Armbreien: zo maak je zelf een knuffelzacht deken

Armbreien: zo maak je zelf een knuffelzacht deken
© Joost Govers

Een heerlijk warm deken breien met je armen? Geen probleem voor onze Harald! Hij volgde een workshop armbreien en deelt hier zijn tips en tricks. 

Armbreien: gebruik je armen als breinaalden

Harald: “Breien is iets wat ik niet zo vaak doe, maar breien met mijn armen had ik echt nog nooit gedaan. Het is veel intensiever dan met naalden breien, maar het leuke is dat je meteen resultaat ziet. Op amper twee uur heb je je wollen deken af.”

Moeilijkheidsgraad: **(*)

“Op zich heb je geen brei-ervaring nodig voor deze workshop. Leila en Annelies van Nuï begeleiden je steek voor steek naar een prachtig resultaat. Het is wel even wennen en soms sla je je armen in de knoop, maar eens je de juiste handeling onder controle hebt, ben je snel op dreef.”

Aan de slag

De basis: lontwol …

“Armbreien doe je met lontwol. Dat is wol die in één richting gekamd wordt en waarvan de vezels los aan elkaar hangen, zodat ze lange strengen of lonten vormen. Lontwol is vrij fragiel, in tegenstelling tot klassieke wol die getwist of gedraaid wordt en voor een stevige draad zorgt.”

… en sterke armspieren

“Omdat de wol vrij zwaar is, heb je toch wel stevige spieren nodig om te armbreien. Na zo’n twee uur had ik het gevoel een serieuze work-out achter de rug te hebben. En ja, mijn armen waren de dag nadien serieus stijf.”

Toch liever anders?

“Naast je armen, kun je ook aan de slag met pvc-buizen, bezemstelen, of zelfs ‘handbreien’ op tafel. Hiermee kun je nog grotere stukken breien omdat je dan niet beperkt bent tot de breedte van je armen.”

Dit heb je nodig voor een eenpersoonsdeken

• 2,5 kg lontwol

Extra tip: Trek een truitje aan waarvan je de mouwen tot aan je ellebogen kunt opstropen: dat werkt makkelijker. En ga op voorhand nog eens naar het toilet, want eens je aan het breien bent, gaat dat niet meer.

Stap 1: het opzetten

  1. Meet twee volledige armlengtes en leg een knooplus. De linkerdraad op de foto gaat naar je bol wol, de rechterdraad zijn je armlengtes.
  2. Leg de twee uiteinden tussen duim en wijsvinger en hou ze iets hoger dan de knoop zelf.
  3. Maak met je rechterhand een beweging naar je lichaam toe. Je gaat nu je hand in dezelfde lus steken als die waar je duim nu in zit.
  4. Je hand zit nu in de lus waar je duim in zit.
  5. Grijp met je hand die uit de lus komt het andere, losse uiteinde vast. Maak een achterwaartse beweging en trek zo de draad die je vast hebt door de lus waar je duim nog in zit.
  6. Laat de lus van je duim schuiven en trek aan. Je hebt nu 1 steek opgezet.
  7. Zet 14 steken op voor een éénpersoonsdeken.

Stap 2: het breien

  1. De allereerste steek van elke rij brei je nooit voor een gelijkmatig effect. Verwissel bij steek 1 dus gewoon van hand maar let erop dat het deel van de lus waarvan het uiteinde naar de bol wol gaat, aan de binnenkant (tussen je lichaam en je arm) zit.
  2. Neem met de hand waar je 13 steken opzitten het uiteinde vast dat naar de bol wol gaat.
  3. Haal vervolgens met je linkerhand lus 2 van je pols terwijl je rechterhand het uiteinde blijft vasthouden.
  4. Schuif de lus er volledig over.
  5. Laat de linkerlus los, in je rechterhand heb je nu je nieuwe lus vast. Schuif deze lus op je linkerhand. Let er bij elke lus op dat het deel van de lus waarvan het uiteinde naar de bol wol gaat, aan de binnenkant zit.
  6. Alle nieuwe steken komen nu op je linkerhand. Brei de rij volledig af. De volgende rij maak je gespiegeld, enz.

Stap 3: het afkanten

  1. Wanneer je klaar bent met breien, haal de lussen dan voorzichtig van je armen en leg het deken op de grond.
  2. Begin aan de kant waar geen draaduiteinde is. Steek telkens lus 2 in lus 1 en maak zo de hele rij af.
  3. Je deken is afgekant. Er blijft nu nog 1 lus over op het einde.
  4. Haal het uiteinde van je draad door deze lus en trek aan zodat het een stropje vormt. Werk loshangende draden weg door ze mee te vlechten in de zijkanten van je deken.

En zo hou je je deken proper

“Wol is een natuurlijke stof die goed bestand is tegen vuil en geurtjes. Dat betekent dus dat je het niet zo vaak moet wassen. Was je deken zeker niet in de wasmachine, want dan loop je het risico dat het krimpt. Gewoon even buiten laten verluchten volstaat meestal wel om geurtjes eruit te krijgen. Zit er een vlek op je deken? Behandel die dan heel lokaal met zachte zeep en lauw water. Mocht je je deken dan nog altijd niet schoon krijgen, kun je het naar de droogkuis brengen.”

Productie: Harald Ligtvoet • Foto’s: Joost Govers en Atelier 49 • Met dank aan NUÏ (nui-atelier.com)

Ook leuk om zelf te maken:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)