Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Koen

Koens column: “Het is niet de functie van het leger om jongeren een opvoeding te geven”

Koen Strobbe (58) is na twintig jaar in het zuiden van Frankrijk met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten terug in ons land.

Nu we in Europa plots weer met een oorlog zitten, kan het natuurlijk niet uitblijven dat er hier en daar geroepen wordt dat de legerdienst opnieuw moet worden ingevoerd. Tot mijn grote verbazing lees ik in de krant dat meer dan de helft van de bevolking zoiets een goed idee lijkt te vinden. Als vader van een zoon die volgend jaar achttien wordt, heb ik het daar moeilijk mee.

Maar ook al die mensen die vóór dienstplicht zijn, hebben toch kinderen of kleinkinderen, denk ik dan. En ze weten toch dat hun oogappel in principe naar een of ander front kan worden gestuurd? De meesten die pro zijn, kun je in twee groepen indelen. Je hebt er die hopen dat het leger weer mannen zal maken van de watjes die onze jeugd geworden is, en er zijn er die net vinden dat heel wat jongeren volledig respectloos geworden zijn, en dat de strenge sergeanten eindelijk weer wat broodnodige discipline en tucht zullen pompen in de hoofden van dat zootje ongeregeld.

“Ook al die mensen die vóór dienstplicht zijn, hebben toch kinderen of kleinkinderen, denk ik dan. En ze weten toch dat hun oogappel in principe naar een of ander front kan worden gestuurd?”

Ik stel me de vraag of zij wel dezelfde jonge mensen zien als ik. Jongelui die op de barricades gaan staan voor het klimaat en die het aandurven om politici en zakenmensen op hun plicht en zorg voor de toekomst te wijzen. Of de geëngageerde meisjes en jongens die elk weekend een hele namiddag opofferen om in de jeugdbeweging honderdduizenden kinderen een fijne scouts-, Chiro- of wat-dan-ook-dag te bezorgen. Zijn dat watjes of criminelen? Ik denk het niet.

“Maar dat is een minderheid”, hoor ik de legerdienst-lovers roepen. En dan beginnen ze over allerlei groepjes die op straat rondhangen, auto’s vernielen of in de zomer onze zwembaden en parken onveilig maken. Ik ben natuurlijk niet blind: ja, ook die jongeren bestaan. Maar het is niet de functie van ‘het leger’ (en trouwens ook niet van ‘de school’) om die jongeren een opvoeding te geven die ze thuis nooit hebben gehad.

In eerste instantie lijken mij… de ouders daarvoor verantwoordelijk. Al de rest kan enkel ondersteunen. Kijk, ik ben zélf een van de laatsten die zijn legerdienst nog heeft moeten vervullen, vlak voor die werd afgeschaft. Vond ik die discipline en al wat er nog meer bij zo’n legerdienst komt kijken een hel? Bijlange niet. Maar had ik die lange maanden in het leger béter kunnen besteden? Natuurlijk.

Voor de meesten onder ons, zowel de ‘miliciens’ als de beroepsmilitairen die zich met ons moesten bezighouden, was die hele legerdienst verloren tijd. En dat was dertig jaar geleden. Ondertussen leven we in een hightech wereld, waarin het hele opzet om land en volk te verdedigen zo geïnformatiseerd en van digitale automatismen doorspekt is, dat een jongen van achttien nauwelijks voor meer kan dienen dan
spreekwoordelijk kanonnenvoer, mocht het echt ooit tot een gewapend conflict komen
.

“Vond ik die discipline en al wat er nog meer bij zo’n legerdienst komt kijken een hel? Bijlange niet. Maar had ik die lange maanden in het leger béter kunnen besteden? Natuurlijk.”

Dus aan hen die voor het herinvoeren van de legerdienst zijn, zou ik willen zeggen: er zijn zoveel andere dingen waarin jongeren wél een nuttige rol kunnen en willen spelen. Neem nu bijvoorbeeld de watersnood vorig jaar in Wallonië. Gelukkig waren er een pak vrijwilligers, maar zou het niet fantastisch zijn als we daarvoor, net zoals in sommige buurlanden, een heel contingent ‘dienstplichtigen’ hadden, zowel jongens als meisjes, die op zulke momenten met overtuiging en wilskracht op een professioneel voorbereide manier in de bres zouden kunnen springen? Qua samenhorigheid en zich nuttig voelen zou je onze jeugd zo pas écht kunnen motiveren om ‘iets voor hun land te doen’.

En als de natie toch ooit verdedigd zou moeten worden, zou het dan niet beter zijn dat daarvoor een sterk en gemotiveerd beroepsleger klaarstaat? Nu ja, hopelijk zal dat nooit nodig zijn. Noem me naïef, maar ik hoop dat wat er nu gebeurt de stuiptrekking is van een laatste bende oude mannen, over wie binnen enkele jaren niet meer gepraat wordt, tenzij met afschuw in de stem.

Als ik aan onze kinderen denk, zie ik een rooskleurige toekomst. Met slimmeriken die tal van ziektes gaan uitroeien, met meelevende karakters die eenheid en vrede gaan zoeken in plaats van verdeeldheid en geweld. Wat dat betreft ben ik maar wat graag naïef.

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!