Comme chez Koen: “Terwijl we tussen de pluimen zitten, bedenk ik dat dit zo een Provençaalse versie van een Bruegel-schilderij kan zijn”

Comme chez Koen: "Terwijl we tussen de pluimen zitten, bedenk ik dat dit zo een Provençaalse versie van een Bruegel-schilderij kan zijn"

Libelle-columnist Koen Strobbe (56) is auteur en woont met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten in het zuiden van Frankrijk. In zijn wekelijkse column vertelt hij over zijn leven in ‘la douce France’.

Oktober kondigt zich aan als een prachtmaand. Ik ben aardig opgeschoten met mijn roman, die ‘Nachtschuim’ gaat heten, en de zon is in al haar pracht teruggekeerd om de leeggeplukte wijngaarden, de gemaaide graan- en zonnebloemenvelden en de rijpende olijfgaarden nog een laatste keer goed te verwennen. Want ergens medio november laat de herfst ook bij ons zijn tanden zien.

Ik trek het bos in om een aantal bomen die te dicht bij elkaar staan neer te halen: opdracht van het gemeentebestuur, met het oog op de brandbestrijding. Als ik een paar uur later moegestreden terug binnenkom, roep ik naar Ilse: “En nu een lekkere frisse douche!”
“Dat zal nog niet voor meteen zijn” roept Ilse terug vanuit de keuken, “want Jean-Marc is langs geweest.”
In de keukenwasbak staan twee grote plastic zakken, waaruit pluimen steken. “Eenden of duiven?” vraag ik. “Allebei” antwoordt Ilse.

Jean-Marc is een smid van enkele dorpen verder, die jaren geleden een mooi bord voor ons wijndomein heeft gemaakt en toen langs zijn neus weg vroeg of we van ‘een eendje af en toe’ hielden. Bleek dat hij een verwoed jager was, die zoveel schoot dat hij de buit van zijn vrouw zoveel mogelijk moest verdelen. Wij waren natuurlijk blij met het vooruitzicht van vers wild en zeiden volmondig ja, waarop hij twee weken later met een plastic zak vol eenden voor de deur stond.

Maar zo’n wilde eend, of toch de soort die hij schiet, is een klein mager beestje, waaraan heel wat pluk- en schoonmaakwerk is, zonder dat daar veel vlees tegenover staat. Daarenboven gooit Jean-Marc de jachtbuit eerst in de diepvries en begint ze pas uit te delen als die diepvries overvol is, waardoor je dus met een hoop wild zit dat je meteen moet klaarmaken. Dus na die eerste keer probeerden we Jean-Marc tactvol aan het verstand te brengen dat wij toch niet echt zo’n fervente liefhebbers van gevogelte waren, maar hij bleef aan beide oren doof voor onze opmerkingen. Vandaag meende Ilse zelfs een sardonisch lachje op zijn gezicht te zien toen hij de grote zakken vol gevederde lijkjes kwam afleveren.

“Het lijkt wel een tafereel uit een schilderij van Bruegel, in een Provençaalse versie: Ilse die plukt, terwijl ik de magere beestjes opensnijd”

Ik pak een krukje en zet me samen met Ilse op het terras, met een grote kom heet water en een vuilniszak. Terwijl Ilse plukt en ik de magere beestjes opensnijd en van hun ingewanden ontdoe, bedenk ik dat dit tafereel, waarbij we allebei tussen een gigantische hoop pluimen zitten, zo uit een of ander schilderij van Bruegel zou kunnen komen, zij het dan in een Provençaalse versie.

Wanneer Kwinten van school komt en hij de gigantische stoofpot op het vuur ziet pruttelen, zucht hij: “Oh neen, eten we de volgende dagen weer dode vogels?”, waarmee meteen duidelijk wordt dat heel het gezin eensgezind tegen Jean-Marcs bloedbad onder de eenden- en duivenpopulatie is. Maar het wonder geschiedt als een uurtje later plots dorpeling Aimé voor de deur staat en ons twee pompoenen brengt, met de groeten van zijn vrouw Marceline.
“Wat ruikt het hier heerlijk” zegt Aimé terwijl hij van het glas rode wijn slurpt dat ik hem aanbied om krachten op te doen voor zijn wandeling terug naar huis.
“Duiven- en eendenstoofpot, met verse sjalotten, venkel en Vlaams trappistenbier” zeg ik met de stem van een reclamespotje. “Echt iets voor Marceline en jou, dan hoeft ze vanavond niet te koken. Zal ik je wat brengen als het straks klaar is?”
Wij beklinken de deal met een extra glas wijn en als Ilse de deur achter Aimé sluit, roept Kwinten luid vanachter zijn schoolboeken: “Yes!”
Wat later staat er bij Aimé en Marceline thuis al een groot karton met kweeperen voor mij klaar op het ogenblik dat ik er met mijn stoofpotje aankom. Want Marceline duldt geen open rekeningen.

De volgende ochtend komt ze de netjes afgewassen kookpot persoonlijk terugbrengen. Dat is een hele eer, want Marceline verplaatst zich zelden verder dan een meter of tien van haar voordeur. Zij geeft mij een opgestoken duim: “Het was overheerlijk!”
Dan lacht zij naar Ilse: “Ik heb mijn neef Jacques gezegd dat hij jullie na zijn volgende jachtpartij bij wijze van dank een zak wild moet brengen.”

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)