Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
© Getty Images

SOS opvoeding: “Voor ik het wist, had ik mijn zoon een klap in het gezicht gegeven”

Door De Redactie

Barbara maakt voortdurend ruzie met haar puberzoon Robbe. Het gaat zo ver dat ze soms de controle over zichzelf verliest.

Wat zegt Barbara?

Barbara (46):Ik ben hier omdat ik mij zorgen maak over mijn gedrag tegenover mijn zoon. Robbe is veertien en ik heb het idee dat ik niets meer van hem kan verdragen. Ik vind hem zo’n egoïst. Het voelt niet oké om dat zo te zeggen, maar het is wel de waarheid: hij denkt alleen aan zichzelf.

Ik ben een bewust alleenstaande mama, maar ik denk niet dat dat er iets mee te maken heeft. Het zal wel de puberteit zijn. Vrienden zijn nu belangrijker dan ouders en opstandig gedrag hoort er nu eenmaal bij. Ik weet het, en toch. Ik ben het zo beu om over alles te discussiëren. We hebben over álles ruzie. Hij lokt het ook steeds uit. Hij weet perfect wat hij moet zeggen om mij kwaad te krijgen. Zo zegt hij dat ik hem het leven moeilijk wil maken. En dat terwijl ik zoveel voor hem heb opgegeven, en nu nog opgeef.

“Op sommige momenten lijkt het alsof iets het van mij overneemt. Razend word ik”

Het wordt voor mij steeds moeilijker om rustig te blijven. Als hij ’s avonds binnenkomt, kan ik al voorspellen of het een avond met conflicten wordt of niet. Vorige week zat ik op een avond nog in een werkoverleg dat was uitgelopen. Ik knikte naar Robbe, maar die trok onmiddellijk een lang gezicht. Hij stapte zodanig luid door het huis dat ik mij niet meer kon concentreren. Ik heb de vergadering verlaten en heb heel lelijke dingen tegen hem gezegd, dingen die ik hier niet durf te herhalen. Op die momenten lijkt het alsof iets het van mij overneemt. Razend word ik, zo razend dat ik met deuren sla. Onlangs heb ik een bord tegen de muur gegooid.

Een ander voorbeeld van hoe het tussen ons escaleert, is een scène van een paar weken geleden. Ik had gekookt: witloof met een vegetarische burger en aardappelen. Hij kwam al slechtgezind aan tafel en ik vroeg hem: ‘Wat is er nu weer? Staat het je weer niet aan misschien?’ Hij antwoordde: ‘Nee, ik heb al honderd keer gezegd dat ik hier kroketten bij wil, geen aardappelen.’ Ik heb het bestek op de grond gegooid en gezegd: ‘Ga dan maar bij iemand anders eten, wat denk jij wel? Dat ik jouw dienstmeid ben?’ Vervolgens is hij opgestaan en voor mij komen staan. Voor ik het wist, had ik hem een klap in het gezicht gegeven. Ik schaam mij er nu nog voor. Nog een geluk dat hij toen niets heeft teruggedaan.

“Ik zou zo graag rustiger op zijn gedrag reageren”

Ik hoop dat ik oplossingen kan vinden om mij beter te beheersen. Ik zou zo graag rustiger op zijn gedrag reageren. En op zich is wat hij doet niet zo heel abnormaal, denk ik. Alleen, ik kan het niet meer hebben. Misschien ben ik overwerkt of is het allemaal wat te veel geworden? Ik heb echt geen idee. Ik wil mij ook niet meer elke keer schuldig voelen over mijn reacties. Want door dat schuldgevoel, sta ik Robbe dingen toe die ik anders nooit zou toestaan. En dat maakt het voor hem natuurlijk nog onduidelijker. Dit voelt allemaal niet goed. Wat kan ik doen?”

Zo ging het verder

Psychotherapeut, auteur en docent Sven Bussens: “Barbara wil niet langer schelden, met dingen gooien en slaan op de momenten dat ze zich gefrustreerd voelt. Ze wil een goede relatie met haar zoon en hem een positief voorbeeld geven van hoe je met frustraties omgaat.

Barbara benadrukt dat ze gewoon graag rustig zou willen blijven. We verkennen hoe zij aan Robbe zou kunnen laten zien dat ze rustig is. Barbara: ‘Ik kan wachten met reageren en dan nadien misschien met mijn gewone stemvolume zeggen dat ik het spijtig of niet leuk vind. Maar dat lijkt mij eigenlijk onmogelijk… ik word zo kwaad.”

Ik vraag Barbara of ze samen wil bekijken welke mechanismen hier zouden kunnen spelen. Ik vertel hoe de Griekse filosoof Epictetus stelde dat we niet zozeer last hebben van de gebeurtenissen op zich, maar wel van wat we bij die gebeurtenissen dénken. Ik vraag wat er door haar hoofd ging voor ze Robbe een slag in het gezicht gaf. Barbara denkt na: ‘Dat hij niet op hotel is, dat ik zijn meid niet ben, dat ik de hele tijd van alles doe voor hem en dat hij denkt dat hij zich alles kan permitteren tegenover mij.’ We verkennen ook wat ze dan voelt. Barbara: ‘Mijn hele lichaam spant zich op en ik voel een druk in mijn hoofd.’

Of er ook momenten zijn waarop ze wel rustig reageert, wil ik weten. Na lang nadenken vertelt ze over een dag de voorbije week waarop Robbe later dan afgesproken thuiskwam. Ze keek heel zichtbaar naar de klok en dan kort naar hem, om daarna weer verder te koken. Ik vraag haar wat ze op dat moment dacht en voelde. Barbara vertelt dat ze een drukke dag had gehad op het werk en aan het dubben was over een uitspraak van een collega. Daardoor werd het te laat komen minder belangrijk.

“Het helpt om niet meteen in discussie te gaan, maar er later op terug te komen”

Als ik vraag welke gedachten haar hielpen om rustig te blijven, antwoordt ze: ‘Ik wil geen discussie nu, ik wil gewoon dat je ziet dat ik weet dat je te laat bent. Misschien neem ik het morgen nog even op, want ik vind ook niet dat dit zomaar mag passeren.’ We concluderen dat de gedachte dat je er later op terugkomt om op het moment zelf een discussie te vermijden veel beter helpt om kalm te blijven dan te denken ‘ik ben je meid niet’.

Barbara erkent dat haar gedachten inderdaad een grote invloed hebben op wat ze uiteindelijk doet. Het merendeel van het menselijke gedrag bestaat uit gewoontes. Zo hoeven we niet elke keer opnieuw te kiezen wat we gaan doen, wat helpt om vlot door het leven te gaan. Maar het brein maakt geen onderscheid tussen goede en slechte gewoontes. Bij een bepaalde gebeurtenis negatieve gedachten hebben en dan negatief reageren, kan ook zo’n gewoonte zijn.

Voor mij is het duidelijk dat Barbara hier graag een nieuwe gewoonte wil installeren. We gaan samen na wat hierbij zou kunnen helpen. Barbara: ‘Als ik voel dat ik kwaad word, wil ik denken: opgelet, Barbara, dit kan escaleren. Dan wil ik gewoon even weggaan uit de situatie. Ik zal er later op terugkomen, op een moment dat ik zelf rustig genoeg ben.’

“Barbara vertelt dat ze op de rustige momenten het gevoel heeft dat wat ze zegt, ook meer binnenkomt bij Robbe”

In de daaropvolgende maanden komt Barbara regelmatig langs. Er komen meer en meer momenten dat ze erin slaagt om niet onmiddellijk te reageren. Barbara vertelt ook dat ze op de rustige momenten het gevoel heeft dat wat ze zegt, ook meer binnenkomt bij Robbe. Dat klopt ook: op die rustigere momenten is er meer kans op een goed gesprek. Zo voelen kinderen zich gehoord en ontvangen ze ook beter wat wij hen willen zeggen.”

Uit: Libelle 01/2022 – Tekst: Sven Bussens – Meer info op borgerhoff-lamberigts.be/auteurs/sven-bussens en oplossingsgerichtcentrum.be

MEER OPVOEDINGSKWESTIES:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content