Mijn verhaal: Line belandde op haar achttiende in een zware depressie

Mijn verhaal: Line belandde op haar achttiende in een zware depressie

Line (21): “Knopen doorhakken, ik ben er nooit goed in geweest. Noem me gerust een geboren twijfelaar. Ik kan twijfelen over kleine dingen zoals de kleur van een jas of de maaltijd op restaurant, maar ook over de grotere dingen des levens. Mijn studiekeuze, bijvoorbeeld. Op mijn achttiende was het zover. Ik moest een keuze maken die de rest van mijn leven zou bepalen en dat maakte me zo onzeker. Vijf dagen voor het begin van het academiejaar heb ik me dan toch maar ingeschreven voor de richting biomedische wetenschappen, maar na kerst ging het al helemaal fout. Ik kon het steeds minder opbrengen om naar de les te gaan en dat vertaalde zich in barslechte resultaten. Ik had gefaald, dacht ik. Dus ging ik nog minder naar de les. Ik bleef soms de hele dag in mijn bed, had nergens nog zin in. Zelfs niet in fuiven met vriendinnen. Ik sloot me af van de rest van de wereld en piekerde over van alles en nog wat.

En zo kwam een oud verdriet weer naar boven. Vier jaar geleden stierf mijn opa, een halfjaar later mijn oma. Zij waren mijn tweede ouders. Ik ben nooit naar de onthaalmoeder of de crèche geweest. Al sinds ik een baby was, vingen zij me op. Later, toen ze zelf ouder werden en het wat moeilijker kregen, heb ik samen met mama voor hen gezorgd. Ik ging elke dag langs en plots waren ze er niet meer. Het gemis heb ik nooit een plek kunnen geven. Ik schoof het verdriet van me weg. Tot dat eerste jaar op de universiteit, dus. De combinatie van mijn overtuiging dat ik als student faalde, mijn onzekerheid en dat grote verdriet, deed me compleet crashen. Ik belandde in een zware depressie. Hoewel mijn vriendinnen en ouders zagen dat het niet goed met me ging, hadden ze geen idee van wat een depressie met iemand doet. ‘Pak je bij elkaar en je komt er wel door’, kreeg ik vaak te horen. Goed bedoeld, maar het hielp me niet verder. Integendeel zelfs. En toen heb ik me op een dag gesneden. Mijn innerlijke pijn was zo groot dat ik die niet onder woorden kon brengen. Dus probeerde ik mijn emoties te uiten via fysieke pijn. Gelukkig besefte ik snel dat ook dit niet zou helpen en nam ik mijn huisarts in vertrouwen. Hij verwees me door naar een psychologe omdat ook hij ervan overtuigd was dat ik er alleen nooit uit zou raken.

“ ‘Pak je bij elkaar’, zeiden mijn vriendinnen. Maar ze beseften niet half hoe diep een depressie gaat”

Ik herinner me die eerste afspraak nog glashelder. Mama bracht me en zodra ik uit de auto stapte, had ik het gevoel dat ik er alleen voor stond. Ik was bang om toe geven dat ik gefaald had en hulp nodig had. De psychologe was vriendelijk en meelevend. En toch voelde ik geen klik. Ik liet niet één traan tijdens het intakegesprek. En dat terwijl ik in die periode voor het minste begon te huilen. Ook na een tweede gesprek had ik het gevoel dat ik er niet op mijn plaats zat. Ik los het wel in mijn eentje op, dacht ik. Dus ging ik niet meer bij haar langs en zakte ik nog dieper. Mijn huisarts verwees me uiteindelijk naar een andere psychologe door. Die eerste ontmoeting verliep helemaal anders. Ik heb gehuild, zonder ophouden. Het voelde zo vertrouwd, alsof ik mijn verhaal aan een vriendin vertelde.

Al snel ging ik één keer per week bij haar langs. Praten hielp. Ze vroeg me op te schrijven hoe ik me voelde en leerde me ook trucjes om aan andere dingen te denken als ik het moeilijk had. Na enkele maanden ging het eindelijk beter met me. Maar omdat ze bepaalde symptomen van mijn depressie niet kon verhelpen, raadde ze me aan om toch een afspraak met een psychiater te maken. Ik schrok. Een psychiater? Ik ben toch niet gek! En toch volgde ik haar raad op. Het werd me al snel duidelijk dat je echt niet gek hoeft te zijn om bij een psychiater terecht te komen. Hij gaf me medicatie en antidepressiva, op dat moment de enige manier om me beter te voelen, zeker in tijden van grote stress.

Ik volgde intussen de studierichting kinesitherapie, en ook al klapte ik bij momenten nog helemaal dicht – zoals bij mijn eerste examens – toch kreeg het leven weer kleur. Ik werd ook verliefd op een jongen die me weer zelfvertrouwen gaf. Langzamerhand werd ik weer de Line van vroeger.

Intussen zit ik in mijn derde jaar kine. Het gaat goed met me. Ik sta helemaal anders in het leven. Naar de psychologe ga ik niet meer, maar de gedachte dat dit wel kan als ik me weer wat onzekerder voel, sterkt me erg. Ik neem nog steeds de voorgeschreven medicatie om mijn stemmingswisselingen in toom te houden en me rust te geven op moeilijke momenten. Ik besef nu ook dat ik niet de enige jongere ben die zich psychisch en emotioneel weleens slecht voelt. Om me heen zie ik jongeren echt wegglijden. De reden? We eisen zoveel van onszelf en de social media maken ons zo onzeker. Soms lijkt het alsof iedereen succesvol en gelukkig is, behalve jij. Ook ik was hier te lang door verblind.

Diep, zwart en leeg, zo zou ik mijn leven van enkele jaren geleden omschrijven. Ik ben zo blij dat ik uiteindelijk hulp heb gezocht. Eindelijk zie ik de toekomst weer rooskleurig.”

Op 30 november is het Rode Neuzen Dag om het taboe rond psychische problemen bij jongeren te doorbreken. Meer info vind je op rodeneuzendag.be

Tekst: Barbara Claeys

OOK INTERESSANT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)