Lang leve lavendel: tips en tricks van onze tuinexpert

Lang leve lavendel: tips en tricks van onze tuinexpert

Met z’n heerlijke geur en prachtige paarse kleur zorgt lavendel voor dat zalige vakantiegevoel, en dat gewoon in je achtertuin of op je terras. Onze tuinexpert Laurence Machiels deelt haar tips en tricks om optimaal te genieten van jouw lavendelstruik.

Op de bodem

Leg op de bodem van je pot 3 tot 5 cm lavakorrels, grind of potscherven en vul aan met potgrond voor mediterrane planten. Geef lavendel in pot een keer per week water en geef tussen april en augustus twee tot drie keer meststof voor lavendel (tuincentrum).

Absolute terrastopper

Hou je lavendel liever op je terras, neem dan een compacte lage als ‘Little Lottie’ of ‘Granny’s Bouquet’, of de heel sierlijke kuif- of vlinderlavendel (Lavandula stoechas), met vleugeltjes op de toppen van de bloemen. Hij kan helaas niet goed tegen de vorst; ’s winters haal je de pot naar binnen. Geef lavendel altijd veel ruimte en licht; tussen overhangende planten kwijnt hij weg.

Droog, droger, droogst

Lavendel heeft veel zon nodig, en wil droog staan – het is tenslotte een Provenceplant. Te weinig licht of te veel nattigheid zijn, naast het vergeten snoeien, de belangrijkste oorzaken van een zieltogende lavendelplant. Heb je een tuin met zware, natte grond, plant dan liever kattenkruid (Nepeta racemosa ‘Walker’s Low’), met een al even mooi grijs blad en een massa lavendelblauwe bloemen, de hele zomer lang. Kattenkruid geurt ook, maar niet naar lavendel.

Een hete, droge zomer? Als er één plant geen last van heeft, dan is het wel lavendel!

Niet gieten a.u.b.

Het geheim van een gelukkige lavendel is een gigaportie kalk bij de start. Meng vier keer (jawel!) de voorgeschreven hoeveelheid kalk onder de aarde, wanneer je lavendel plant. Geef daarna elke twee tot drie jaar de voorgeschreven onderhoudsdosis. Lavendel in de tuin geef je één keer water, bij het planten, en daarna nooit meer.

Snoeien is dé truc

Liever compacte bloeiende bolletjes in plaats van onderaan kale takken, bovenaan ijle scheuten en nog maar heel weinig bloemen? Snoei een eerste keer in april, zodra de jonge scheuten tevoorschijn komen. Knip de planten tot de helft in, maar ga nooit dieper dan het onderste paar blaadjes; op kale stengels loopt de plant niet meer uit. Snoei je lavendel een tweede keer na de bloei, tegen eind augustus of in september, zodat hij weer mooi in vorm komt.

Wie knabbelt er aan mijn blaadje?

Niet alleen wij vinden lavendelgeur heerlijk, ook hommels, bijen en vlinders, vooral koolwitjes, zijn er dol op, terwijl bladluizen en mieren er net voor op de loop gaan. Daarom vormen rozen en lavendel zo’n nuttige combinatie: de lavendel houdt de rozen (deels) bladluisvrij.

Wordt er aan de blaadjes geknabbeld? Dat is het werk van het rozemarijnhaantje, dat ook van je rozemarijn en salie eet. Laat hem bij maar een beetje schade zitten, dit glimmend kevertje is héél mooi om naar te kijken. Anders vang je hem simpelweg met de hand.

Rozemarijnhaantje
Rozemarijnhaantje – Beeld: Getty Images

De geur bewaren

Wil je wat langer genieten van die heerlijke lavendelgeur? Dat doe je door takjes lavendel te laten drogen en in zakjes te doen:

  • Knip lange stengels waarvan de bloempjes nog niet allemaal open zijn.
  • Bind ze in bosjes en hang ze 2 tot 4 weken in een droge, donkere ruimte.
  • Ris er de bloempjes af en doe ze in linnenzakjes.
  • Brand de takjes in de open haard of in een vuurschaal.

Eigen kweek

Lavendel kun je makkelijk zelf stekken. Zo doe je het:

  • Hou van de snoei eind augustus takjes van zo’n 10 cm lang opzij, die onderaan wat houterig zijn en bovenaan frisse blaadjes vertonen en ris 2 à 3 cm van de onderste blaadjes af.
  • Vul een bak of enkele potten met stek- of zaaigrond, maak nat en duw de stekjes ruim 1 cm in de grond. Dek af met plastic en plaats de bak op een warme plek met veel licht maar uit de directe zon.
  • Controleer elke drie tot vijf dagen of de grond nog vochtig is. Besproei voorzichtig.
  • Na twee tot drie weken beginnen de stekken te groeien, en mag de bedekking eraf. Na twee maanden verpot je de stekjes elk naar een apart potje. De lente daarop mogen ze in de tuin.

Tekst: Laurence Machiels, coverbeeld: Getty Images

Dit is ook iets voor jou:

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)