Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Koen

Comme chez Koen: “In de biowinkel probeer ik te raden wie er met een cabrio rijdt en wie met een tuftuffertje”

Libelle-columnist Koen Strobbe (56) is auteur en woont met zijn vrouw Ilse en zoon Kwinten in het zuiden van Frankrijk. In zijn wekelijkse column vertelt hij over zijn leven in ‘la douce France’.

Ik kom wel eens in een biowinkel, omdat wij graag gezond eten, maar ook omdat de groenten die je er koopt meestal gewoon lekkerder zijn. Ik hou ervan om er de typische bioklanten te observeren: wie zijn ze, wat doen ze, wat drijft hen? Ik doe dat trouwens in elk soort winkel: in de doe-het-zelf-zaak kijk ik naar de vuile of gescheurde kledij van veel klanten, vaak met nog een likje verf in het gezicht. Tot grote frustratie van Ilse loop ik daar zelf soms ook wel eens zo rond.

Maar in de biowinkel is het observeren extra plezierig. De coöperatieve in Uzès bestaat al twintig jaar en ik ben er al even lang klant. Het is veruit het soort winkel waar de klanten de afgelopen twee decennia het hardst veranderd zijn. In het begin was de typische bioklant vaak een geitenwollensokken-type waar wel eens een muf geurtje aan hing. Maar daar is serieus verandering in gekomen: tegenwoordig zijn alle soorten mensen fan van onbespoten groenten en fruit. Dat maakt mijn bezoek nog aantrekkelijker, want daar waar er vroeger op de parking enkel bakfietsen en gedeukte tweepeekaatjes stonden, vind je er nu ook cabrio’s en blinkende luxemerken. En dus probeer ik in de winkel te raden wie er met een dikke wagen rijdt en wie met een tuftuffertje.

“In de biowinkel probeer ik te raden wie er met een dikke wagen rijdt en wie met een klein tuftuffertje”

De nieuwste trend in de winkel van Uzès is dat bij elk krat wortelen of appels de herkomst staat. En dat is dus niet zomaar ‘Frankrijk’ of ‘Italië’, maar vaak zelfs de naam van de regio en het dorp waar ze vandaan komen. Vandaag zie ik weer iets nieuws tussen de koopwaar: hier en daar zit er een fluorescerend bord in een krat, met daarop de woorden d’ici, ‘van hier’ dus. Wanneer ik er Marie, de verkoopster, op aanspreek, rolt die met haar ogen. “Tegenwoordig wil iedereen alleen nog lokaal kopen. Ligt het aan wat de verschillende lockdowns met het hoofd van de mensen gedaan hebben? Ik weet het niet. Maar een ding is zeker: onze klanten, vaak toch ruimdenkende mensen, willen plots enkel nog dingen kopen die in de regio, of toch op zijn minst in Frankrijk, geproduceerd zijn. Wij hebben al een paar kleine boeren uit Spanje en Italië moeten ontgoochelen, zo jammer.”

Mij verbaast die houding natuurlijk niet, want na zoveel jaar weet ik dat Fransen ervan uitgaan dat alles wat Frans is sowieso beter is, maar toch: in een biowinkel? “Leg je de klanten dan niet uit dat die buitenlandse boertjes ook failliet kunnen gaan door dit soort houding?” vraag ik.

Maar Marie haalt haar schouders op. “Heb je de klanten hier al eens goed bekeken? De tijd dat die hier kwamen uit een soort van overtuiging dat we met z’n allen voor een betere wereld moeten vechten, is definitief voorbij. De enige reden waarom zij hier komen kopen, is hun eigen gezondheid.” Dan begint zij te fluisteren: “Zie je die dame met haar lederen jack bij de charcuterie staan? De vrouw van de grootste kippenkweker van de regio. En hier bij ons komt zij haar eigen gevogelte kopen, ongetwijfeld omdat zij beseft wat voor smeerlapperij er in de beesten zit die zij zelf kweekt.” Marie is duidelijk in een kritische bui, want ze voegt eraan toe: “En die mevrouw met het hoedje achteraan in de winkel? Van haar is die protserige Range Rover die hiervoor op de parking staat. Weet je dat zo’n mastodont er twintig liter per honderd kilometer doorjaagt? Ik vroeg haar onlangs of zij dat dan niet jammer vond voor het milieu, maar ze begon gewoon keihard te lachen. Neen, dat soort mensen zijn niet met een betere wereld bezig, maar enkel met zichzelf.”

Voor zij er een nieuw slachtoffer kan uitpikken, vlucht ik met mijn mandje naar de aardperen en rammenassen waarvoor ik gekomen ben. Bij het rek met de rijst zie ik dat mijn favoriete Arboriorijst uit Italië heeft moeten plaatsmaken voor een broertje uit de Camargue.

Als ik aan de kassa kom, betaalt de dame met de Range Rover net een astronomisch bedrag voor een caddy vol biowijnen en olijfolie. Maar als zij naar buiten gaat, steekt zij wél discreet een biljet van tien euro in het kartonnen spaarpotje voor de arme koffieboeren in Nicaragua. De wereld is dus gelukkig toch nog niet helemaal om zeep.

LEES MEER VAN KOEN STROBBE:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!