Getty Images

Anne Davis schrijft een brief aan haar hippiekleindochter

4 weken lang schrijft Anne Davis een brief naar een belangrijke persoon. Deze keer de laatste: een brief voor haar hippiekleindochter over wie ze zich zorgen maakt.

Liefste hippiekleindochter, of nee, een hippiemeisje ben je allang niet meer. Een rebelse tiener eerder. Een piepjonge vrouw die niet goed in haar vel zit. Maar nog altijd mijn kleindochter, dat wel. Stiefkleindochter eigenlijk, maar toen ik je voor het eerst zag, voelde ik me meteen je oma.

Als stiefmoeder moet je een beetje afstand houden, omdat de echte ouders de grote beslissingen moeten nemen, maar als stiefoma mag je jezelf zijn. Ik werd nanny
Annie, net als de andere twee nanny’s die elk hun voornaam mee in de titel kregen. Ik zag je niet zo vaak als ik wilde, want ik moest om de week naar België, maar als je kwam, was ik je kameraad. We speelden dan uren in de logeerkamer, waar ik moest slapen met de gordijnen dicht, en dan maakte jij me wakker door keihard te schreeuwen en dan moest ik nog veel keiharder schrikken.

Of we speelden met de bedeltjes van mijn zilveren armband, die open konden: een kerk met een bruidspaar erin, een fototoestel dat je openklikte, zodat het vogeltje te zien was…
Ik heb me altijd voorgenomen dat die armband later voor jou zou zijn. Nu vrees ik dat je zult denken: wat moet ik met zo’n stomme, ouderwetse bedelarmband?

Thuis werd je heel beschermd opgevoed. Er was geen televisie, tijd op de computer was heel beperkt, en je at alleen maar vegetarische, gezonde dingen. Er werd veel geknutseld en getekend, en later kreeg je een naaimachine voor Kerstmis, waarop je kleren maakte, eerst voor je poppen, daarna voor jezelf.

Maar eens in het jaar mochten jij en ik samen op stap voor je verjaardag, een traditie die begon toen je zes was. We gingen shoppen, en pizza eten, en praatten heel veel, en altijd was de boekwinkel onze laatste stop, want je hield van de geur van nieuwe boeken en je mocht altijd iets kiezen van mij. En die dag lieten je ouders je vrij. Je mocht plastic tiara’s kopen met mij, of later rare wijde broeken, of winterjassen die niet praktisch waren. Met nanny Annie mocht dat.

“Je was de ideale dochter, die thuis gekoesterd en beschermd werd. Heel erg beschermd”

Je kwam logeren en we namen je mee naar een Italiaans restaurant, waar je met kaarsrechte rug zat en met kleine, fijne gebaren je vegetarische pizza at. ’s Avonds zat je uren en uren op bed te lezen in je nieuwe boek: de volledige werken van Shakespeare. Die had je al lang willen hebben, zei je. Je schreef zelf ook, en blonk uit in Frans, en zat op ballet, en je wist niet wat je later worden wilde: architect, of modeontwerpster, of misschien wel journalist. Alles kon, en de wereld lag voor je open. Je was de ideale dochter, die thuis gekoesterd en beschermd werd. Heel erg beschermd.

Toen ik je wilde meenemen voor een weekendje Parijs, omdat je zo van Frans hield, vonden ze je te jong. Twaalf was je toen. En toen ik vroeg of je mee mocht naar de eindejaarsshow van de Modeacademie in Antwerpen, omdat je zo van mode hield, was dat ook te ver. Terwijl je toch al veertien was, en we bij een vriendin konden logeren. Misschien waren ze té zuinig op je. Maar wie zal zeggen welke ouders het goed doen? Ik ken meisjes die veel vrijer gelaten werden, en die op dezelfde plek eindigden als jij nu.

“Op een dag ging het mis. Je verfde je kamer zwart, en als je iets niet mocht, liep je weg”

Want op een dag ging het mis. Je puberteit was moeilijk, en met de komst van covid werd je wereld op zijn kop gezet. Je moest een paar keer in quarantaine, en je ging dood van verveling in het kleine dorp waar je woonde. Je kreeg thuisonderwijs en verloor alle belangstelling, en toen het tijd werd om het gewone leven – of toch het bijna gewone leven – weer op te vatten, rebelleerde je. Je wilde niets meer, niet naar school, niet thuis zijn, niets. Je verfde je kamer zwart, en als je iets niet mocht, liep je weg. Je deed dingen die je heel zwaar in de problemen brachten.

Tijdens de lockdown ben je nog een keer blijven slapen. Je had je blonde krullen afgeknipt en zwart geverfd, je zei weinig en ik voelde hoe ongelukkig je was. Een rebellerende kleindochter is moeilijk. Een ongelukkige kleindochter ligt als een zware last op je hart. Het werd onhoudbaar thuis, voor je ouders, en voor je zusje, dat bang werd van je woedeaanvallen.

Je bent uiteindelijk bij een vriendin gaan wonen. Nu zie ik alleen zo nu en dan een foto op Facebook: een meisje dat onherkenbaar is. Niet door de zware make-up, maar wel door de boze, verdrietige blik in haar ogen. Ik stuur je berichtjes, en je antwoordt niet. Als ik aan de stiefzoon vraag hoe het met je is, zegt hij ‘moeilijk’ en zijn gezicht gaat op slot. Als ik vraag of hij je zeggen wil dat ik je mis, antwoordt hij dat je dat op dit moment van je leven niet horen wilt. Dus zwijg ik.

Straks ben je weer jarig. Vorig jaar kon ik je alleen maar vanop afstand zien, want je moest in quarantaine, alweer. Dit jaar is de afstand nog groter. Ik zal je een kaartje sturen, en wat geld. Het is alles wat ik doen kan. Ik weet niet wat er is gebeurd. Heb je te lang een rol gespeeld die eigenlijk te zwaar voor je was: die van het lieve, slimme, gehoorzame meisje? En als dat zo is, speel je dan nu ook een rol, en zul je die op een dag weer van je afschudden? Ik kan het alleen maar hopen.

Voor mij blijf je het allereerste kleinkind, en als ik heel eerlijk ben, het allerliefste. Toch.

Uit: Libelle 51/2021

MEER VAN ANNE DAVIS:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content