Mijn verhaal: Liesbeth vond de liefde bij de man van haar overleden vriendin

Mijn verhaal: Liesbeth vond de liefde bij de man van haar overleden vriendin

Liesbeth (48): “Toen ik dertig jaar geleden aan mijn studies verpleegkunde begon, leerde ik Charlotte kennen. Ik was een jong veulen van 18 terwijl zij 21 was, maar het klikte meteen. We geraakten snel goed bevriend en studeerden samen op kot, maar gingen ook winkelen, sporten en regelmatig een glaasje drinken. Charlotte was een positief en levendig iemand, ondanks het feit dat ze al heel wat ongeluk in haar leven had gekend. Ze was immers nog volop aan het herstellen van een hersentumor… Studeren was dus voor haar geen evidentie, maar als er iemand wilskracht had, dan was het Charlotte wel. Na alles wat ze al had meegemaakt, was ze vastberaden om verpleegster te worden en later zelf op een revalidatie-afdeling te gaan werken. Ik bewonderde haar moed, doorzettingsvermogen en vastberadenheid enorm.

Charlotte en ik studeerden samen af en ons leven kon beginnen. Ook al woonde ze 45 kilometer verder, we bleven contact houden. We waren allebei single en samen met andere vriendinnen gingen we regelmatig op stap. Babbelen, lachen, een weekendje weg … We maakten het nooit te lang of te ver voor haar, maar genoten gewoon altijd van onze fijne tijd samen.

En toen leerde Charlotte Geoffrey kennen. Ze werden halsoverkop verliefd en begonnen een relatie. Ik vond hen een geweldig koppel: ze begrepen elkaar, want net zoals zij, was hij in zijn jeugdjaren ziek geweest. Ik hoorde Charlotte minder vaak, maar ik wist dat ze gelukkig was. En ik was gelukkig voor haar. Als we elkaar zagen of hoorden, was alles meteen als vanouds.

Het nieuws sloeg in als een bom: Charlottes hersentumor was teruggekeerd.

Zo’n jaar later rinkelde de telefoon. Het was Charlotte met vreselijk nieuws: ze vertelde me dat haar hersentumor was teruggekeerd. Het nieuws sloeg in als een bom. Ik kon het maar niet plaatsen, en als ik bij haar op bezoek ging, wist ik niet goed hoe ik ermee moest omgaan. De tumor was agressief en ik vreesde dat Charlotte de strijd moeilijk kon winnen. Ik begon stilaan afscheid te nemen, ook al was dat zó verschrikkelijk moeilijk.

Ondanks de zware periode die Charlotte en Geoffrey doormaakten, besloten ze in het voorjaar te trouwen. Het werd een korte, pakkende ceremonie in het stadhuis, in het bijzijn van de dichtste familie. Vlak na het ja-woord keerde ze terug naar het ziekenhuis: naar huis gaan, was geen optie. Daarvoor was ze te ziek. Geoffrey week geen seconde van haar zijde. Ik vond het ongelofelijk mooi wat hij voor haar deed.

Ik herinner me dat we na de zomer afspraken dat ze bij me zou langskomen. Ik was op dat moment nog steeds single en was verhuisd naar een appartement. Op 11 november kon ik ze verwachten. Maar toen kreeg ik telefoon van haar man, Geoffrey. Hij vertelde dat het snel achteruitging met Charlotte en vroeg me om raad – als verpleegkundige kon ik hem dat geven. Ik zocht met hem mee naar behandelingen, ook in Nederland, en wilde haar vertellen dat er nog heel wat opties waren eens ze zich beter zou voelen. Nu besef ik pas dat ik ontkende hoe slecht het met haar ging.

De ontnuchtering kwam er op 20 oktober.­­ Ik herinner het mij als de dag van gisteren: toen ik Charlotte bezocht in het ziekenhuis, lag ze in coma en zag ze er zo breekbaar uit. Ik zag met eigen ogen hoe ernstig ze eraan toe was, en vond het hartverscheurend om te zien dat haar leven op een einde liep. Ik ben niet heel lang gebleven en ging samen met Geoffrey een kop koffie drinken in de cafetaria. Ik zat met hem in: hoe ging het met hem? Had hij nood aan een gesprek, een wandeling? Ik wilde hem een hart onder de riem steken, terwijl ik het zelf niet kon plaatsen.

Geoffrey belde me op het werk: Charlotte was overleden.

De dag erna, 21 oktober, staat in mijn geheugen gegrift. Geoffrey belde me op het werk: Charlotte was overleden. Ik had verwacht dat het snel zou gaan, maar zo snel, dat had niemand zien aankomen. Een diepe rouw volgde. Ik was verslagen, voelde me doodmoe, verdwaasd. En dan kon ik me zelfs nog niet voorstellen hoe Geoffrey dit doormaakte.

We schreven naar elkaar, want een computer hadden we nog niet. En we lieten de afspraak op 11 november toch doorgaan. We babbelden over Charlotte, onze liefde voor haar, het enorme verdriet dat we voelden. Het deed zoveel deugd. Nadien bleven we elkaar regelmatig zien, zonder dat er gevoelens in het spel waren.

Voor ik het wist, brak de kerstperiode aan. Toen Marlies, een gemeenschappelijke vriendin, me belde, vroeg ze hoe het in de liefde ging. Haar vraag overviel me. Ik besefte dat ik niet alleen uitkeek naar Geoffrey’s brieven en komst, om over Charlotte te praten. ‘Je bent niet alleen’, zei ze. ‘Ik denk dat hij ook iets voor jou voelt.’ Ik wist niet wat ik hoorde, en hoe meer ik erover nadacht, hoe meer kriebels ik voor Geoffrey voelde.

Dat doe je toch niet, zo kort na Charlottes heengaan? Wat had zij daarvan gevonden?

Het voelde raar om hem daarna terug te zien. Dat doe je toch niet, zo kort na haar heengaan? Wat had zij daarvan gevonden? Ik wilde Charlotte, mijn vriendin, helemaal geen onrecht aandoen. En ik wilde zeker ook geen ‘vervangster’ zijn. Dat was geen optie, want Charlotte en ik, wij waren zo anders …

De gevoelens tussen Geoffrey en mij groeiden langzaam, maar zeker. De eerste kus volgde voorzichtig. We waren verscheurd, en probeerden onze liefde voor elkaar nog tegen te houden, maar er was geen weg terug. Ook al was het, écht waar, niet gemakkelijk. Er was het rouwen, maar ook de blijdschap. Er was het diepe verdriet en het alleen willen zijn, maar ook de warme verbondenheid. Wij waren elkaars ‘type’ ook niet, maar toch was er aantrekking. Het jaar waarin we een koppel werden, ging over berg en dal. En alles ertussenin.

Toen ik in mei van het volgende jaar geopereerd moest worden, trok ik tijdelijk bij hem in, omdat ik wat hulp nodig had. Daarna ben ik nooit meer teruggekeerd naar mijn single appartement. Ondanks alles waren we intens gelukkig samen en het jaar daarop besloten we te trouwen. Eerst voor de wet, daarna voor de kerk. Ik trouwde in een blauwe rok met een mooi jasje: een witte jurk wilde ik niet, uit respect voor Charlotte.

Onze huwelijksdag was emotioneel en liefdevol. Het tekstje dat in Charlottes doodsprentje staat, gebruikten we tijdens de plechtigheid als eerste lezing. We hebben veel aan haar gedacht. We spraken openlijk uit dat onze liefde een hemels geschenk is, iets om héél dankbaar voor te zijn, te koesteren en elke dag te vieren. Ik vertel mijn man altijd dat het mooiste wat Charlotte had, ze aan mij heeft gegeven.

Het mooiste wat Charlotte had, heeft ze aan mij gegeven.

Liefde overwint alles, zeggen ze, en dat klopt helemaal. 18 jaar later zijn we nog steeds dolgelukkig met z’n tweetjes, maar vooral ook heel dankbaar. We vieren onze liefde door gelukkig te zijn met de kleinste dingen. En Charlotte, die heeft nog altijd haar eigen plekje in ons huis. Er brandt een kaars bij haar, elke dag. Want liefde, die kent de grens van het sterven niet …

Coverbeeld: iStock

Meer ontroerende verhalen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)