De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."
© Ann De Wulf

Openhartig gesprek met Françoise Desguin, mama van onze premier

Libelle-redactrice Annelies ging langs bij Françoise Desguin (81), moeder van premier Alexander De Croo. Een schijnbaar onvermoeibare madame met pit én met een groot moederhart!

“Alexander was ne casse-cou. Zag hij een boekenrek? Hij kroop op die planken. Alles wat bougeerde, moest hij uitproberen”

Als ‘The Crown’ – de populaire Britse serie over het koningshuis – ooit een Vlaamse versie maakt, dan zou de Lepelstraat in Brakel het gedroomde decor zijn. Hier staat de imposante villa van de familie De Croo, een dynastie op zich. Aan het hoofd: Herman De Croo (83), liberaal boegbeeld, ex-minister, ex-burgemeester van Brakel en minister van staat en 52 jaar onafgebroken parlementslid. Al 59 jaar aan zijn zijde: Françoise Desguin (81), advocate en ereplaatsvervangend rechter. Samen kregen ze twee kinderen: Alexander (45), die twee huizen verderop woont en sinds 1 oktober premier van België is, en dochter Ariane (42),  die in Brussel woont en gespecialiseerd is in intellectuele rechten.

“Vergis u niet, de helft van dit grote huis is bureau”, zegt Françoise bijna verontschuldigend als ze me rondleidt. Want ja, ondanks hun gezegende leeftijd zijn zij en Herman nog steeds aan het werk. “We hebben hier een wachtzaal, een secretariaat, bureaus voor mijn man, mezelf en destijds onze medewerkers. In de kamers hier beneden liggen 70.000 dossiers, netjes geklasseerd. We werken allebei nog als advocaat, maar ik neem enkel nog de zaken aan die me interesseren. Vooral familierecht, echtscheidingen, alimentatie, dat soort dingen. Vroeger wilde ik iedereen tevreden houden, ik wees nooit zaken af. Nu wel. Cliënten die foefkes komen vertellen of die niet doen wat ik zeg, die mogen hun dossier terug meenemen.”

Françoise Desguin

Laat mama geworden

Uw man werd in 1968 voor het eerst verkozen, jullie hadden allebei een bloeiende carrière toen Alexander geboren werd in 1975, 14 jaar na jullie huwelijk. U was toen al 36, was dat een bewuste keuze?

Françoise Desguin: “Nee, het heeft gewoon lang geduurd. (lacht) Ik heb mijn man leren kennen aan de universiteit van Brussel. Daarna is hij gaan lesgeven in Chicago, en ik ben meegegaan. Toen we terugkwamen uit Amerika, bleven we tijdens de week in Brussel, in het weekend bij mijn schoonouders hier in Brakel.

Onze ouders waren niet enthousiast over ons huwelijk. Mijn schoonouders vonden mij een ‘stadsmeisje’. Mijn vader was ingenieur, ik kwam uit een ander, Franstalig milieu. Een bekende familie uit Antwerpen, de Desguinlei is ernaar genoemd. Ook mijn ouders vonden het maar niks. Er was wantrouwen in beide kampen. Mijn schoonmama was zeer dynamisch en intelligent, maar wij hadden niet dezelfde levenswijze.

“Onze ouders waren niet enthousiast over ons huwelijk. Mijn schoonouders vonden mij een ‘stadsmeisje’. Er was wantrouwen in beide kampen”

Op den duur ging samenwonen niet meer, ondanks het feit dat we in hun ruime ouderlijke huis zaten. Ze moeide zich met alles. Ze deed de post ’s morgens open en las alles. En ’s avonds plooide ze onze brieven om te versturen, en ook die las ze. Ze was op de hoogte van alle zaken van onze cliënten. (lacht) We hebben dan dit groot stuk grond van hen gekregen en hierop gebouwd, toen het nog mocht. In 1973 zijn we hier komen wonen. Dat het lang duurde vooraleer ik zwanger werd, was niet gepland, maar ten andere: ik vond dat niet slecht. We hadden al meer middelen tegen dat de kinderen kwamen.”

Geen borstvoeding aan de balie

U was zelfstandige, bent u lang thuisgebleven na de bevalling?

“Nee, na twee weken stond ik al terug voor de rechtbank. Wie moest dat werk anders doen? Ik had Alexander graag langer de borst gegeven, maar dat ging niet. Ik herinner me dat ik in Oudenaarde stond te wachten om te pleiten en dat ik melkplekken had op mijn toga, alles begon te lekken. (lacht) Ik heb jaren later een medewerkster gehad, ze was ook zelfstandige. Zij is vrij snel terug komen werken, maar wat bijzonder was: zij mocht haar baby af en toe meebrengen, en zij had zo’n machine…” (beeldt een kolfmachine uit)

Een kolfmachine bedoelt u?

“Ja! Ze stak dan haar melk hier in de diepvries en nam die ’s avonds mee naar huis! In mijn tijd bestond zo’n machine wel in het ziekenhuis, maar niet thuis, hé. Bah ja. Bij Ariane ben ik zelfs niet meer begonnen aan borstvoeding. Dat is het enige waar ik spijt van heb: dat ik mijn kinderen niet de borst kon geven. Een beetje spijt, allez. Maar het ging niet.”

Een auto vol kinderen

Vond u het zwaar, de combinatie van werk en gezin?

“Nee, wij waren vooral heel blij dat Alexander er was! En ik had iemand voor de praktische zorg. Marie-Madeleine, een dame hier uit het dorp, kwam van ’s morgens tot in de namiddag helpen. Het enige probleem was: ze kon niet autorijden. Ik heb het haar nog willen aanleren, maar dat is niet gelukt. (lacht) Bon, ik reed dan zelf naar de muziekles en de hobby’s. Soms ging ik op woensdagnamiddag ergens naartoe met Alexander en Ariane en hun vriendjes. Dan had ik vijf kinderen mee in de wagen, één vooraan en vier achteraan op mekaar gepropt. Dat zou nu niet meer mogen. (lacht) De kinderen hebben daar mooie herinneringen aan.

Het enige waar ik nooit naar keek, waren huiswerk en lessen. Ze moesten hun plan trekken, ik had geen tijd om hen te ondervragen. Als ze iets moesten schrijven over keizer Karel bijvoorbeeld, dan zei ik: hier staan de boeken. Soms lukte dat, en soms minder.”

“Soms denk ik dat ik als moeder te weinig tijd had voor de kinderen. Maar dan zeggen ze: ‘Maar mama, je was er altijd voor ons!’”

Uw kinderen waren al vroeg zelfstandig.

“Ja, zeker! Wij hadden een bushalte hier aan het kapelletje in de Lepelstraat, op 200 meter. De kinderen gingen met de bus naar school, al van kleins af aan, en ik ging ze ophalen. Als ze vakantie hadden, nam ik ze soms ook mee naar de rechtbank. In Oudenaarde was er een soort wachtzaaltje. Dan vroeg ik aan de bode om hen in de gaten te houden. ‘Met niemand meegaan, hé’, zei ik hen. En later deed ik dat ook in Gent, en in Brussel. Zo hebben ze allebei geleerd om alleen te zijn en geen stommiteiten te doen. Toen ze twaalf en vijftien waren, zijn mijn man en ik eens op weekend geweest en zijn ze alleen thuis gebleven.”

Françoise Desguin

Het feit dat u uw kantoor thuis had, maakte wel dat zij altijd thuis waren, natuurlijk.

“Ja. Soms denk ik weleens dat ik als moeder te weinig tijd had om me bezig te houden met hen, en dan zeggen ze altijd: ‘Maar mama, je was er altijd voor ons!’ Ik kon werken zoals ik wilde. Na school kookte ik voor de kinderen en legde ik hen in bed. Als ze sliepen, begon ik weer besluiten te maken. Er is een hele periode geweest waarin ik om vier uur opstond, tegen dat zij wakker werden was een groot stuk van mijn werk al klaar. Of periodes dat ik laat werkte. Maar ik heb werk en gezin altijd proberen te combineren.”

Als hij iets wil, dan studeert hij zich zot. Daarom heb ik vertrouwen in de toekomst”

Als het maar bougeert voor Alexander

Was Alexander een makkelijk kind?

“O ja, alle twee, ik had brave kinderen. Alexander was wel ne casse-cou. U ziet daar een boekenrek. Wel, hij kroop op die planken, ik had altijd schrik dat heel die bibliotheek zou vallen. Alles wat bougeerde, daar moest hij op. Zo’n eenwieler heeft hij gehad, een step, en nu nog een elektrisch skateboard… Er is niks dat beweegt dat hij niet kent.” (lacht)

En was hij een goeie student?

“Bwa, zo zo. Maar hetgeen hij wilde bereiken, lukte altijd. Zijn papa wilde dat hij rechten zou studeren, maar dat zag ik niet zitten. Bah non, dat interesseerde hem toch absoluut niet? Ik vond veearts een goed idee, maar hij wilde niet. Hij heeft dan Solvay businessschool gedaan aan de VUB. Het voorlaatste jaar mochten ze een kleine onderneming opstarten. Met zijn zus, een kameraad van toen en een toenmalige vriendin hebben ze een eventbureau opgericht. Op het einde van zijn laatste jaar hadden ze 100.000 frank winst gemaakt. Dat was nog nooit gebeurd! Ze betrokken mij er ook bij, voor klanten die niet betaalden. (lacht)

Maar oké, hij organiseerde zich goed, en dat lukte. In zijn voorlaatste jaar solliciteerde hij, maar het bedrijf waar hij wilde beginnen, nam enkel studenten aan die grote onderscheiding behaalden. Die had hij niet, maar het jaar erop wél. Hij kon er beginnen. Als hij iets wil, dan studeert hij zich zot. Daarom heb ik vertrouwen in de toekomst.”

De politiek lonkte pas veel later, ondanks het feit dat zijn vader politicus in hart en nieren was.

“Ja, pas een jaar of tien geleden, bij de Europese verkiezingen. Hij had zijn eigen zaak opgericht met vrienden, hij had geen tijd en interesse. Maar mijn man zei: ‘Waarom zet je je niet op de Europese lijst?’ Hij heeft zich dan op een niet-verkiesbare plek gezet en is mee campagne gaan voeren, van Veurne naar Lanaken, hé. Hij ging mee affiches hangen, spreken, en hij vond dat plezant. Uiteindelijk kreeg hij 47.000 voorkeurstemmen, en de eerste had er 50.000. Eind 2009 kwamen de voorzittersverkiezingen bij Open Vld, die hij won. Daarna nam hij, bijna noodgedwongen omdat hij alle onderhandelingen gevoerd had, de ministerpost van Vincent Van Quickenborne over toen die burgemeester werd van Kortrijk. Hij is uiteindelijk een tijdje geleden uit zijn zaak gestapt en heeft gekozen voor de politiek. En zijn papa is in de wolken natuurlijk, hé.”

Uw man was fulltime bezig met politiek. Het is toch een druk en stressvol leven, hebt u geen schrik voor uw zoon?

Nee, ik vond dat een mooi leven. Mijn man kwam elke avond naar huis, net als Alexander. Pas op, toen mijn man de eerste keer minister werd, kreeg ik een notaatje van zijn secretaresse dat ik naar een feest moest die avond. Ik zei: ‘Pardon, ik zal eerst eens kijken in mijn agenda of ik wel vrij ben.’ (lacht) Maar dat was in 1974, hé. Nu doen veel meer partners hun ding, men begrijpt dat vandaag beter. Alexanders echtgenote heeft ook een mooie carrière, ze is partner in de firma waar Alexander ooit begon.”

Françoise Desguin

Met respect voor de ander

Ze wonen dichtbij, twee huizen verderop. Lopen jullie elkaars deur plat?

“Nee, wij komen heel goed overeen, maar ik zeg altijd: chacun chez soi. De kinderen springen weleens binnen, die komen en gaan. En mijn schoondochter is altijd welkom, dat weet ze. Ik heb hier in mijn garage een grote voorraad extra servies en vaatwerk. Nu met corona gaat dat niet, maar als ze eens een barbecue of zo hebben, dan komt ze hier haar couverts halen. We zijn welkom, maar we hebben ons eigen leven. Dat geldt ook voor de opvoeding van de kinderen. Af en toe denk ik: dat zou ik niet doen, maar ik zeg dat niet. Daarom komen wij ook goed overeen.”

Hebt u vaste momenten om met uw zoon te bellen?

“Nee. Met mijn dochter bel ik dagelijks, maar niet met Alexander. Hij heeft het heel druk, ik weet nooit of hij in vergadering zit of zo… Hij komt wel alle avonden naar huis, de zondagen zijn zo veel mogelijk voor het gezin. En nu met corona gaat dat niet, maar anders proberen we toch geregeld plenaire vergadering te houden zoals ik dat noem – samenkomen met de kinderen erbij. (lacht) En een paar keer per week komt hij – onverwacht – langs. Het blijft zijn geboortehuis.”

“Ze zijn welkom, maar we hebben ons eigen leven. Dat geldt ook voor de opvoeding van de kinderen. Af en toe denk ik: dat zou ik niet doen, maar ik zeg dat niet. Daarom komen wij ook goed overeen”

Welk cijfer op tien zou u uzelf geven als moeder?

“Als moeder? Ik heb het niet zo slecht gedaan, hé… (denkt na) Ik ben heel content, we hebben twee kinderen en vier kleinkinderen. Ze zijn gezond, eerst en vooral. Als je kind niet gezond is… dat is toch een probleem, hé. Mijn twee kinderen hebben allebei een goed huishouden, de vier kleintjes zitten goed in hun vel. We hebben ook geluk gehad natuurlijk, gezondheid heb je bijvoorbeeld niet in de hand.”

Qua ‘goed huishouden’ hebben ze natuurlijk wel een mooi voorbeeld gehad. Jullie zijn bijna zestig jaar samen.

“Mijn  man en ik hebben geen excessen gedaan. We hebben geprobeerd ons goed te gedragen en geen stommiteiten te doen, respect te tonen voor de ander. Misschien hebben we dat onbewust wel doorgegeven, ja.”

Françoise Desguin
© Ann De Wulf

Een beetje futloos

U woont in een prachtig huis omringd door veel groen en dieren. Hebt u geen zin om gewoon hier in de zetel te zitten en van uw pensioen te genieten?

Nee, ik blijf werken, ik doe dat graag. Mijn probleem is wel dat ik moeilijk stap. Ik ben geopereerd aan mijn rug in september. De dokter zei dat het zou beteren, maar dat is nog niet gebeurd. Tant pis. Dat remt wel mijn activiteiten af. Vroeger ging ik overal pleiten, maar nu doe ik dat niet meer. Het Justitiepaleis in Brussel heeft een enorme trap, ik heb daar schrik van! In Dendermonde ook, dat zijn trappen zonder leuning, dat durf ik niet meer.

Drie jaar geleden kreeg ik last en hebben we een lift laten plaatsen. Geen traplift, hé, een echte lift. Een hele verbouwing was dat, maar ik ben daar zo content van. Mijn man wil ’m niet nemen, hij blijft graag in beweging. Hij legt zijn valies boven in de lift en stapt dan de trap af om daar op het knopje te duwen. (lacht) De lift staat in de garage, als ik boodschappen gedaan heb, rijd ik ze met mijn trolley naar de lift, en dan pffft, omhoog. Magnifique!”

“Herman, mijn man, gaat sinds die corona bijna nergens meer naartoe. Hij mist die contacten enorm. Mentaal heeft dat erin gehakt”

U trekt goed uw plan. Is het gelukt de voorbije maanden met corona en de weinige contacten die toegelaten zijn?

“Goh. Ik heb toch de indruk dat we een beetje… niet in vorm zijn. Een beetje futloos. Ik ga nog mijn boodschappen doen en bel met vriendinnen, maar mijn man gaat, sinds die corona, bijna nergens meer naartoe. Hij mist die contacten enorm. Normaal zit hij elk weekend in Brakel en in de zeer ruime omgeving op een jubilee, een opening van een winkel, een straatfeest, gaan speechen links en rechts… Nu gaat hij zelfs niet meer naar de markt. Mentaal heeft dat erin gehakt, zo bijna niemand kunnen zien. Ook de kleinkinderen die al lang niet meer zijn komen logeren… Maar ja, bon. (haalt schouders op) We proberen toch zoveel mogelijk te genieten. Ik hoop dat we het nog lang kunnen.”

Ik wens het jullie zeker toe, bedankt voor het gesprek.

Uit LIB 53/2020. 

Nog meer hartverwarmende gesprekken:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content