Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Hannelore

Uit het hart van Hannelore: “Nadat ik de eerste keer weer van het podium stap, is Stijn de eerste die ik wil horen”

Hannelore Bedert (38) is singer-songwriter en auteur. Ze heeft 2 kinderen, Hoppe (11) en Polly (6). Ze verloor in 2019 haar man Stijn. 

Niets kunnen delen

Veertien jaar geleden zong ik samen met Bart Peeters een duet in het Sportpaleis, daarna deden we dat nooit meer. Tot Bart me enige tijd geleden heel voorzichtig vroeg of ik zin had om enkele grote shows in de Lotto Arena mee te spelen. Gezien het feit dat ik al drie jaar niet meer op het podium sta, stelde Bart de vraag zonder enige druk. En ik reageerde op mijn beurt ook heel voorzichtig.

“Zoals zo vaak bij situaties als deze is mijn eerste reflex: waar is Stijn?”

Enerzijds voelde ik wel al even dat ik het toch zo nu en dan wat begin te missen, maar tegelijkertijd wist ik niet wat de terugkeer naar het podium met mijn hoofd en lijf zou doen. Opnieuw zingen voor een publiek en dan meteen ook voor zo’n groot publiek… wat als de emotie het zou overnemen en ik vlak voor de ogen van zoveel mensen zou instorten?

Zoals zo vaak bij situaties als deze is mijn eerste reflex: waar is Stijn? Soms voelt het alsof ik als een idioot in een ‘Waar is Wally?’-boek naar de prentjes zit te staren en ik Wally nergens kan vinden. Alleen: bij ‘Waar is Wally?’ weet je dat Wally sowieso ergens op de tekening staat, bij ‘Waar is Stijn?’ weet ik dat ik het antwoord nooit meer zal krijgen. De vergelijking met Wally zou grappig kunnen zijn, maar is het haast nooit.

Want zoeken en nooit vinden, doet vooral pijn. Als er iets met de kinderen is, dan wil ik hulp vragen aan Stijn. Maak ik me ergens zorgen over, dan wil ik die zorgen delen met
Stijn. Heb ik weer iets in huis aangepakt, dan wil ik hem dat tonen. Heb ik een deel van de tuin omgespit, dan wil ik lachend zeggen: “Zie, ik kan dat dus ook!” Doodnormale, dagdagelijkse dingen die je wilt vertellen bij thuiskomst, kun je niet meer delen.

En nu ik zo’n vraag krijg om weer op het podium te verschijnen, is er maar één persoon die ik om z’n mening wil vragen. Ik moet mij erbij neerleggen dat dat nooit meer kan, dat ik hem nooit meer om z’n mening kan vragen. De ene dag gaat dat al beter dan de andere. Vaak neem ik een beslissing en besef ik dat ik die vroeger niet zonder hem had kunnen nemen en nu wel, na al die tijd. Soms stel ik een beslissing uit, in de hoop dat er toch nog op de een of andere goedheilige manier een teken van hem zal komen (al is dat natuurlijk moeilijk als je niet gelooft in dat soort ‘tekens van bovenaf ’).

“Een klankbord hebben wordt zwaar onderschat”

Ik ben fier op de weg die ik tot nu toe heb afgelegd en ik besef dat het een proces is waar ik door moet, maar het neemt niet weg dat het is wat het is en dat ik moet leren leven met de situatie. En soms is dat keihard. Een klankbord hebben wordt zwaar onderschat, laat dat alvast geweten zijn.

Uiteindelijk zeg ik ‘ja’ op de concertvraag en engageer ik me voor een reeks concerten. Ik raap alle moed bijeen, zeg tegen mezelf dat ik het kan, dat mijn stembanden nog steeds aanwezig zijn, dat ik nog steeds van muziek hou, dat ik niet onnozel moet doen, dat het bij Bart en z’n muzikanten sowieso een warm en veilig bad zal zijn. Maar nadat ik de eerste keer van het podium stap en de emoties door mijn lijf voel gieren, is Stijn de eerste die ik wil horen.

In mijn kleedkamer moet ik even naar adem happen voor ik weer onder de mensen kan komen. Toelaten, denk ik. En loslaten, dat ook. Ik hoor het Stijn zeggen. Het volgende concert is er een vriend bij en kan ik het gevoel even delen. Ook de daaropvolgende concerten zijn er vrienden en familie en gaandeweg voelt het veiliger en begin ik er ook echt van te genieten. Het doet ontzettend veel deugd dat te voelen, maar ik kan er niet onderuit dat het pijn doet dat niet meer aan Stijn te kunnen vertellen.

Hij weet het niet meer en hij zal het nooit meer weten. Of zien. Of horen. Of voelen. En dat is voor de achterblijvers misschien nog de moeilijkste les: ermee leren omgaan dat je niks meer kunt delen. Ik voel dat ik daar mee worstel, dat ik heel graag opnieuw die ene persoon bij me wil hebben met wie ik dat allemaal kon. Elk moment delen, elke vrolijkheid, elke twijfel, elke zorg, verdriet, schoonheid. Dat komt ooit wel weer. Maar voor nu weet ik dat het nog een tijd zal duren voor ik niet meer elke keer denk: waar is Stijn?

LEES MEER VAN HANNELORE BEDERT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content