Column Marcel: Over het toch wel zorgeloze leven zonder kinderen

Door De Redactie

Elke ochtend als ik in mijn oude joggingbroek en nog oudere T-shirt achter mijn computer zit om stukjes te tikken, zie ik een jongeman voorbij lopen. Hij is lang, breed en draagt altijd sportkleding alsmede een grote sporttas. Hij gaat – zo vermoed ik – naar de sportschool om de hoek die Shape All In Center heet. Dat vind ik de ergste naam ooit voor een sportschool, maar dit terzijde. Die jongen dus, daar ben ik de laatste tijd weleens een beetje jaloers op. Hij heeft ongetwijfeld een prachtig stoeremannenlichaam met van die blokjes op de buik, maar daar gaat het me niet eens om. Het gaat me om de tijd die hij heeft.

“Een leven zonder haar is ondenkbaar, maar ik mis het af en toe, dat pre-Sammie-tijdperk”

Elke ochtend als ik achter mijn laptop schuif of me bezighoud met het voeden, vermaken of verschonen van Sammie, wandelt hij op z’n dooie gemak naar de sportschool. Pas twee uur later komt hij terug, met dezelfde slome tred. Het ziet er niet naar uit dat hij haast heeft om ergens anders heen te gaan, dus ik vraag me weleens af wat hij doet, afgezien van dat geboetseer aan zijn toch al perfecte lichaam – waarop ik dus pertinent niet jaloers ben, laat dat duidelijk zijn. Ik heb daar een tijd over nagedacht en heb uiteindelijk via slinkse wegen (lang leve de social media) achterhaald dat hij hetzelfde doet als ik. Hij schrijft stukjes. Voor andere tijdschriften, dat wel, maar toch: we hebben hetzelfde vak. En dus weet ik waar hij de tijd vandaan haalt: hij heeft geen Sammie.

En daardoor alle tijd van de wereld. Zoals ik dat ook had, vóór Sammie. Ik slofte niet elke ochtend naar de sportschool, maar wel bijna elke middag. Daarvoor en daarna tikte ik stukjes, deed een interview met een beroemde Nederlander of Vlaming en hield me bezig met wat er die avond gekookt moest worden. Want dat deed ik ook: de boodschappen en koken. Daar had ik tijd voor, namelijk, net als voor sporten. Ik had niet zo’n perfect lichaam als die buurjongen, maar dat had te maken met het feit dat ik niet alleen van sporten, maar ook van stinkkaas, Belgisch bier en chocolade hou.

Ik mis het blijkbaar, zo af en toe, dat pre-Sammie-tijdperk. Een leven zonder haar is ondenkbaar, ze is een wonder, ze is het mooiste wat me is overkomen en, jazeker mevrouw, ik heb er heel veel voor teruggekregen in de vorm van uitzinnige liefde en levenslust. Maar af en toe…
Af en toe wil ik ’s ochtends zonder nadenken mijn bokshandschoenen in mijn sporttas frommelen, de deur uitlopen en naar de sportschool gaan. En daarna dan een kopje koffie met een glas water drinken, alleen, in dat hippe koffiezaakje naast de sportschool.
De zon op mijn gezicht voelen en mijn ogen dichtdoen. Me dan even geen zorgen maken of ik wel genoeg verdien om mijn dochter goed te onderhouden en hoe het straks moet, aangezien ik geen pensioen heb.
Zonder zorgen een halfuur blijven zitten omdat de zon zo lekker schijnt. Me niet naar huis hoeven te haasten om Carlijn of de oppas af te lossen.

Daar zat ik vanochtend even over na te denken toen de jongen weer voorbij slofte, pal langs het raam. Sammie lag in haar box, gebiologeerd door haar eigen tenen. De jongen zag haar, stopte, bukte en gluurde naar Sammie. Hij zwaaide naar haar en lachte toen Sammie naar hem lachte. Want dat doet ze, ze lacht graag naar mensen. Ook als ze geen perfect lichaam hebben. Na een klein minuutje liep de jongen door. Ik tilde Sammie uit haar box. Ik maakte me nergens zorgen over.

Las je deze nieuwe artikels al?

Partner Content