Column Marcel: Over het feit dat hij vrouwen niet echt snapt

Door De Redactie

 

Ondanks dat ik inmiddels ruim 45 jaar op deze planeet rond mag dolen, snap ik vrouwen nog steeds niet – en sommige mannen ook niet, maar daar gaat het nu even niet om. Ze zijn op zijn zachtst gezegd gecompliceerd. Dat is niet direct een slecht iets, hoor, het zou behoorlijk saai en treurig zijn als iedereen superongecompliceerd zou zijn. Maar handig is anders.

Neem nu Carlijn. Ik weet het, ik mag mijn handen dichtknijpen met zulk een wonderschoon vrouwspersoon aan mijn zijde, eentje die bovendien nog heel slim, lief en grappig is. Maar soms denk ik: verdraaid, wat is ze toch ingewikkeld. Totaal onverwacht ook, vaak. Zoals gisteravond.

Ik was een paar uur op café geweest met vrienden en zag bij thuiskomst dat Carlijn bezoek had. Nienke, een vriendin. Na wat koetjes en kalfjes ging Carlijn Sammie van een verse luier voorzien, zodat ik alleen achterbleef met Nienke. Wat prima is, trouwens, want Nienke is lief, aardig en leuk om naar te kijken. Vanuit het niets zei Nienke: “Wel slim, hoor, dat jullie binnenkort misschien gaan verhuizen. Iets meer kamers zou wel prettig zijn, zeker voor een tweede kind.” Ik verslikte me bijkans in het glas water waarvan ik zojuist een slok had genomen.

”Mijn geliefde Carlijn is blijkbaar druk bezig met het nadenken over een tweede kind. En ik weet daar niets van!”

“Hoe bedoel je, tweede kind?” vroeg ik. Want ik wist daar niks van, namelijk, van dat er een tweede kind in de planning lag en het leek me toch behoorlijk essentieel dat ik bij zo’n proces betrokken zou zijn. “Nou, ja,” stamelde Nienke, “Carlijn zei dat ze dat wel heel erg leuk zou vinden en dat jij inmiddels ook wel een beetje aan dat idee gewend was.”
Ik legde Nienke uit dat ik inmiddels wel gewend was aan Sammie, onze inmiddels ruim anderhalf jaar oude dochter. Over een tweede kind werd alleen gesproken na drie (of meer) pintjes. En dan nog in de meest bedekte ‘wat als’-termen. Carlijn zei op dat soort momenten dingen als: “Goh, wat zou het grappig zijn, hè, nog een Sammie?” Waarop ik antwoordde dat dat inderdaad grappig zou zijn, maar dat zulks alleen zou gebeuren als we financieel onafhankelijk zouden zijn. Want ik kwam nu al amper aan werken toe, en Carlijn ook en met een tweede zou het helemaal verkeerd gaan en bovendien kosten twee kinderen nog veel meer dan eentje. Enzovoort.

Toch was er blijkbaar iets aan mij voorbijgegaan tijdens dat soort momenten. Waar het voor mij vrij duidelijk was dat een tweede liefdesbaby niet in de planning lag, bleek dat bij Carlijn toch anders te liggen. Wat vreemd was. Omdat – nog los van eerder genoemde argumenten – Carlijn tijdens en een hele poos na de bevalling riep dat ze DIT NOOIT MEER wilde meemaken. Daarnaast had ik in het begin van onze relatie gemeld dat er bij hoge, zéér hoge uitzondering één kind zou komen – als de goden ons dat gunden, uiteraard.

En nu had ze het met Nienke over een tweede. Met Nienke, een vriendin die ze twee keer per jaar zag. Wat inhield dat de vriendinnen die ze elke week zag er nog veel meer van afwisten. Sterker, het zou ongetwijfeld een zeer regelmatig terugkerend onderwerp zijn. Ik vond – en vind – dat behoorlijk beangstigend. Vooral ook omdat ik ondanks mijn vermeende vrouwenkennis blijkbaar van niks weet. Ik bedoel; mijn vrouw, mijn geliefde, mijn prinses is druk bezig met nadenken over een nieuw huis – waarvan ik wist, dat dan weer wel – maar het belangrijkste in dat huis is de extra slaapkamer voor de nieuw te maken baby. En dat terwijl ik dacht dat ik eindelijk een eigen werkkamer zou krijgen, dit jaar.

Nog meer Marcel:

 

Partner Content