar zei hij dat hij er niets van wist toen hij zich aansloot bij de SS. Toen geloofde ik hem, nu twijfel ik daar sterk aan.

 

“In die documentaire over de Holocaust zag ik voor het eerst hoe wreed de nazi’s waren. De beelden zinderden weken na”

Ik begon me steeds meer vragen te stellen bij het oorlogsverleden van mijn vader, en het gedweep met nazisymbolen binnen de jeugdbeweging. Toch heeft het nog jaren geduurd voor ik er afstand van kon nemen. Het VNJ, dat was mijn hele wereld. Het was ontzettend moeilijk om iets dat zo vertrouwd is de rug toe te keren. De ommekeer is pas echt op gang gekomen toen ik muziek begon te spelen en mijn eerste stappen in de folkwereld zette. Een veel linkser, maar ook een veel fijner milieu, waar mensen muziek maakten voor het plezier, niet om een boodschap van haat uit te dragen.

Het was alsof iemand de gordijnen opentrok en de zon in de kamer binnenliet. In die muziekwereld leerde ik ook Lies kennen, die later de moeder van mijn vier kinderen zou worden. Ze had een afkeer van mijn extreemrechts gedachtegoed, maar ze veroordeelde me niet. Ze luisterde en stelde me oprecht vragen, waardoor ik verplicht was om in de spiegel te kijken. Hoe langer hoe meer besefte ik dat niet meer wilde meegaan in die nostalgische onzin. Ik was 22 toen ik de deur van het nationalisme definitief achter me dicht trok.

Mijn vader is intussen al twintig jaar overleden. Ik ben niet trots op de keuzedie hij als achttienjarige gemaakt heeft, maar ben nooit kwaad op hem geweest. Hij was een lieve, grappige vader, geen racist. Ik wél. Ik ben blij dat ik mijn leven een andere wending heb kunnen geven, al heeft het moeite gekost en heb ik er veel vrienden door verloren. Sommige kameraden van vroeger noemen me een verrader en beschuldigen me van leugens, maar ik zwijg niet. Wat ik met mijn verhaal wil doen, is laten zien hoe indoctrinerend extreemrechts kan zijn. Het maakt mensen intolerant en kortzichtig en daar wil ik voor waarschuwen.”

‘Mijn papa was bij de SS’ van Wim Claeys, € 22,99 bij Borgerhoff & Lamberigts.

Tekst: Lien Lammar

Lees ook:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)