Comme chez Koen: “Natuurlijk hebben die vrienden uit België gelijk: wij zijn gelukzakken”

Comme chez Koen: "Natuurlijk hebben die vrienden uit België gelijk: wij zijn gelukzakken"

Libelle-columnist Koen Strobbe (56) is auteur en woont met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten in het zuiden van Frankrijk. In zijn wekelijkse column vertelt hij over zijn leven in ‘la douce France’.

Wat een gelukzakken zijn jullie toch! Voor ons begint de gewone werkroutine weer, maar jullie rijden lekker terug naar de zon.” Dat was zowat de meest gehoorde opmerking toen we de voorbije dagen op bezoek waren bij familie en vrienden in België.
“Voor ons beginnen de school en het werk ook opnieuw hoor, daar steekt de zon geen stokje voor”, relativeer ik.
“Maar na het werk en in het weekend kunnen jullie wel weer gewoon met een apero in het zonnetje op het terras gaan zitten, dat scheelt. Hier kan de zomer elk moment gedaan zijn, eens september begint.”
“Dat klopt natuurlijk,” zeg ik dan, “maar jullie kunnen – in niet-coronatijden toch – wel elk weekend gezellig op bezoek bij vrienden en familie, en dat kunnen wij dan weer niet.”

De blik vol onbegrip die ik na zo’n opmerking krijgt, doet me lachen. Natuurlijk is het moeilijk om te begrijpen dat wij, na twintig jaar in Zuid-Frankrijk, de zon, het landschap en het ritme gewoon zijn geraakt en er niet altijd meer bij stilstaan. En het feit dat ik de volgende twee maanden de eindspurt naar mijn nieuwe boek moet inzetten en sowieso bijna de hele dag achter mijn computer zit, speelt natuurlijk ook mee. Maar eigenlijk hebben die vrienden in België natuurlijk gelijk: wij zijn hier met ons gat in de spreekwoordelijke boter gevallen. En terwijl de aankomende herfst in België altijd zo’n beetje zijn schaduw werpt over de mensen, is hij hier iets waar ik elk jaar opnieuw met veel plezier naar uitkijk.

Ik hou van de rust die het najaar met zich meebrengt: de luiken van de vakantiehuizen gaan terug dicht, het gejoel rond de zwembaden verstomt en je komt opnieuw alleen die mensen tegen die je goed kent. Kortom: het leven in het dorp valt terug in zijn plooi. Beneden in de vallei hoor je van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat het gezoem van de oogstmachines die de druiven binnenhalen, en het is ook zowat de enige periode in het hele jaar dat je met de auto eens tijd verliest omdat je achter een tractor met een aanhanger vol druiven hangt.

Voor dorpeling Aimé betekent dat ook dat hij de activiteiten in zijn grote moestuin op een lager pitje wil zetten, zodat hij straks meer tijd heeft voor de jacht, en dus staat hij met twee grote kratten knalrode tomaten aan de achterdeur.
“Hoezo geen tijd om ze in te maken?” vraagt hij verontwaardigd wanneer ik hem voorzichtig probeer duidelijk te maken dat ik het heel erg druk heb dezer dagen. “Een mens vindt toch áltijd tijd om wat tomaten in te maken.” Hij begint prompt een hele rist succulente tomatenrecepten uit zijn hoofd te declameren, maar als hij mijn wat lege blik ziet, zegt hij abrupt: “Zal ik ze terug meenemen en het zelf voor jou doen?”

“Van in de keuken hoor ik mijn vrouw roepen: ‘Wat doet die berg tomaten hier?’”

Aimé is de man van Marcelinne, u weet wel: het mevrouwtje dat vond dat ik Ilse te veel mannenwerk in de tuin liet doen, dus ben ik heel voorzichtig en corrigeer mezelf meteen: “Nee, laat maar staan. En je bent heel erg bedankt, ik ga er onmiddellijk aan beginnen.”
Aimé knikt goedkeurend en zegt er nog bij: “En zeker niet invriezen hé, want dat is de grootste ketterij die je een tomaat kunt aandoen!”
Wat later komt Ilse thuis van school en hoor ik haar van in de keuken roepen: “Wat doet die berg tomaten hier?” Ik laat mijn schrijfwerk voor wat het is en leg haar uit dat Aimé ervan af wilde zijn.
“Allemaal goed en wel, maar wat gaan wij ermee doen? Ze zijn héél erg rijp, dus we gaan ze nooit allemaal vers kunnen opeten.”
Ik zeg schaapachtig: “Aimé sprak erover om ze in te maken.”
Ilse kijkt me schuin aan. “Inmaken? Bedoel je met weckpotten en zo? In welke tijd denkt Aimé dat wij leven?” Zij trekt de vriezer open en knikt: “Voor één krat is er nog plaats, voor het andere krat zal ik eens wat vriendinnen bellen.”

’s Avonds komt er een schoolcollega van haar langs die dolgelukkig is met de tomaten. Wanneer zij vraagt wat wij met onze helft gedaan hebben, vertel ik haar waarheidsgetrouw dat die al in de vriezer zit. En hoewel ze nog niet half zo oud is als Aimé, roept ze ontdaan: “Typisch iets voor een Noorderling om een tomaat zoiets aan te doen!”

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)