Koen

Koens column: “Ik vraag hoe het met boer Marcel gaat. Dat had ik beter niet gedaan”

Koen Strobbe (58) keert na twintig jaar in het zuiden van Frankrijk met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten terug naar ons land.

Er staat veel volk bij mijn favoriete fruitstalletje. Vandaag hoeft ‘boer Marcel’, zoals Ilse en ik de verkoper noemen, uit verveling geen voorbijrijdende auto’s te tellen: hij heeft zijn handen vol met het inpakken van kilo’s aardbeien. Twee dames voor mij in de rij wisselen luidop de beste confituurrecepten uit.

“De zweetdruppels parelen op Marcels voorhoofd, en hij ziet er ondanks de fleurige zaken niet echt gelukkig uit”

De ene zweert bij standaardconfituursuiker uit de supermarkt, de andere gebruikt liever biologische rietsuiker, waaraan ze dan zelf de nodige pectine, voor het indikken, toevoegt. De ene snijdt haar aardbeien in stukjes, de andere laat ze in hun geheel ‘kapotkoken’. En dé geheime tip deze tijd van het jaar, waarin de aardbeien weleens wat overrijp kunnen zijn, blijkt om er een halve rabarberstengel aan toe te voegen, voor de nodige zuurte.

Marcel laat het allemaal aan zich voorbijgaan. De zweetdruppels parelen op zijn voorhoofd, en hij ziet er ondanks de fleurige zaken niet echt gelukkig uit. Ik ben nieuwsgierig naar wat er hem tegensteekt, maar als wij aan de beurt zijn, staan er nog minstens tien mensen achter ons te wachten en is er geen tijd om het hem te vragen.

In de auto zegt Ilse dat die eerste inlandse blauwe pruimen er toch ook wel heel erg lekker uitzagen, dus ’s avonds op de terugweg stoppen we opnieuw bij Marcel. De grote drukte is ondertussen voorbij, maar de boer ziet er nog steeds niet erg happy uit. Nu heb ik al gemerkt dat Marcel niet de man is om rechttoe rechtaan vragen aan te stellen, dus informeer ik heel onschuldig of alles wel goed gaat. De grijns op zijn gezicht, gepaard met de diepe zucht die hij slaakt, geeft aan dat ik zijn toestemming heb om verder te vragen.

Al snel wordt duidelijk dat Marcel met wat hij noemt ‘typische boerenproblemen’ zit. Deze week heeft hij ‘post van het ministerie’ gekregen, waaruit duidelijk is geworden dat hij waarschijnlijk moet stoppen met de tien koeien die hij nog heeft, en dat hij zijn varkensstal al helemaal mag vergeten. De anders zo zwijgzame boer steekt een betoog van vijf minuten af tegen zowat alles wat de regering van plan is met ‘zijn stiel’.

Ik knik begripvol, maar vraag hem ook of hij niet, al is het maar een beetje, kan begrijpen dat er érgens oplossingen gevonden moeten worden voor de stikstof- en koolstofproblemen die onze wereld in de tang houden. Marcel stopt met pruimen in de papieren zak te steken en vraagt argwanend of ik ‘toch gene groene’ ben.

Vervolgens trakteert hij me op zijn hoogstpersoonlijke analyse van de feiten. Eén daarvan is: heeft er al eens iemand becijferd hoeveel milieulast de volledige landbouw ons land eigenlijk bezorgt? Waaraan hij meteen toevoegt dat een slimme collega van hem berekend heeft dat het volstaat om één enkele staalfabriek te sluiten om de hele landbouw te sparen.

“Marcel stopt met pruimen in de papieren zak te steken en vraagt argwanend of ik ‘toch gene groene’ ben”

En dan nog, loopt hij verder af: denken al die politici eigenlijk twee millimeter verder dan hun neus lang is? Kijk wat ze met de kerncentrales gedaan hebben: eerst wilden ze die uit alle macht allemaal sluiten, en dan komt er plots een gas-oorlog aan, waarna ze de centrales niet alleen open willen houden, maar er zelfs nog bij willen maken.

Gaan ze diezelfde fout nu ook met de landbouw maken? Eerst alle kleine boeren kapotmaken om dan, als er om welke reden dan ook plotseling geen aanvoer van voeding uit het buitenland meer komt, de boeren te smeken om hun vervuilende stallen en installaties weer op te bouwen? Ze mogen het nu al aan hem komen vragen: dat zal namelijk niet gebeuren, want een boer is nog erger dan een kerncentrale: die valt helemaal niet meer op te starten eens het vuur is gedoofd.

Door al zijn gesakker doet Marcel uiteindelijk veel te veel pruimen in z’n zak, waardoor hij een halve kilo boven het gevraagde gewicht uitkomt. Toch plooit hij de zak gewoon dicht en vraagt geen cent extra voor het teveel aan fruit. Dat ze ons hopelijk zullen smaken, geeft hij ons mee als we terug naar de auto lopen. Want wie weet, zijn de pruimen van dit jaar de laatste die hij ooit verkoopt. In de auto vraagt Ilse me waarom ik altijd ábsoluut wil weten hoe het met de mensen gaat.

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content