Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Het liefst zou ik mijn herinneringen aan hem over ons drietjes verdelen”

Hannelore Bedert (38) is singer-songwriter en auteur. Ze heeft 2 kinderen, Hoppe (11) en Polly (6). Ze verloor in 2019 haar man Stijn. 

Doos vol foto’s

Met de lente in het land, trek ik opnieuw de tuin in. Het is gek hoe een mens met de seizoenen meedraait, hoe ik elk jaar opnieuw hetzelfde ritueel lijk uit te voeren. Zodra de klimplant op ons terras begint te leven, lijkt het alsof de tuin mij roept. Vroeger vond ik ‘de tuin lenteklaar maken’ een stoffige, huiselijke uitspraak, maar hey, ik ben niet voor niks 38 geworden, ik mag al eens ouderwets en huiselijk doen.

Toen ik mijn ouders vroeger in de tuin bezig zag, begreep ik niet wat daar zo leuk aan was. Het zag eruit als ‘werken’ en dat leek dus per definitie niet leuk. Wist ik veel hoeveel rust het in je hoofd kan brengen. Dus trek ik de tuin in, gevolgd door Hoppe. Soms weet ik niet goed of hij nu groene vingers heeft of gewoon graag in mijn buurt rondhangt, maar beide redenen zijn goed.

“Hoppe vraagt of ik nog ergens foto’s van Stijn heb, om in zijn kamer aan de muur te hangen”

Terwijl hij me vanuit één van de bomen gade zit te slaan, vraagt Hoppe of ik nog ergens foto’s van Stijn heb, om in zijn kamer aan de muur te hangen. Ik knik, zeg dat ik in de maanden na Stijns overlijden alle foto’s heb afgedrukt die ik maar kon vinden. In drievoud. Voor Polly, voor Hoppe en voor mezelf. En misschien vooral: om een houvast te hebben en de beelden niet kwijt te spelen, niet te vergeten. De foto’s belandden in een doos, om ze later in boeken te kleven. Maar drie jaar later zitten de foto’s nog steeds in de doos, weggestoken in de kast.

Nu Hoppe naar de foto’s vraagt, bedenk ik dat het tijd is. Dat de doos niet als een heilig object in de kast moet blijven. Vanuit de boom kijkt Hoppe me enthousiast aan. “Mag ik ze zien? Nu?” Ik schud mijn hoofd, wijs naar mijn vuile handen, zeg “vanavond” en voel opluchting omdat ik mezelf nog enkele uren tijd geef om te wennen aan het idee dat de doos straks uit de kast komt.

’s Avonds zitten we aan de keukentafel, ik aan de kop, links van mij Hoppe, rechts Polly. Ik haal diep adem en begin pakketjes foto’s uit te delen. Met grote ogen kijken de kinderen naar de hoge stapels. “Zovéél!” glundert Polly. Terwijl de kinderen door de foto’s beginnen te bladeren, sla ik hen gade. Polly lacht de hele tijd, ziet zichzelf vaak als baby in de armen van Stijn, en vraagt geregeld “is dit Hoppe of ben ik dat?” Ze kan zich duidelijk maar weinig momenten voor de geest halen.

Aan de andere kant van de tafel wordt het alsmaar stiller. Hoppe vraagt niet welk verhalen bij de foto’s horen, hij kent de meeste. Af en toe zie ik hem glimlachen, maar bij elk beeld zie ik zijn gezicht wat meer betrekken. Ik weet hoe confronterend het is. Deugddoend én pijnlijk. Tegelijkertijd besef ik dat ik niet kan helpen, dat ook de kinderen hun eigen rouwproces hebben. Bij Hoppe wil ik het verdriet wegnemen, dat bij elke foto meer de kop opsteekt. Bij Polly wil ik herinneringen géven, herinneringen die ze simpelweg niet heeft.

Ik laveer tussen de twee, vertel het verhaal bij elke foto die Polly in haar handjes houdt en probeer glimlachend te luisteren naar Hoppe wanneer die zegt “o ja, dat was die dag…”
Wat zou ik dit – net zoals zoveel dingen – graag veranderen. Voor iemand die graag wat controle heeft over situaties, is heel ons leven na het overlijden een gigantische les in ‘loslaten’, op alle mogelijke manieren. Van afscheid nemen van mijn lief, de vader van mijn kinderen, tot afscheid nemen van een toekomstbeeld.

Soms voelt het compleet absurd dat ik zoveel tijd met Stijn mocht doorbrengen en de kinderen zo weinig. Ik voel me zelfs wat schuldig tegenover de kinderen. Omdat ik meer tijd met hun papa kreeg, omdat ik hem langer bij mij had. Logisch natuurlijk, maar toch, soms wil ik me verontschuldigen tegen de kinderen en de tijd die ik met hun papa doorbracht verdelen onder ons drie.

“Soms voelt het compleet absurd dat ik zoveel tijd met Stijn mocht doorbrengen en de kinderen zo weinig”

Hoewel ik eigenlijk geen herinneringen wíl afgeven, hoewel ik soms intriest kan worden wanneer ik besef dat bepaalde herinneringen na drie jaar al wat beginnen te vervagen, zou ik met alle liefde wat van mijn herinneringen aan de kinderen geven. Zodat we eindelijk ‘even’ staan, elk een gelijk deel. Evenveel herinneringen, evenveel gemis, evenveel liefde. Ik zou met alle plezier mijn grote portie met hen delen.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content