Koen

Koens column: ” ‘Ah, les touristes’, dachten we vroeger in Frankrijk. Nu horen we daar zelf ook weer bij”

Koen Strobbe (58) keert na twintig jaar in het zuiden van Frankrijk met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten terug naar ons land.

Nu we bijna een jaar verder zijn na onze verhuis naar België, hebben we ook het laatste hoofdstuk van ons leven in Frankrijk afgesloten: de vakantiehuizen waar we jarenlang de lachende gezichten van landgenoten verwelkomden, zijn verkocht. Dat is natuurlijk goed nieuws, want het was geen lachertje om dingen die we ter plaatse gewoon zélf deden, nu vanop duizend kilometer aan anderen te moeten overlaten.

“Als we voortaan nog eens naar Frankrijk gaan, zullen we weer net als iedereen ‘gewone toeristen’ zijn”

Wordt de tuin wel goed genoeg onderhouden? Zijn het huis en het zwembad onberispelijk schoon? Het waren zorgen waar we vorige zomer soms onze slaap voor lieten en waarvan we nu blij zijn dat we ze van ons lijstje kunnen schrappen. Anderzijds doet het natuurlijk pijn om die laatste draad met ons tweede vaderland onherroepelijk doorgeknipt te zien.

Als we voortaan nog eens naar Frankrijk gaan, zullen we weer net als iedereen ‘gewone toeristen’ zijn. Wat konden we ons verkneukelen over de opmerkingen van de ‘locals’ als onze winterbleke gasten in shorts en zomerse jurkjes rondliepen, terwijl de Fransen nog met mutsen en handschoenen buitenkwamen. “Ah, les touristes”, klonk het dan. “Zijn het daar allemaal ijsberen bij jullie in België?” De gemiddelde Zuid-Fransman hangt zijn pantalon et veste immers pas in de kast als de temperatuur een stuk boven de twintig graden stijgt. Die Franse gewoonte zit ook nog altijd in ons.

Ik herinner me de wandelingen die Ilse en ik dit voorjaar maakten. Na een bijzonder natte en donkere winter brak in maart en april de zon eindelijk door, maar wel vergezeld van een koude wind, waardoor het maar een graad of tien, vijftien was. En toch werd in heel wat tuinen al in korte broek en T-shirt gras gemaaid, of lag er hier en daar zelfs al iemand languit te zonnebaden. “Zijn ze gek geworden?” vroegen Ilse en ik ons dan af, terwijl we onze mutsen nog wat steviger over de oren trokken en eraan dachten hoe we in Zuid-Frankrijk de tuinmeubels pas na Pasen buiten zetten.

Natuurlijk beseffen we dat we vroeger zelf ook zo waren: moe van de lange winter, waarin we maandenlang binnen een winterslaap hadden gehouden, en hunkerend naar die eerste zon. En dat het perfect mogelijk is dat we volgend jaar, na nog zo’n winter, zelf ook bij de eerste gelegenheid weer onze zomerkleding bovenhalen. Want onze marsmannetjestijd, zoals we dit eerste jaar van onze terugkeer grappend noemen, omdat we zo verbaasd zijn over allerlei Belgische gebruiken en gewoontes die we daar in Frankrijk helemaal vergeten waren, is nu definitief voorbij.

“We zweven toch nog altijd tussen twee werelden: we zijn tevreden dat we weer dicht bij familie en vrienden zijn, maar ook weemoedig om wie en wat we hebben achtergelaten”

Opnieuw gewend geraakt aan de files? Check. De eerste winter meteen ervaren als een gigantisch natte, duistere periode: jawel hoor! Met beide voeten opnieuw in de ratrace gesprongen: we bekennen schuld. En toch zweven we nog altijd tussen twee werelden: we zijn tevreden dat we weer dicht bij onze familie en vrienden zijn, maar ook weemoedig om wie en wat we ginder hebben achtergelaten.

Het was eigenlijk ook best wel veel wat we op ons bord hebben gekregen: in de eerste plaats natuurlijk het verlies van Ilses papa, maar ook het zoeken naar en aarden in een nieuwe job, Kwinten zo goed mogelijk begeleiden in zijn aanpassing aan het nieuwe schoolsysteem, een huis zoeken, een hoop administratieve rompslomp verwerken… De verkoop van die eigendom in Frankrijk was dan ook af en toe de druppel die de emmer deed overlopen. Er werd gepingeld op de prijs en potentiële kopers hielden ons eindeloos aan het lijntje met hun leningsdossier dat maar niet orde kwam. De stress die dat veroorzaakte, werkte zowel op mijn als op Ilses systeem.

Maar dat is nu gelukkig voorbij. En hoe minder ballast je hebt, hoe krachtiger je vooruit kunt kijken. Kwinten is weer eens op z’n best als hij ons met gemengde gevoelens over de verkoop hoort praten. Volgens hem moeten we het zo bekijken: stel dat we daar nog een huis hadden, dan moesten we daar elke vakantie naartoe, terwijl we nu zoals normale mensen op het internet kunnen zoeken waar we naartoe willen. En dat is natuurlijk ook weer waar.

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content