De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."
© Getty Images

SOS opvoeding: “Ik heb het gevoel dat ik er niet toe doe als vader. Ik ben niet de papa die ik wil zijn”

Door De Redactie

Erwin, gescheiden en papa van tieners Senne en Louise, komt tips vragen om de band met zijn kinderen te verbeteren.

Wat zegt papa Erwin?

Erwin (51): “Mijn vrouw en ik zijn intussen een jaar uit elkaar. Ik heb een nieuwe relatie, mijn vrouw ook. Ik heb een zoon van zestien, Senne, en een dochter van twaalf, Louise. Mijn kinderen zijn erg belangrijk voor mij.

Zelf heb ik nooit een goede relatie gehad met mijn ouders. Mijn vader was nooit thuis en jammer genoeg is hij overleden op het moment dat hij met pensioen ging. Mijn moeder was erg geëngageerd in allerlei vrijwilligersbewegingen. Hierdoor heb ik altijd het gevoel gehad dat ik op de tweede plaats kwam. Er was nooit tijd om iets te bespreken of iets te vragen.

In mijn tienerjaren heb ik een moeilijke periode doorgemaakt. Mijn ouders hebben daar nooit iets van gemerkt, omdat ze mij gewoonweg niet kenden. Ik heb lang allerlei drugs gebruikt, was in die periode op het slechte pad. Mijn ouders zagen dat allemaal niet. Ik heb altijd gewenst dat ik, indien ik kinderen zou krijgen, een heel ander soort relatie met hen zou hebben. Ik heb het gevoel dat ik daar niet in geslaagd ben.

“Senne en Louise zijn week om week bij mij. Ik heb het idee dat ze tegen hun zin komen”

Ik ben gescheiden, ik ben vaak bezig met mijn werk en mijn kinderen sluiten mij buiten. Senne en Louise zijn week om week bij mij. Ik heb het idee dat ze tegen hun zin komen. Mijn zoon zegt gewoon ‘jow’ bij het binnenkomen en gaat in de zetel zitten. Hij kijkt amper op van zijn scherm. Wanneer ik vraag hoe het geweest is bij mama, zegt hij gewoon ‘goed’. Dat frustreert mij. Ik vraag dan: ‘Wat bedoel je met ‘goed’? Dan reageert hij geïrriteerd: ‘Goed, gewoon goed’.

En Louise, ja, dat is een beetje hetzelfde verhaal. Volgens mij imiteert zij gewoon haar broer. Hoewel, met haar kan ik nog af en toe een gezelschapsspel spelen. Op zo’n moment heb ik wel het gevoel dat ik haar papa ben.

“Het doet me veel pijn om vast te stellen dat ik niet de relatie met mijn kinderen heb die ik wil hebben”

Waar ik mij ook zorgen over maak, is dat mijn kinderen amper praten tegen mijn nieuwe vriendin. Zij werkt zelf met kinderen, Senne en Louise zouden met haar goede gesprekken kunnen hebben, maar dit gebeurt niet. Ze nemen niet eens de moeite om haar te leren kennen.

Het doet mij veel pijn om vast te stellen dat ik niet de relatie met mijn kinderen heb die ik wil hebben. Het enige wat mijn zoon interesseert, is zijn scherm en zijn vrienden, veronderstel ik. Ik wil niet dat hij de weg opgaat die ik opgegaan ben. Volgens mij spijbelt hij, maar ik kan er niets over zeggen, want dan is er weer een conflict. Hij zegt dan: ‘Wat weet jij daar nu van’ of ‘Jij beschuldigt mij altijd’ of ‘Ik kan nooit goed doen voor jou’. Hij sluit zich af, terwijl een vertrouwenspersoon zo belangrijk is.

Ik ben goed terechtgekomen dankzij een nonkel van mij. Hij is mij op een gegeven moment toevallig tegengekomen toen ik heel dronken was en heeft mij meegenomen naar zijn huis. Vanaf dat moment is hij contact blijven houden en dat heeft mij uiteindelijk geholpen om opnieuw de stap te zetten naar school. Dankzij hem heb ik mijn diploma behaald via een examencommissie. Ik ben hem daar nog altijd dankbaar voor.

Ik heb het gevoel dat ik er niet toe doe als vader en heb geen idee hoe dat komt. Is het mijn nieuwe vriendin? Zijn het dingen die mijn ex-vrouw over mij verteld heeft? Hoewel, dit kan ik mij niet voorstellen. Wij zijn op een goede manier uit elkaar gegaan en respecteren elkaar. Ik weet het gewoon niet…”

Zo ging het verder

Psychotherapeut, auteur en docent Sven Bussens: “Erwin is duidelijk bezorgd over de relatie met zijn kinderen. Hij slaagt er niet in om de band te hebben die hij wil hebben. Hij maakt zich ook zorgen over Senne: hij wil niet dat zijn zoon hetzelfde pad opgaat als hij.

Ik vraag Erwin naar wat hij hoopt dat zijn kinderen later over hem vertellen. Hij denkt na, en even later zegt hij: ‘Ik zou willen dat ze vertellen dat ik er altijd was als ze mij nodig hadden, dat ik zag wanneer ze zich niet goed voelden en dat ik dan klaarstond om hen te helpen. En dat ik hen altijd gesteund heb in wat zij belangrijk vonden.’

Daarna moet hij zijn gevoel als vader aanduiden op een schaal van nul tot tien. De nul staat voor de slechtste vader die hij ooit was. Hoe zou hij die nul omschrijven? Erwin antwoordt: ‘Dat was het moment van de scheiding. Toen was ik zo met mezelf bezig dat ik er niet kon zijn voor de kinderen. Ik heb hen toen niet gevraagd hoe ze zich voelden en of ik iets kon doen.’

Als ik Erwin vraag welk cijfer hij nu zou geven, geeft hij een vijf. Erwin antwoordt: ‘Een vijf, omdat ik de kinderen af en toe bel als ze bij mijn ex zijn, omdat ik interesse toon als ze bij mij zijn, hen af en toe sms-jes stuur en gezelschapsspelletjes speel met Louise. En omdat ik Senne ook altijd vraag of hij iets samen wil doen, ook al eindigt dat in een conflict.’

“Naargelang het gesprek vordert, bekijkt Erwin de situatie meer en meer door de ogen van zijn kinderen”

Als ik vraag hoe tevreden Erwin is met zijn positie op de schaal, antwoordt hij dat hij een vijf te weinig vindt, maar dat hij ook wel verrast is over wat hij allemaal doet. En dan zegt hij: ‘Ik weet het niet, misschien verwacht ik te veel van mijn kinderen?’ Ik vraag hem wat hij daarmee bedoelt. Erwin: ‘Tja, het is natuurlijk niet evident, zo’n scheiding. Zij moeten altijd van het ene naar het andere huis verhuizen. En het zijn uiteindelijk ook pubers. Dan ben je sowieso vooral met jezelf bezig en zijn je ouders minder belangrijk, toch?’

Naargelang het gesprek vordert, bekijkt Erwin de situatie meer en meer door de ogen van zijn kinderen. Erwin: ‘Ik zou hen eens kunnen vragen hoe het is om altijd te moeten verhuizen. Ik begrijp niet dat ik daaraan voorbijgegaan ben. Misschien denken ze dat ik helemaal niet begaan ben met hoe zij dit beleven. Misschien sluiten ze mij daarom buiten.’

“Soms willen we het zand zo hard vasthouden dat het tussen onze vingers glipt”

Ik geef Erwin mee dat hij erg begaan is met zijn kinderen. Anders was hij ook niet met mij komen praten. Ik zeg: ‘Soms willen we het zand zo hard vasthouden dat het tussen onze vingers glipt’. Hij is geëmotioneerd en zegt dat hij een goed moment wil afwachten om een open gesprek te starten met zijn kinderen over zijn bezorgdheid. Hij herhaalt nog eens: niet te hard knijpen in het zand…

Erwin komt hierna nog af en toe op gesprek. De relatie met zijn kinderen, vooral met Senne, is enorm verbeterd. Dat hij zijn bezorgdheid uit en aanbiedt altijd te willen helpen, is voldoende om de relatie met Senne goed te houden.

Vanuit de beste bedoelingen hebben we als ouders soms het idee dat we het gedrag van onze kinderen kunnen controleren. De realiteit is dat we enkel kunnen ‘uitnodigen’ tot een gedragsverandering. En dit kunnen we onder andere door een gesprek aan te bieden en te blijven aanbieden. Met dat aanbieden zeg je eigenlijk ‘ik vind jou belangrijk’ en van daaruit kunnen er nieuwe kansen ontstaan, bijvoorbeeld een open gesprek waarin jij je bezorgdheid kunt uiten en waarin je kind echt voelt dat je met hem begaan bent.”

Uit: Libelle 34/2021 – Tekst: Sven Bussens – Meer info op borgerhoff-lamberigts.be/auteurs/sven-bussens en oplossingsgerichtcentrum.be

MEER OPVOEDINGSKWESTIES:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content