Perfecte pannenkoeken: 5 tips voor succes

pannenkoek

Pannenkoeken, da’s altijd feest. Maak van pannenkoeken jouw succesrecept met deze tips, trucjes en variaties!

Pannenkoeken bakken: het basisrecept

Dit heb je nodig (12 stuks):

  •  250 g zelfrijzende bloem
  • 500 ml melk
  • 3 eieren
  • 1 zakje vanillesuiker
  • boter of olie om te bakken

Zo maak je ze:

  1. Zeef de bloem met de vanillesuiker. Maak in het midden een kuiltje, breek daarin de eieren. Roer alles door elkaar met een garde.
  2. Schenk er in een straaltje de helft van de melk bij. Roer tot een glad mengsel zonder klontertjes.
  3. Klop dan de rest van de melk door het beslag, zodat het lichter wordt.
  4. Bak de pannenkoeken in een grote koekenpan, in hete boter of olie.

5 tips voor gegarandeerd succes

  1. Laat het beslag, nadat het gemengd is, minstens een uurtje rusten in de koelkast: zo krijg je een gladdere pannenkoek met een betere structuur.
  2. Pannenkoeken bak je best in een pannenkoekenpan van gietijzer. Was de pan nooit af, maar veeg ze na gebruik schoon met huishoudpapier. Heb je zo’n pannenkoekenpan niet in huis? Dan is een pan met antiaanbaklaag ook een goede keuze.
  3. Laat de pan goed heet worden en vet ze in voor je er je beslag in schept. Dan is het even zoeken naar de juiste temperatuur om je pannenkoeken te bakken. Laat het beslag stollen: als het bovenaan niet meer vloeibaar is en de randjes bruin beginnen te kleuren, mag je de pannenkoek omdraaien. Bak nog even verder aan deze kant tot hij bruin is. Stapel de pannenkoeken op een bord en dek af met een tweede bord of met aluminiumfolie: zo blijven ze nog een tijdje warm.
  4. Bakken de pannenkoeken snel aan? Draai het vuur een beetje lager en roer een scheut olie of gesmolten boter door je kom met beslag.
  5. Vervang wat van de melk in het beslag door bier of spuitwater: dat maakt de pannenkoeken lekker luchtig.

Bekijk hier hoe je een basisbeslag maakt:

Wat drinken we erbij?

Bij een smakelijke pannenkoek hoort een bijpassend drankje.

Wat dacht je van een chocokoffiemelk om het plaatje compleet te maken, of dé klassieker: echte chocolademelk. Ijskoud in de zomer, heerlijk warm in de winter.

Crêpe, pancake, flensje?

Is er een verschil tussen de benamingen die we soms aan pannenkoeken geven? Ja hoor! Het verschil zit ‘m in de grootte en dikte.

Een crêpe is flinterdun en heeft een groter formaat. Een flensje is een synoniem voor crêpe. De bekende variant is uiteraard de crêpe Suzette. Het recept vind je hierboven.

Een pancake is kleiner en dikker. Denk aan de typische stapel american pancakes, overgoten met stroop en boter. Ze worden vaak gemaakt met karnemelk en extra rijsmiddelen zoals baksoda. Zo zijn ze extra luchtig. Ontdek in het recept hierboven hoe je zo’n stapel pancakes met vanilleroom en ahornsiroop maakt. Om van te watertanden!

Andere varianten op de pannenkoek zijn:

Onze favoriete toppings

Naast klassiekers, zoals bloemsuiker, bruine suiker of kandijsuiker, kiezen de Vlamingen ook massaal voor deze toppings:

  • Gekaramelliseerde appeltjes en kaneel
  • Warme chocoladesaus met een bolletje vanille-ijs
  • Blauwe bessen met opgeklopte room
  • Hazelnootpasta
  • Kokosschilfers, stukjes chocolade en bruine suiker
  • Banaan en karamelsaus

Ga dus zelf aan de slag met pannenkoekenbeslag, de mogelijkheden zijn eindeloos!

Met deze spullen zorg je voor een geslaagde pannenkoek:

Lees ook:

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)