Mijn verhaal: Melanie verbraste haar erfenis door haar koopverslaving

mijn verhaal

Melanie (32): “Mijn mama was alles voor mij. Toen ze stierf, voelde ik me helemaal leeg vanbinnen. Mama was al een tijd ziek, ze was hervallen na borstkanker. De dokters zagen het somber in, maar dat wilde ik niet horen. Natuurlijk zag ik dat ze er steeds slechter ging uitzien, en dat ze almaar meer moeite had om wakker te blijven. Ik weet het aan de zware behandelingen. Iedere keer weer zei ik tegen haar: ‘Het is nu zwaar, maar dat is alleen maar om écht te genezen.’ Aan haar ziekbed vertelde ik over de reizen die we zouden maken, over de recepten die ze me nog moest leren zodat ik het lekkerste eten voor haar zou kunnen klaarmaken wanneer haar eetlust zou terugkomen.

Mama heeft geprobeerd me voor te bereiden op haar dood, maar daar werd ik alleen maar boos van. Ze zou genezen, punt uit. Ik nam onbetaald verlof om bij haar te zijn, ging alleen naar huis om te slapen. En op zo’n nacht is ze gestorven. Helemaal alleen. Toen ze me belden van het ziekenhuis raakte ik in shock. Ik belde uiterst kalm naar mijn broer en zus, mijn broer pikte me op en we reden naar het ziekenhuis. Daar lag ze, mijn mama. Het was alsof ik toen pas besefte dat ze veel te ziek was geweest om nog te vechten, en dat het een hopeloze strijd was geweest. Mama’s huis werd verkocht – mijn vader stierf in een ongeluk toen ik drie was – en het geld werd verdeeld onder de drie kinderen. Ik herinner me nog dat moment dat ik naar mijn bankrekening keek en er zomaar zevenenzestigduizend euro op stond…

“Winkelen, dat vond ik leuk. Alleen als ik iets nieuws had gekocht, verdween het lege gevoel in mijn hoofd even”

Ik had geen plan met het geld van mijn erfenis. Mijn eerste idee was om een appartement te kopen, maar alleen al de gedachte aan zoeken naar een geschikte plek maakte me moe. Mijn hoofd zat te vol, mijn hart was te leeg. Ik zou het later wel doen. Ik was zo verdrietig dat ik zelfs niet kon gaan werken. Mijn huisarts schreef me wat tijd thuis voor. ‘Je moet doen wat je leuk vindt,’ zei hij, ‘even alleen aan jezelf denken.’ Winkelen, dat vond ik leuk. Alleen als ik iets nieuws had gekocht, verdween het lege gevoel in mijn hoofd even naar de achtergrond. Een klein pleziertje mocht ik mezelf wel gunnen, vond ik… Voor het eerst in mijn leven kon ik gaan shoppen zonder te denken aan de rekeningen die thuis nog op me lagen te wachten. Ik kocht mijn allereerste nieuwe wagen. Oké, ik ging flink over mijn geplande budget, maar het deed zo’n deugd om te kunnen zeggen: ‘Ik neem hem.’ Alsof ik meetelde, gezien werd. Dat werd shoppen voor mij: het enige moment waarop ik het gevoel had dat ik bestond. Een horloge van vijftienhonderd euro? Ik knipperde niet eens met mijn ogen.

Verkopers en verkoopsters waren vriendelijk, ik voelde me gekoesterd. Natuurlijk was het nep, dat wist ik ook wel. Maar het was het beste wat ik had op dat moment. Toen ik na drie maanden weer aan de slag moest – mijn huisarts dacht dat het beter voor me zou zijn – leefde ik van stresspiek naar stresspiek. Collega’s die kwamen vragen of het ging, hun hulp aanboden: ik vond het verschrikkelijk. Het was zo goed bedoeld, maar ik wilde niet nadenken over wat ik voelde, over hoe slecht het met me ging. Dus ging ik tussen de middag naar buiten. En voor ik het wist stond ik in een winkel af te rekenen.
Ik begon online te shoppen, vulde er mijn avonden mee. Als ik naar mijn rekening keek, brak het koude zweet me uit. Ik kon geen appartement meer kopen, ik had niets zinvols met mama’s erfenis gedaan. Maar dan suste ik mezelf: ik had geen kinderen, ik zou dat geld wel terug bij elkaar sparen.

Anderhalf jaar na mama’s dood was al het geld op. Soms denk ik: Hoe kan dat nu? Zoveel heb ik echt niet opgemaakt, maar het is écht zo. En ik heb er niets tastbaars voor in de plaats. Geld waar mijn mama zo hard voor heeft gewerkt, heb ik gewoon verbrast. En pas toen ik haar laatste euro’s had uitgegeven, ben ik hulp gaan zoeken. Ik ben nu in traumaverwerking, blijkbaar was de shock van haar dood gewoon te groot voor me, en ik probeer iets te doen aan mijn koopverslaving. Da’s moeilijker dan het lijkt, want bij élke moeilijke dag, élke confrontatie of élk verdriet dat ik voel, wil ik gaan shoppen. Ik weet dat het oppervlakkig is en mijn verdriet niet wegneemt, maar neemt wel meteen de scherpte van de pijn weg. Ik begon te kopen om het verdriet te versmachten, zegt mijn therapeut, net zoals iemand anders veel begint te eten, zich uithongert of naar drugs grijpt. Wat ik heb, is echt een verslaving, ik moet afkicken. Ik krijg oefeningen, leer met vallen en opstaan mijn verdriet niet weg te kopen. Ik probeer er aan te werken, elke dag opnieuw. Voor mezelf. En voor mama.”

(Tekst: Frauke Joossen)

Lees meer “Mijn verhalen”…: