Comme chez Koen: “Plots heb ik de indruk tegenover twee getuigen van Jehova te staan, die niet van plan zijn te stoppen tot ik toegeef”

Comme chez Koen: "Plots heb ik de indruk tegenover twee getuigen van Jehova te staan, die niet van plan zijn te stoppen tot ik toegeef"

Libelle-columnist Koen Strobbe (56) is auteur en woont met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten in het zuiden van Frankrijk. In zijn wekelijkse column vertelt hij over zijn leven in ‘la douce France’.

“Wij hebben vorige week een paar knappe foto’s gemaakt van jullie huis”, zegt Hélène terwijl ze haar oude Landrover op een stoppelveld bij ons in de buurt parkeert. Hélène is een ballonvaarster en zij heeft ook álles wat ik me als kind onder een ballonvaarster had voorgesteld: een radde tong, door de zon gebleekt haar in twee vlechten en sproeten op haar neus. Kortom, zo’n beetje de Pipi Langkous van de lucht.

Ik leerde haar bijna twintig jaar geleden kennen in haar winkeltje, waar zij onderhoudsproducten voor zwembaden verkocht en dag in dag uit in de chloordampen stond. Toen al vertelde zij mij dat ze haar zaak ooit zou verkopen en dan in de frisse lucht ging werken. En kijk, op een dag viel zij voor de blauwe ogen van een van haar klanten: Bill was een vroeggepensioneerd gescheiden ambtenaar die, toen hij hier kwam wonen, een gigantische heteluchtballon meebracht, in de stellige overtuiging om van zijn hobby een mooie bijverdienste te maken. Want welke toerist wilde er nu niet in een feeërieke luchtballon boven de heuvels en de wijngaarden zweven?

Op een dag stond hij dus voor de poort van onze B&B, met foldertjes en de vraag of wij die in onze gastenkamers wilden leggen. Toen ik het foldertje las, viel ik lichtjes achterover van de hoge prijs die Bill voor een ballonvaart vroeg, maar toch zijn er in de loop der jaren wel wat gasten met hem meegevlogen.
En nu vliegt dus ook Hélène met hem mee, voltijds dan, behalve als zij met de Landrover achter de ballon aanrijdt om na de landing, ergens in een veld, de ballon en de korf in de aanhangwagen te laden en de betalende gasten terug naar het vertrekpunt te brengen.
Aangezien het koppel uit zowat alles wat het doet graag munt wil slaan, ben ik dus achterdochtig wanneer Hélène spontaan over foto’s van ons huis begint. Vooral ook omdat ik niet echt in luchtfoto’s van ons eigen huis geïnteresseerd ben.

“Ik raak een pijnlijk punt bij de ballonvaarster als ik zeg dat ik haar luchtfoto’s niet hoef”

“Die foto’s zullen wel niet gratis zijn?” lach ik voorzichtig, waarop Hélène in uitvoerige Franse volzinnen het unieke perspectief en de kwaliteit van de camera begint te bezingen. Om uiteindelijk een prijs te noemen: honderdvijftig euro per foto, weliswaar afgedrukt op A4. “Meen je dat nu?” plaag ik. “Voor die prijs koop ik een drone en maak mijn foto’s zelf.”
Aan de uitdrukking op haar gezicht merk ik meteen dat ik een pijnlijk punt heb aangeraakt. De afgelopen jaren heb ik namelijk al van veel mensen met een huis in de buurt gehoord dat Bill en Hélène hen met hun luchtfoto’s stalken en er een lucratieve bijverdienste-van-de-bijverdienste in zien. Maar daar waar zo’n luchtfoto enkele jaren geleden nog iets bijzonders was, hebben de overal opduikende drones er nu iets banaals van gemaakt, waardoor zij hun foto’s nog moeilijk verkocht krijgen.

“Zo’n foto van een drone kun je toch niet vergelijken met een artistieke kwaliteitsfoto vanuit onze ballon”, zegt Hélène nogal bits en ze roept er met brede armbewegingen Bill bij, die de ballon net mooi in het veld heeft ‘geparkeerd’ en hem met touwen en piketten aan de grond houdt.
En plots heb ik de indruk tegenover twee getuigen van Jehova te staan, die met een spreekwoordelijke voet tussen de deur niet van plan zijn te stoppen tot ik een foto heb gekocht. “Komaan” zegt Bill, “dit is een prachtkans voor een unieke foto van jullie huis!”
“Maar wat ben ik met zo’n foto?”
“Die hang je in de inkom, dat is pres-ti-gieus voor gasten!”
“De mensen die ik ken, kicken niet op luchtfoto’s, of het zou de dakwerker moeten zijn”, lach ik.
“Allez, honderd euro dan, in plaats van honderdvijftig”, zegt Bill en steekt zijn hand naar me uit.
“Honderd euro voor twéé foto’s”, valt Hélène haar man bij. Ondertussen volgen de vier Britse toeristen die aan de Landrover staan te wachten wat gegeneerd de onderhandelingen.

Plots valt het Bill op dat hij zijn klanten verwaarloost. Hij draait zich om, pakt zijn camera en roept: “Vooruit, nog snel wat herinneringsfoto’s van jullie naast de ballon.”
“Hoeft niet”, zegt een van de Britten achterdochtig. “Wij hebben zelf al foto’s genoeg gemaakt.”

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)