Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Uit het hart van Hannelore: “Hoe begin je opnieuw na een jaar waarin de basis van je gezin kapotgeslagen is?”

Begin vorig jaar verloor Hannelore (35) plots haar grote liefde Stijn aan hartfalen. In haar columns vertelt ze elke week over haar leven als jonge weduwe met twee kinderen.

Onze columniste in het kort: Hannelore Bedert (35) is bij het grote publiek bekend als singer-songwriter, en auteur van ‘Lam’, waarmee ze de Bronzen Uil publieksprijs 2019 won. 

Opnieuw beginnen

Een nieuw jaar. Opnieuw beginnen. Vanaf nul. De eerste dag starten om op het einde van de rit weer opnieuw te beginnen. Een constante cirkel waar je je doorgaans geen vragen bij stelt. De jaren volgen elkaar op, af en toe lach je en zeg je: “het gaat toch snel, hè”. Bij elke verjaardag voel je dat je toch net dat ietsje ouder bent geworden, dat er hier en daar een spier iets sneller begint te zeuren. Maar het blijft simpelweg een alsmaar voortdenderende trein waar je niet uit kunt. Er is geen ‘teletijdmachine’, je keert niet zomaar terug naar vroeger. Je wordt geboren, je wordt elke dag een beetje ouder en op een bepaalde dag is het gedaan.

Als alles goed gaat, sta je daar niet echt bij stil. Gelukkig maar. Je ziet wel dat er elders dingen gebeuren die levens onderuit halen, het is niet dat je dat niet beseft. Maar het haalt je eigen leven niet onderuit, dus op het einde van het jaar wens je je vrienden en familie het allerbeste toe. Je maakt lijstjes met voornemens, op papier of in je hoofd. Je denkt er niet bij na. Je begint gewoon aan een nieuw jaar. Je begint opnieuw.

“Het besef dat het leven gewoon verdergaat, dat de wereld blijft draaien zonder Stijn, snijdt kleine wondjes”

Tot er iets misloopt. Tot iemand ziek wordt, of plots weg is, tot je voelt dat de grond onder je voeten is verdwenen. Hoe begin je in godsnaam opnieuw na een jaar waarin de basis van je gezin kapotgeslagen is? Maak je voornemens? Beloof je jezelf dat je een betere versie van jezelf zult worden? Denk je na over wat nog mogelijk is? Durf je nog te dromen?

Voor het eerst in mijn leven weet ik het niet. Voor het eerst plan ik niet vooruit. Ik maak geen mooie voornemens. Dat deed ik elk jaar al en ik hield ze toch niet vol. Ik leg mezelf niet op anders te gaan leven, denk niet na over meer sporten, meer slapen, minder afleiding, minder piekeren. Ik kijk naar het nieuwe jaar, de volle twaalf maanden, en ik zie een leeg vlak. Ik maak geen voornemens deze keer, omdat dat inhoudt dat ik achterom moet kijken, moet evalueren hoe het voorbije jaar gelopen is.

Ik wéét dat ik te laat ga slapen, dat voel ik doorheen de dag. Ik wéét dat ik ofwel te veel ofwel te weinig eet. (soms eet ik niks, maar dat gebeurt zelden.) Ik merk hoe ik naar mezelf kijk in de spiegel, hoe ik dan zucht. Ik ondervind op feestjes dat het al eens zwart wordt voor mijn ogen. Dan sta ik terug in de zaal na de begrafenis. Rondom mij zien vrienden elkaar na lange tijd terug, er wordt geklonken op wat is en wat nog mag komen. Ik staar in het rond en voel me helemaal alleen in de massa.

Het besef dat het leven gewoon verdergaat, dat de wereld blijft draaien zonder Stijn – en eigenlijk ook wat zonder mij, want de ‘oude ik’ is er al bijna een jaar niet meer – snijdt kleine wondjes, onzichtbaar voor het blote oog, maar wel heel diep.

“We spraken niks af over doodgaan. Niet over wie eerst mocht, niet over de tijd die we samen nog hadden. We waren er gewoon. Wij met twee. En later wij met vier”

Vroeger zagen Stijn en ik rondom ons relaties spaak lopen, we zagen gezinnen uiteen vallen, soms op een vriendelijke manier, vaak met slaande ruzies. We spraken af dat we dat niet zouden doen, scheiden. En als we het wel zouden doen, als onze wegen door een samenloop van rottige omstandigheden – zeg nooit ‘nooit’, heb ik geleerd – tóch uit elkaar zouden lopen, dan zouden we het proper aanpakken. Voor onszelf, maar vooral ook voor de kinderen.

We spraken niks af over doodgaan. Niet over wie eerst mocht, niet over de tijd die we samen nog hadden. We waren er gewoon. Wij met twee. En later wij met vier. Misschien maar goed ook, dat we niet nadachten over doodgaan, daar waren we niet vrolijk van geworden. We beloofden elkaar wel, op een avond, dat we gelukkig zouden worden als de ander toch plots zou vertrekken. Ik wist niet dat ik amper enkele maanden later in mijn eentje aan die kruistocht zou moeten beginnen.

Wat ben ik blij dat ik hem af en toe nog hoor. Dat hij mij door de moeilijke dagen sleept. Stijn zei altijd: “Je moet pas over oplossingen beginnen nadenken als het probleem zich voordoet.” Hij had zo hard gelijk. Laten we maar gewoon gelukkig zijn, op welke manier dan ook. En de slechte dagen, die zijn er gewoon. Meer zelfs: ze komen en zijn met veel. Ik heb me voorgenomen ze te aanvaarden, ze zijn het mooiste bewijs dat wat we hadden belachelijk veel waard was.

We spraken niks af, alleen dat gelukkig zijn zoveel waard is. Wat doe ik hard mijn best.

Tekst: Hannelore Bedert – Foto: Ann De Wulf

Lees meer van Hannelore Bedert:

• Uit het hart van Hannelore: “Mijn dochter draait zich naar me om, met bloemetjes in haar hand. ‘Zal papa deze mooi vinden? vraagt ze” 
Uit het hart van Hannelore: “‘Wel snel, hé’, hoor ik de man zeggen. ‘Wel snel dat ze zo terug vrolijk is’”
Uit het hart van Hannelore: “‘Je steekt alle traantjes in een pot en doet die pot dan op slot’, zegt mijn dochter”
• Uit het hart van Hannelore: “Nu lees ik boekjes voor, elke avond en met oeverloos geduld”
• Uit het hart van Hannelore: “Goeien bal, lief, goeien bal, hoor ik Stijn stilletjes zeggen”
• Uit het hart van Hannelore: “Wat mis ik die rustgevende boodschap: ‘Ziek maar uit, ik breng de kindjes wel naar school'”
• Uit het hart van Hannelore: “Vijf dagen al heb ik niet gehuild. En ik voel me schuldig”

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!