Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Zomercolumn: Over het leven van een single mama

Door De Redactie

De allereerste klant die vier jaar geleden ons café binnenstapte, heette Meneer Geluk. ‘Geluk’ was echt zijn naam. Hij kwam door de deur, gaf me zijn visitekaartje en zei: ‘Ik kom jullie geluk brengen’. Sindsdien wandelt Meneer Geluk bijna elke dag voorbij met zijn hondje. Ik weet ondertussen dat hij jaren geleden zijn vrouw verloor en dat hij zijn dagelijkse wandeling door de wijk nodig heeft om zijn gedachten te verzetten.

Onze tweede klant (officieel was hij de eerste, want Meneer Geluk heeft nooit iets geconsumeerd) was ons iets minder goedgezind. Aanvankelijk waren we heel blij met zijn komst, want hij bestelde om 10 uur ’s ochtends meteen twee Duvels tegelijk, gevolgd door een derde en een vierde, om vervolgens af te sluiten met een dubbele rum. We waren door het dolle heen, want onze eerste betalende klant had in zijn eentje dertig euro gespendeerd in minder dan een uur tijd. Hij mocht dus nog terugkomen, en dat deed hij ook, soms meerdere keren per dag. Ons initiële enthousiasme begon af te nemen toen hij steeds langer bleef zitten en zijn glazen bier steeds trager leegdronk. En toen hij op een dag een Duvel te veel ophad en die samen met een half verteerde portie kaas op onze terrasmeubels ‘deponeerde’, hebben we een punt gezet achter onze vriendschap. In de horeca leer je met vallen en opstaan. In het begin ben je blij met iedere klant die door de deur komt, na een tijdje word je iets kritischer. Maar gelukkig kunnen wij niet klagen over ons cliënteel.

Toen mijn broer en ik vier jaar geleden onze zaak begonnen, was het voor ons meteen duidelijk dat iedereen er zich thuis moest voelen. We wilden een plek creëren waar zowel studenten als gepensioneerden over de vloer zouden komen, waar de Ierse barman na de uren zijn pintje drinkt met de Siciliaanse kokkin, en waar hipsters met laptops een cappuccino bestellen naast jonge gezinnen die omgevallen flesjes Fristi opvegen met natte doekjes. Ik ben supertrots dat we in ons opzet zijn geslaagd. Ons eetcafé is de wereld in het klein, zowel achter de bar als in de zaal. Soms kijk ik stiekem rond en glimlach ik in mezelf als ik een deftig koppel 80-plussers samen taart zie eten, terwijl hij de krant leest en zij een babbeltje slaat met de yogalerares die elke dag haar take away soja latte komt halen.

“Ik was eerst een beetje bang om cafébazin
te worden. Ik zag vooral taferelen van dronken, eenzame mannen die me aanklampten”

Om heel eerlijk te zijn, was ik in het begin een beetje bang om cafébazin te zijn. In mijn dromen zag ik taferelen van dronken, eenzame mannen die me aanklampten om hun levensverhaal te vertellen. Ze zeggen niet voor niets dat een job in de horeca veel gemeen heeft met een job in de sociale sector. Maar meestal zijn onze klanten vriendelijk, beschaafd en dankbaar. Zoals Jan, die elke dag bij ons zijn koffie komt drinken. Jan is 95 en woont in het bejaardentehuis achter de hoek. Maar daar verveelt hij zich, dus gaat hij op stap. In het begin noemde hij mij madame, maar nu kent hij het voltallige personeel bij hun voornaam. Hij kocht zelfs een cadeautje voor mijn babynichtje.
In de afgelopen vier jaar is er ook al heel wat personeel de revue gepasseerd. De een bleef niet lang, de ander werd een vaste waarde, en is intussen bijna familie. Ze gaan voor elkaar en voor ons door het vuur. Ja, soms klettert het weleens (vooral in de keuken), maar ze veroverden stuk voor stuk een plekje in mijn hart. Aan sommigen die vertrokken, hield ik waardevolle vriendschappen over. Aan eentje zelfs een schoonzus: drie jaar geleden stapte ze binnen in ons café. Ze kwam solliciteren als jobstudent. ‘Dat is ze’, zei mijn broer toen ze door de deur wandelde. ‘Ik weet het zeker, zij is het.’ Hij was in die dagen wel vaker gecharmeerd door het vrouwelijk schoon op ons terras, dus nam ik zijn opmerking niet al te serieus. Maar het was liefde op het eerste gezicht langs beide kanten. Intussen is de allereerste Café Kamiel-baby geboren en ben ik de trotse tante van een prachtig klein meisje. Dus, als ik het zo bekijk, had hij helemaal gelijk,
Meneer Geluk.

Ans Vroom (37) is alleenstaande mama van Alix, een vierjarig meisje met ASS (autisme spectrum stoornis). Ans heeft in Antwerpen haar eigen zaak, café Kamiel.

Zin in iets lekkers?