Comme chez Koen: “De Franse romantiek heeft een zoveelste slachtoffer gemaakt”

Comme chez Koen: “De Franse romantiek heeft een zoveelste slachtoffer gemaakt”

Libelle-columnist Koen Strobbe (56) is auteur en woont met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten in het zuiden van Frankrijk. In zijn wekelijkse column vertelt hij over zijn leven in ‘la douce France’.

September is voor toeristen dé maand om op huizenjacht zijn. Vaak zijn het jong-gepensioneerden die hier in juli of augustus met vakantie waren en de knoop hebben doorgehakt om ‘iets’ te kopen. Dat iets kan een eenvoudige studio zijn of een riant buitenverblijf. Sommige kopers zoeken naar iets moderns met airco en alle comfort, andere kicken op ‘oude stenen’. Ria en Johan zijn naar dat laatste op zoek.

Het toffe koppel uit de Brusselse rand heeft flink gespaard, maar wil toch ook niet zijn laatste cent aan een huis uitgeven. Johan is nogal handig en dus mag er best nog wat werk aan het huis zijn, als dat de prijs kan drukken.
Zij hebben bij ons voor een week gehuurd en hebben hun dagen volgeboekt met visites via tal van immokantoren.
Op dag vier bellen ze mij: ze zijn op slag verliefd geworden op een oude stenen hoeve van meer dan een eeuw oud, maar twijfelen om de knoop door te hakken.
“Jij kent het hier en je hebt zelf al heel wat gebouwd en verbouwd”, zegt Johan. “Zou jij niet eens kunnen meegaan naar het pand en zeggen wat je ervan vindt?”

Wanneer we aankomen, zie ik meteen waarom Ria en hij zo enthousiast zijn: het huis ligt helemaal verloren in de natuur, in de tuin staat een statige oeroude plataan en het stuk grond waarop het huis staat, is helemaal ommuurd met natuurstenen. Alles kon zo uit een reclamefolder voor de Provence komen.
Aangezien de oude hoeve al een tijdje onbewoond is, heeft Johan van de makelaar de sleutel gekregen, waardoor we ongestoord alles kunnen bekijken.
De oude planken voordeur baadt in het warme licht van de avondzon. Wanneer we ze openduwen, vlucht er een schorpioen weg tussen de drempelvoegen. Ria huivert een beetje maar Johan weet haar met humor te sussen.
“De beestjes houden van oude stenen, zeker als er niemand meer woont en het rustig is. Maar als er veel beweging is in huis blijven ze na een tijd vanzelf weg”, draag ik mijn steentje bij.

Het oude huis is stoffig en de vorige eigenaars hebben hier en daar een gammel meubel achtergelaten, maar wanneer Johan en Ria de luiken open duwen en het zonlicht naar binnen stroomt, gaat ook mijn hart sneller slaan.
“Wat denken jullie zelf?”, stel ik mijn overbodige vraag.
“Er is natuurlijk werk aan”, zegt Johan. “Alles is enkel glas, de water- en elektriciteitsleidingen moeten er allemaal uit en hier en daar is er een vochtprobleem.”
Ik bedenk dat diezelfde Johan in België, voor een Belgisch huis, nooit zo luchtig over dit soort gebreken zou praten, maar begrijp dat de situatie hier anders ligt: dit is een droom. Hun droom.

Johan troont me mee naar een deurtje in de keuken, vanwaar een smalle stenen trap ons naar een koele, ruime kelder leidt die gedeeltelijk uit de rots is gehouwen. De vloer bestaat er gewoon uit aangestampte aarde. “Prachtig toch!” glundert hij. “Daar in de hoek zou een wijnkelder kunnen.” Hij krabt met zijn schoen over de grond en zegt dromerig: “Wie weet ligt er wel ergens een schat begraven.”
Op de witte kalk van de keldermuren zie ik schimmel en salpeterzuur. “Is het dit wat je bedoelt met je vochtprobleem?” vraag ik.
“Onder andere, maar boven zijn er ook wat vlekken”, knikt Ria.

Als we even later buiten in de tuin rondlopen, zoek ik een stok en krab een laag aarde weg tegen een van de buitenmuren. “Kijk,” begin ik, “ik vermoed dat jullie sowieso weten dat je ergens tussen de dertig en veertig procent van de gevraagde prijs moet bijrekenen voor de renovatie, maar dit hier is echt wel een aandachtspunt: zoals veel oude hoeves rust dit huis niet echt op funderingen, maar gewoon op nog meer stenen die ze indertijd in de grond hebben geslagen. Het vocht kan zo uit de grond de muren in. Als je dat wilt fiksen, wordt het een dure grap.”
Johan haalt zijn schouders op, loopt naar de auto en komt terug met ijsgekoelde rosé en drie plastic bekers. We gaan op een terrasmuurtje zitten en klinken op de ontdekking.
“Onze eerste apéro hier!” blinkt Johan. Hij wrijft verliefd over Ria’s knie en ik besef dat de Franse romantiek een zoveelste slachtoffer heeft gemaakt.

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)