Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Hij mag geen kinderen hebben, tenzij ze leuk zijn”

Hannelore Bedert (38) is singer-songwriter en auteur. Ze heeft 2 kinderen, Hoppe (11) en Polly (6). Ze verloor in 2019 haar man Stijn. 

Het eisenpakket voor een eventuele nieuwe vriend

We zitten op het terras bij de ouders van Stijn, in de lentezon. De kinderen zijn bij de grootouders blijven logeren en zoals altijd wordt er een bord bijgezet wanneer ik hen kom ophalen. Na drie jaar voel ik me nog steeds even welkom als voor het overlijden van Stijn. De schrijnende verhalen die ik soms bij lotgenoten hoor, zijn me onbekend. Ik voel me net zo welkom bij de familie van Stijn als bij mijn eigen familie. Waarom doen mensen elkaar toch zo vaak den duvel aan? Waar vinden mensen het genot in om anderen als een baksteen te laten vallen?

“Na drie jaar voel ik me nog steeds even welkom als voor het overlijden van Stijn”

Kinderen die hun grootouders niet meer zien nadat hun mama overleden is, een vrouw die door de schoonfamilie wordt nagekeken als ware ze schuldig aan de ziekte en het overlijden van haar man, een jonge mama die scheef bekeken wordt omdat haar partner besloot uit het leven te stappen, een weduwnaar die al twee jaar niks meer hoort van de schoonfamilie… Schrijnend, met zo goed als altijd dezelfde uitkomst: gebroken families, gebroken harten. Terwijl een overlijden al zoveel verdriet met zich meebrengt.

Het mooiste wat je als familie kunt doen, is elkaar steunen, warm houden. Het feit dat sommigen er genoegen uit halen anderen neer te halen die al verdrinkend zijn in verdriet, gaat er bij mij simpelweg niet in. Maar kijk, omdat ik de vele verhalen ken, ben ik me er dan ook ten zeerste van bewust dat ik blij mag zijn met de familie van Stijn.

Ik probeer bewust niet meer te spreken over schoonouders of schoonfamilie, want gaandeweg voelde ik dat ik daardoor rondjes bleef draaien in mijn hoofd, alsof ik ter plaatse bleef trappelen, alsof Stijn er nog steeds is en ik in een constellatie vastzit die eigenlijk niet meer klopt. Mijn gevoel naar de familie van Stijn is onveranderd, ik zie hen graag en die warmte is wederzijds, maar in mijn hoofd moest ik precies toch wat zaken herbenoemen, om ze een plaats te kunnen geven en misschien vooral: om verder te kunnen met mijn leven.

Op het terras bij de ouders van Stijn, gaat het ineens over mannen. De kinderen praten vrolijk over Stijn en over vaders van vriendjes. Ze bespreken zonder gêne de positieve en negatieve kanten van de mannen. Hun mening wordt op een kinderlijk eerlijke manier verkondigd en er wordt veel en luid gelachen. Ook de ouders van Stijn en ik zijn zonder remmingen aan het meepraten. Het doet deugd zo open te kunnen zijn.

De mama van Stijn vraagt aan de kinderen wat ze dan verwachten van een eventuele nieuwe vriend van mama. Heel even hou ik mijn adem in, maar de kinderen reageren enthousiast en beginnen aan een ellenlange eisenlijst. Geamuseerd kijken we hen aan.

Grappig moet hij zijn. Lief ook. Hij moet van planten houden, van de natuur. En van muziek. Goeie muziek liefst. Sportief ook, ja. “Hij moet graag voetballen”, zegt Hoppe. “En dansen”, roept Polly. “En hij mag geen kinderen hebben”, zegt Hoppe. “Of net wel,” zegt Polly, “maar dan moeten het leuke kinderen zijn.” Avontuurlijk ook. Maar humor is duidelijk belangrijk. En o ja, geen saaie job. “Jullie hebben wel wat eisen”, zeg ik. “En moet hij mama ook graag zien, of is dat bijzaak?” Even zwijgen ze, kijken naar elkaar en schateren het dan uit.

“Een tweede Stijn bestaat niet, maar er zal heus wel iemand anders zijn die bij me past”

In de auto op weg naar huis gaan ze nog even door, tot Polly op de achterbank in slaap valt. In mijn hoofd tolt alles een beetje. Ik heb zelf een lijstje waarvan ik weet dat het beter is om er geen rekening mee te houden. Wat komen moet, zal wel komen, een tweede Stijn bestaat niet, maar er zal heus wel iemand anders zijn die bij me past. En het is niet geheel onterecht dat de kinderen bepaalde zaken eisen of verwachtingen hebben, ze hadden nu eenmaal een vader van wie velen enkel maar konden dromen, dus het is begrijpelijk dat ze hoop koesteren dat er ooit, heel misschien, iemand is die enigszins in de buurt komt.

Glunderend zegt Polly bij onze thuiskomst, klaarwakker: “En dan nu geen eisjes, maar ijsjes!” Pas dan hoor ook ik in de verte het muziekje van de ijskar. Het lijkt alsof de kinderen dat muziekje altijd boven alles uit horen. Ik lach, knik en denk: inderdaad, doe nu nog maar even geen eisjes, maar gewoon ijsjes.

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content