Anne Davis: “Als je zeventig bent, moet je tegenwoordig op de motor naar India, in een pak maatje 36”

Anne Davis: "Als je zeventig bent, moet je tegenwoordig op de motor naar India, in een pak maatje 36"

60 is het nieuwe 50, en 70 het nieuwe 60. Maar wanneer mag je dan eindelijk op een bankje gaan zitten pralines eten? Onze Anne Davis vraagt het zich af.

Vroeger, toen ik 20 was en ongelukkig, dacht ik: ‘Als ik oud ben, mag ik lekker in een schortje op de bank, pralines eten.’ Ik zag dat schortje voor me: blauw met groen was het, met een vaag bloemetje, en de pralines waren echte Hollandse kersenbonbons. ‘Oud’ was voor mij toen een jaar of veertig, maar dat heb ik later bijgesteld naar zestig, of misschien wel zeventig. Mijn lichtend voorbeeld was een oma van me, die zo’n schortje had, en die ik wel niet zo vaak kersenbonbons zag eten, maar wel soep met vetogen, of een advocaatje met slagroom. Misschien was die oma niet eens heel oud, maar ze had het duidelijk wel gehad met jong zijn, en modieus, en een beetje bij blijven. Haar wereld bestond uit soep met vetogen, en de kleinkinderen op bezoek, en veel breien. Heerlijk leek me dat, zo rustig, zonder stress.

Ik kon daar naar uitkijken. Maar wat blijkt nu? In deze tijd kán dat helemaal niet, op de bank met een schortje. Want zeventig is intussen het nieuwe vijftig geworden, of misschien wel veertig, en een mens is zo oud als hij zich voelt, en niemand voelt zich blijkbaar zeventig en klaar voor de bank en de kersenbonbons. Als je zeventig bent, moet je tegenwoordig plannen maken voor een reis naar India, op de motor, liefst in een motorpak maatje 36. En ja, natuurlijk is dat spannender dan op de bank zitten, maar soms word ik er zo verschrikkelijk moe van. Waarom is oud worden zo’n taboe tegenwoordig?

Verplicht jong te blijven

Het is een feit: we leven langer, we blijven langer gezond en we kunnen dus veel langer dingen doen die we leuk vinden. Dat is alleen maar fijn. Maar wat ik moeilijk vind, is dat jong blijven, en vooral er jong blijven uitzien, zo’n plicht is geworden. We zien foto’s van Hollywoodactrices met hun dochters en je weet niet eens wie van de twee de oudste is. Wat me trouwens behoorlijk traumatisch lijkt voor de dochters, maar dat terzijde. We lezen verhalen op Facebook over een ballerina van dik in de zeventig, die nog moeiteloos pirouettes draait terwijl haar leeftijdgenoten in een vorige generatie blij zouden zijn geweest als ze hun eigen sokken behoorlijk hadden kunnen aandoen. En op televisie hoor je een koppel van negentig ongegeneerd vertellen dat ze nog elke ochtend spannende seks hebben. Ik wil me daar eigenlijk niets bij voorstellen. Maar al weet je natuurlijk niet wat de toekomst gaat brengen, ik heb toch zo’n vermoeden dat ik, als ik 90 ben en mijn man wil spannende seks, zal zeggen: ‘Och schat, maar dat is duur hoor, een callgirl’…

En dan heb je Helen Mirren, een actrice die er inderdaad alleen maar mooier op lijkt te worden nu ze ouder wordt, en die op haar 63ste in een knalrode bikini poseerde en er beter uitzag dan menig twintigjarige. Zelf zei ze bescheiden dat de foto uit een flatterende hoek was genomen, en dat ze gewoon haar buik ingetrokken had. Dat zal best, Helen, maar het feit dat je op je 63ste in bikini op de foto wil, zegt toch veel over je zelfbeeld – en over je denkbeeldige buik.

Zestiger met sixpack

Het probleem is dat het toch onwillekeurig een druk uitoefent op gewone mensen. Je ziet reclames voor antirimpelcrèmes, gepresenteerd door uiteraard rimpelloze dames, en je denkt ‘Ja, dat is dus mosterd na de maaltijd voor mij.’ Je ziet Helen in een bikini en je weet: ‘Als ik die aandoe, is er echt niet één hoek flatteus genoeg om er net als Helen uit te zien.’ Je ziet zestigplussers met een sixpack en je weet zéker dat een keer in de week een uurtje Pilates niet genoeg is om dat resultaat te bereiken. En je voelt dat je tekortschiet.

“Je ziet zestigplussers met een sixpack en je weet zéker dat één keer in de week een uurtje Pilates niet genoeg is om dat resultaat te bereiken”

Uiteraard is het niet allemaal echt, dat weet ik ook wel. Rimpelloos op je zestigste, daar komt méér bij kijken dan een goede crème. Minstens een dosis botox en een paar goede fillers, en wie weet wel een discrete facelift. En een sixpack op de foto zou best wel eens het resultaat kunnen zijn van de nodige retouches. Maar toch.

Wat mij hindert, is dat gewoon oud worden bijna niet meer mág. Dat iemand als Brigitte Bardot, die een gezicht heeft alsof ze flink geleefd heeft, en rimpels omdat ze lekker lang in de zon heeft gezeten, verwijten over zich heen krijgt ‘omdat ze zich heeft laten gaan’. Terwijl Brigitte na vier echtgenoten en een flinke filmcarrière waarschijnlijk gedacht heeft: ‘Zo, nu ga ik me gewoon bezighouden met zeehonden en zielige dieren, en die kan het helemaal niet schelen of ik rimpels heb of niet.’ Ik vind Brigitte eigenlijk wel mooi, net zoals Jeanne Moreau mooi was toen ze oud werd, en Simone Signoret. En Judi Dench, die niet alleen prachtig is met rimpels en een wat groezelig gebit, maar die meteen ook een van de meest memorabele vrouwelijke rollen in de Bond-films heeft.

Geen beige mevrouw

Natuurlijk doe ik er net zo goed aan mee. Jaren geleden, toen mijn zoon nog klein was, zei hij tegen me: ‘Mama, je moet me beloven dat je nooit zo’n oude beige mevrouw gaat worden.’ Ik wist wat hij bedoelde: er zijn oude dames met wit haar die zich voornamelijk in pasteltinten hullen: een beige regenjas, een lichte pantalon, ongetwijfeld met elastiek in de taille, en een sjaaltje om de hals in lila of zacht turkoois. Ik beloofde mijn zoon dat ik niet zo worden zou, maar niet omdat er iets mis mee is, met een beige mevrouw zijn. Het is gewoon zo dat beige me niet staat, en als ik pastel draag, zie ik eruit alsof ik met kleren en al te vaak door de kookwas ben gehaald. Dus verf ik mijn haar en smeer ik mosterd-na-de-maaltijd-antirimpelcrèmes, en zorg ik dat ik een beetje aardig voor de dag kom in niet-beige tinten. En soms, als ik mensen zie met zo’n schitterend glad botox-voorhoofd, denk ik wel eens: ‘Zou ik?’ Maar ik durf niet. Dus verberg ik mijn rimpels onder een pony. Ik probeer vaker te wandelen dan de bus te nemen en meer gezond te eten dan niet, en mijn verslaving aan pindakoekjes binnen de perken te houden. Omdat ik nét zo ijdel ben als iedereen. Ik ga naar Pilates en zelfs naar de fitness, omdat er daar iemand is die me helpt om mijn rechterarm – de kant waar ik ooit mijn schouder brak – wat soepeler te houden. Ik doe dat voor mijn gezondheid, en ook wel een beetje omdat ik dan toch ongestraft meer chocolade kan eten dan zonder.

Bij mij in die fitness komen twee witharige dames, allebei in keurig zwart, die op twee roeitoestellen naast elkaar gaan zitten en dan uitgebreid lachen en kletsen. Roeien doen ze niet veel, maar wat geeft dat? Ze hebben enorme lol samen en ze zitten niemand in de weg. Natuurlijk is een fitnessabonnement een dure hobby, als je alleen maar op een roeitoestel gaat zitten kletsen. Maar taartjes eten is ook een dure hobby tegenwoordig. En ze lachen veel, en iedereen weet hoe gezond dat is, lachen, en hoe jong je erbij blijft.

“Als ik erover nadenk, wil ik ook nog lang niet met een schortje op de bank. Maar wat ik wél wil, is me geen schuldgevoelens laten aanpraten”

Als ik erover nadenk, wil ik ook nog lang niet met een schortje op de bank. Ik hou niet eens zo erg van kersenbonbons. Maar wat ik wél wil, is me geen schuldgevoelens laten aanpraten. Wie weet, komt er een dag dat ik mijn grijs uit laat groeien en me door het leven wil bewegen in een joggingbroek. Dan is dat MIJN beslissing, en dan hoop ik me niks van anderen aan te trekken. Best een fijn vooruitzicht.

Tekst: Anne Davis

Meer lezen van Anne Davis?

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)