Annick

Over verhalen in de aankomsthal van de luchthaven

“Misschien komt Artie over een paar jaar ook zo op me afgerend, vol vertrouwen, vol overgave”

Een vriendin komt terug van een reisje en ik heb beloofd haar op te halen in Zaventem. Ze landt heel laat, en zoals altijd ben ik ruim op tijd in de aankomsthal. Die hal is zo’n plek waar voortdurend beweging is, een komen en gaan van mensen, een soort toneel waarbij de acteurs telkens wisselen. Dus doe ik daar wat ik heel graag doe: mensen kijken en er verhalen bij verzinnen. Op een luchthaven vang je intieme fragmenten op van levens die je niet kent.

Het begint meteen goed. Schuin voor mij staat een Indiase vrouw. Ze wiebelt van haar ene voet op de andere. Plots schiet ze naar voor en vliegt ze met een verrassend krachtige sprong rond de nek van een jonge man. Hij wankelt even, lacht breed en tilt haar op. Ik hoor woorden in een taal die ik niet begrijp, maar ik zie wat ze voelen: pure vreugde, die mij zelf een beetje blij maakt.

Net als in de film

Een beetje verder staat een mooie slanke vrouw met een bruin teckeltje. Ze is prachtig gekleed en heeft een duidelijk dure handtas om haar schouder hangen. Ze straalt iets sereens uit. Het hondje heeft een chique oudroze leiband aan en staat rustig bij z’n baasje.

Op een bepaald moment spitst het beestje zijn oren. De vrouw maakt ’m los, en in één beweging duikt het kleine stoofbuisje onder de afzetting door en spurt naar een man die verschijnt. Die tilt het hondje teder op, maar zijn ogen zoeken de vrouw. Wat volgt, is de perfecte filmscène. Hij neemt haar in zijn armen en hun kus duurt eindeloos lang.

Ik word van mijn romantische wolk gehaald door de man die naast mij zit. Hij slaapt al de hele tijd en begint nu heel luid te snurken. Zo zal zijn familie hem makkelijk vinden.

Ik merk dat ik steeds breder glimlach, maar word van mijn romantische wolk gehaald door de man die naast mij zit. Die zakt nog dieper in zijn stoel. Hij slaapt al de hele tijd en begint nu heel luid te snurken. Zo zal zijn familie hem hier zo meteen wel makkelijk vinden, denk ik, en ik speur verder naar mensen waar ik een verhaal bij kan verzinnen.

Vlak voor mij staat een man wijdbeens te wachten. Wanneer zijn groepje arriveert, volgt een begroeting die nogal onpersoonlijk aandoet. Het zijn twee vrouwen en een man, en ik vraag me af of een van de vrouwen zijn partner is. Er wordt gekust, maar de kussen blijven in de lucht hangen, en er is een halfslachtige knuffel die eigenlijk meer op een schouderklopje lijkt.

Van gehaast tot verstopt

“Ik heb haast”, zegt de man, waarna hij zich omdraait en wegbeent. Zijn gezelschap, beladen met tassen en koffers, moet z’n pas versnellen om hem bij te houden. Hij draagt geen enkele koffer of tas. Het is bijna een komisch tafereel, maar het heeft ook iets triests. Wat zou hun relatie zijn, waarom is die man zo gehaast om middernacht?

Ik denk er verder niet over na, want mijn oog valt op een oudere man die zich half achter een muurtje verstopt. Hij kijkt af en toe op zijn horloge. Wat raar om je net hier te willen verstoppen. Ook geen kusser, denk ik. Even later zie ik een dame van ongeveer dezelfde leeftijd zoekend rondkijken. Wanneer ze de man achter het muurtje eindelijk ziet, loopt ze naar hem toe. Ze vallen elkaar in de armen en de man tovert een reusachtig boeket bloemen tevoorschijn. Dáárom zat hij dus verstopt, heerlijk! Dit tafereel is een duidelijk bewijs dat er op liefde geen leeftijd staat.

Een klein meisje stort zich in de armen van een vrouw in een fleurige sluier, oud genoeg om haar grootmoeder te zijn. De vrouw laat zich zakken en omhelst het meisje alsof ze haar nooit meer wil loslaten.

Plots weerklinkt er een kreet. Een klein meisje rukt zich los van haar moeder, kruipt op haar knietjes onder de omheining door en stort zich in de armen van een vrouw in een fleurige sluier, oud genoeg om haar grootmoeder te zijn. De vrouw laat zich zakken en omhelst het meisje alsof ze haar nooit meer wil loslaten. Het meisje drukt zich zo dicht mogelijk tegen de vrouw aan. Die mompelt lieve woordjes en streelt over haar hoofdje. Samen stappen ze als één persoon weg.

Plots voel ik de tranen prikken. Ik krijg een flits in mijn verbeelding, en waan me plots op de luchthaven van Melbourne, over een paar jaar. Misschien komt kleine Artie dan ook eens zo op me afgerend, vol vertrouwen, vol overgave. Misschien voel ik dan zijn kleine lijfje ook zo tegen het mijne. Op dat moment zie ik de lange gestalte van mijn vriendin. Ik wuif, sta recht en geef haar een dikke knuffel. Blij dat ze terug is. En helemaal opgeladen van zoveel zichtbaar geluk.

Nog meer columns lezen?

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."