professor-schermgebruik-kinderen

Hoe ga je om met schermgebruik bij kinderen en jongeren? Tips van professor Reitske Meganck

Smartphone, tv, laptop, tablet: beeldschermen zijn niet meer weg te denken. Maar hoe schadelijk ís dat nu eigenlijk voor onze kinderen en jongeren? Redactrice Goele vroeg het aan Reitske Meganck, die er onderzoek naar deed én een boek schreef.

Wie is Reitske Meganck?

• Professor aan de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen aan de UGent.
• Haar onderzoek concentreert zich op identiteitsontwikkeling in transitiemomenten, zoals adolescentie en moeder worden.
• Ze heeft haar eigen praktijk psychotherapie in Gent, waar ze zowel jongeren als volwassenen begeleidt.
• Mama van twee kinderen: een zoon van vijftien en een dochter van zes.
• Auteur van het boek ‘Nooit meer alleen’, over opvoeden en opgroeien in een wereld vol schermen.

‘Ik spendeer te veel tijd op mijn smartphone’. Deze stelling uit een onderzoek van Digimeter – dat jaarlijks het gebruik van de digitale technologie bij Vlamingen analyseert – werd door 68% van de jongeren tussen de 18 en 24 jaar bevestigd. 49% zegt zelfs verslaafd te zijn, met een gemiddelde schermtijd van 230 minuten per dag. En dat digitale gebruik begint op altijd maar jongere leeftijd: het onderzoek ‘Apen-staartjaren’ – dat tweejaarlijks het mediagebruik van 6- tot 18-jarigen in kaart brengt – geeft aan dat de leeftijd waarop kinderen een smartphone krijgen geleidelijk aan lager wordt.

Tijd voor actie, Reitske? Bijvoorbeeld door sinds september de smartphone te verbieden in middelbare scholen. Vind jij dat een goede zaak?

Reitske Meganck: “Het is een eerste stap en vooral een mooi signaal: gezinnen hoeven deze uitdaging niet alleen te dragen. Als hele maatschappij stellen we ons vragen bij schermgebruik. Logisch ook: achter al die apps en sociale media zitten verdienmodellen, waarbij bedrijven die inhoud zo verslavend maken opdat we zouden blijven kijken. We kunnen van jongeren – met een nog niet volledig ontwikkeld brein – onmogelijk verwachten dat ze zelf hun tijd op die schermen kunnen limiteren. En als ouder kun je er ook niet de hele dag bovenop zitten. Er is dus eerder een culturele verschuiving nodig, en ik ben overtuigd dat die er nog komt. Ik denk dat we het over een aantal jaar helemaal niet meer zo gangbaar zullen vinden om een twaalfjarige een smartphone te geven met alle functionaliteiten, maar eerder een gsm met enkel opties om te bellen en muziek te beluisteren.”

Volgens jou moeten wij, volwassenen, wel eerst in eigen boezem kijken. In je boek wijd je veel aandacht aan het schermgebruik van ouders. Waarom is dat zo belangrijk?

“Wil je het schermgebruik van je kind onder controle houden, start dan bij jezelf. Hoe kunnen we verwachten dat jongeren hun schermpjes vaker aan de kant leggen, als we dat zélf niet doen? Want laten we eerlijk zijn: ook volwassenen zitten vaak te veel op hun scherm. Al wil ik zeker niet met het vingertje wijzen, ik moet mezelf ook bedwingen, hoor. Hoe verleidelijk is het niet om in de wachtzaal bij de dokter snel even te scrollen of een mail te beantwoorden? Ik probeer dan op zulke momenten bewust mijn gsm níét op te pakken. Het is in elk geval een goede oefening om stil te staan bij hoe afhankelijk je bent van je telefoon.”

Je richt je tot alle ouders, maar vooral jonge ouders raad je aan om die smartphone vaker aan de kant te leggen. Waarom is dat?

“Voor kinderen die nu geboren worden, zijn die schermen er al van in het begin. En ook al gaat het bij schermgebruik heel vaak over adolescenten, de ontwikkeling en opvoeding starten al veel vroeger. Scrollen terwijl je je kindje voedt, lijkt misschien onschuldig, maar dat is het niet. Jonge kinderen zijn nog erg afhankelijk van relaties met anderen. Ze beseffen nog niet dat ze een eigen persoon zijn, dat leren ze door interacties met anderen. Op momenten dat mama of papa dus gefocust is op de smartphone, is die niet beschikbaar voor het kind. Ouders hebben soms zelfs helemaal niet door dat hun kleintje om aandacht vraagt. En hoe vaker een kind geen reactie krijgt, hoe vaker het de ervaring krijgt dat het niet bestaat, met alle psychische gevolgen van dien. Nog zo’n klassieker bij huilende kleine kinderen: ze sussen met een filmpje op de tablet. Verleidelijk, maar geen goed idee. Zo’n klein kindje heeft écht die menselijke aandacht nodig.”


Zelf zoekende

Jij hebt zelf twee kinderen, bent professor en expert, maar je schrijft dat je zelf zoekende bent. Dus ook bij jou zijn er schermen in huis?

“Natuurlijk! Zelf spendeer ik relatief weinig tijd op mijn smartphone, maar ik werk bijna de hele dag op de laptop, en hoewel ik weinig bezig ben met sociale media, klik ik vaak door naar een interessant artikel of scrol ik al eens op LinkedIn. Mijn zoon van vijftien maakt zijn huiswerk op de laptop, maar is ook dol op gamen. En sinds hij naar het middelbaar gaat, heeft hij – net als bijna alle jongeren – een smartphone. Ik had dat liever anders gezien, maar zou ook niet willen dat hij als enige van de klas géén smartphone heeft. Als tiener wil je niet anders zijn dan de rest, en dat geeft dan voor mij als ouder de doorslag. We leggen geen strenge regels op, maar praten wel met hem over zijn schermgebruik. Toen we merkten dat hij wel héél veel aan het gamen was, hebben we voorgesteld om er een maximum op te zetten. Mijn dochter is zes, over haar schermgebruik heb ik nog meer controle. Maar ook zij kan al niet wachten tot ze zelf een gsm heeft. Logisch natuurlijk, kinderen willen graag groot zijn. Dat is nooit anders geweest.”

We hadden het hierboven al even over filmpjes op de tablet of tv. Belgisch neuropsychiater Theo Compernolle waar-schuwde dit jaar voor het verslavende effect van kinderseries als ‘Cocomelon’.

“Heel wat kinderprogramma’s zijn inderdaad zo gemaakt dat ze verslavend zijn. Ze hebben bijvoorbeeld geen duidelijk opbouwende verhaallijn met een begin- en eindpunt, en tonen felle, flitsende kleuren. We kunnen het kinderen niet kwalijk nemen dat ze willen blijven kijken, maar het is zeker niet aan te raden. Kies dus bewust wat je je kleuter voorschotelt: bij voorkeur afleveringen met een verhaal, een spanningsboog en een duidelijk einde. Verder is het goed om sámen te kijken. Dan kun je niet alleen zien naar wat je kind kijkt, maar kun je ook babbelen over de inhoud. Die actieve vorm van tv-kijken, is beter dan passief kijken.”

Toch is het soms verleidelijk om je kind voor de tv te zetten tijdens het koken of het strijken. Hoe pak jij het aan?

“Ik ben de laatste om kritiek te uiten. Bij ons thuis staat de tv elke dag aan, ook al zou ik het anders willen. Als mijn jongste na school nog naar de opvang is geweest, is het soms een uitdaging om haar nog aan het spelen te krijgen. Maar we hebben wel enkele regels. Tijdens de week mag mijn dochter bijvoorbeeld enkel naar Ketnet kijken. In het weekend mag ze wel al eens iets op Netflix bekijken, want dat wil ze zelf heel graag. YouTube vermijd ik liever. Zelfs op YouTube Kids krijgen kinderen door het doorklikken al snel inhoud te zien die ik niet oké vind. Wat ook helpt, is dat we een open keuken hebben, dus we praten weleens over de dingen waarnaar ze kijkt. Mijn zoon is een stuk ouder, daar voel ik dan weer andere uitdagingen. Hij is niet zoveel bezig met sociale media, maar is wel een gamer. Omdat ook spelletjes heel verslavend zijn, proberen we in samenspraak met hem goede regels op te stellen, en dat gaat dan vooral over een begrenzing in tijd. Op zijn smartphone mag hij maximaal twee uur per dag. Maar wat voor óns gezin werkt, werkt daarom niet noodzakelijk voor andere gezinnen. Denk dus als ouder zelf na over de regels. Een absoluut verbod lijkt mij trouwens geen goed idee. Dat maakt het allemaal nóg verleidelijker, en kinderen willen nu eenmaal graag wat hun klasgenootjes ook doen.”

Extreme ideeën

Soms loopt schermgebruik volledig uit de hand. Vorig voorjaar was er de serie ‘Adolescence’, over een op het eerste gezicht onschuldige jongen die een vriendinnetje vermoordde. Hij werd meegezogen door vrouwonvriendelijke boodschappen op het internet.

“Die serie is gelukkig niet waargebeurd, maar wel geïnspireerd op een reeks daaraan gelinkte geweldincidenten. En ze toont wel wat het internet kán doen, hoezeer het een jongere volledig kan beïnvloeden. Dit is natuurlijk een heel extreem voorbeeld, zo’n vaart loopt het gelukkig meestal niet. En dat jongeren weleens extreme ideeën hebben of op de barricade gaan staan, is altijd al zo geweest. De adolescentie is nu eenmaal de periode waarin ze heel hard op zoek zijn naar hun eigen identiteit. Alleen is het nu veel gemakkelijker om extremen op te zoeken en gelijkgestemden te vinden. Het wordt pas echt gevaarlijk wanneer je kind de voeling met de realiteit verliest. Zolang er nog voldoende contact is met de reële wereld en ze ook andere ideeën te horen krijgen én accepteren dat er andere ideeën zíjn, zit het goed. Daarom zijn hobby’s belangrijker dan ooit: denk maar aan een teamsport of de jeugdbeweging. Daar komen ze in contact met jongeren uit verschillende contexten en met verschillende ideeën, maar zoeken ze toch een weg samen. En ik raad ouders aan om samen te eten en regelmatig te praten over wat je ziet op het internet. Zo kun je luisteren naar waar je kind mee bezig is én waar nodigtegengewicht bieden.”

En dan is er nog die focus op het uiterlijk. Extreme diëten, fitnesshypes, of wondercrèmes die tieners een mooiere, acnevrije huid beloven…

“Ook hier is het vooral belangrijk om te blijven praten. Ga het gesprek aan en voel aan waar je kind mee bezig is. Zorg dat het beseft dat niet alles op het internet realistisch of ‘de waarheid’ is. ‘Waarom zouden influencers liegen?’, vroeg mijn zoon onlangs. Het was een goede manier om het gesprek te openen. Zo kon ik hem uitleggen dat makers op het internet echt niet alleen juiste inhoud willen verspreiden, maar vooral zoveel mogelijk clicks en likes willen scoren.”

Opmerkelijk: bijna één op de vier jongeren tussen de 15 en 24 jaar oud lijdt aan een angststoornis en/of depressie. Zie jij een verband met die schermen?

“Schermen hébben een invloed, maar er zijn natuurlijk meer factoren die bepalen of iemand het moeilijk krijgt. Al is het wel bewezen dat pubers die meer schermen kijken, zich slechter in hun vel voelen. En dat socialemediagebruik een negatiever zelfbeeld in de hand werkt. Jongeren kunnen zichzelf namelijk continu vergelijken met anderen. Dat geldt trouwens ook alweer voor volwassenen. Al die mama-influencers kunnen je serieus onzeker maken. Zelfs als ze ‘ploeteren’, lijken ze dat met de glimlach te doen. Dus laat ik afsluiten met een boodschap voor al die ouders: wees niet te streng voor jezelf. Als je zelf regelmatig je scherm bewust aan de kant legt en je kind voldoende slaapt, beweegt en speelt, ben je echt al goed bezig.”

“Hoe kunnen we verwachten dat jongeren hun schermpjes vaker aan de kant leggen, als we dat zélf niet doen?”
“Als mama laat ik mijn zesjarige dochter liever niet naar YouTube kijken. Zelfs op YouTube Kids krijgen ze door het doorklikken al snel inhoud te zien die ik niet oké vind”

Hoe voorkom je dat schermgebruik problematisch wordt?

1 Spreek regels af die passen bij júllie gezin. Voor kleine kinderen zijn er enkele richtlijnen van Kind& Gezin: onder de twee jaar liever geen schermpjes; bij kinderen van twee tot vier jaar: maximaal één uur per dag.

2 Leg geen algemeen verbod op, maar zorg dat er voldoende schermvrije tijd en ruimte is. Jonge kinderen hebben dan tijd voor vrij spel, voor oudere kinderen is die tijd belangrijk als tegengewicht voor de verslavende filmpjes en games.

3 Praat met je kinderen. Met jonge kinderen kun je samen naar tv kijken en bespreken wat je ziet, met je oudere zoon of dochter kun je het hebben over wat hij of zij ziet op het internet en duidelijk maken wat de risico’s zijn. Natuurlijk is het tijdens de puberjaren niet altijd gemakkelijk om gesprekken te voeren, maar maak altijd duidelijk dat je beschikbaar bent voor een gesprek.

4 Stimuleer je kind om hobby’s te hebben, zo komt het in contact met verschillende jongeren en verschillende meningen.

5 Geef zelf het goede voorbeeld en hou je eigen schermgebruik onder controle.

Meer artikels voor (jonge) ouders:

“Mijn moederhart brak toen ik zag hoe ongelukkig Julien was. Hij kwam vaak in tranen de school uit”
Laurence woonde twee jaar in Amerika met haar gezin
Kind naar de buitenschoolse opvang? “Je hoeft je als ouder zéker niet schuldig te voelen”

Partner Content

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."