© Ann De Wulf

Ons gesprek met Kim Meylemans, skeletoni en nu al onze Olympische trots

Door Karolien Joniaux

Dat Kim Meylemans bij de wereldtop hoort in skeleton (op de buik, hoofd vooruit en gáán met die slee!), heeft ze eigenlijk aan haar astma te danken. Op de Olympische Winterspelen in China wil ze haar jarenlange harde werk verzilveren. Wij duimen mee op 11 en 12 februari!

Met een snelheid van 140 km per uur naar beneden zoeven, dat doet iets met een mens. Plat op de buik, hoofd vooruit. Enkel jij, je slee en de bobsleebaan. Skeleton bestaat al sinds 1884 en is daarmee de oudste sleesport, maar bij ons bleef het een relatief onbekende discipline. Tot nu, hoopt topatlete Kim Meylemans (25): op 11 en 12 februari wil ze de sport én ons land extra op de kaart zetten tijdens de Olympische Winterspelen in China – haar tweede Spelen op rij.

Wij spraken met Kim in de aanloop naar de Spelen – tussen haar wedstrijden voor de wereldbeker door. Want haar prestaties spreken tot de verbeelding: in België staat het aantal skeletonpistes (dezelfde banen als die voor bobslee) op nul. Hoe belandt een Limburgse in de wereldtop van een sport die ze in haar eigen land niet eens kan beoefenen?

“Ik heb mijn liefde voor skeleton aan mijn paardenallergie te danken”

Kim Meylemans: “Dat heb ik eigenlijk deels aan mijn paardenallergie te danken. (lacht) Nog voor mijn geboorte zijn mijn ouders naar Duitsland verhuisd. Ze werken allebei in de paardensport en hadden in Amberg een grote manège met zestig paarden. Toen ik twee jaar was, bleek ik astmatisch te reageren op paarden. Mijn ouders probeerden alles zo clean mogelijk te houden: we hadden een waszone in huis en zelfs twee aparte auto’s: eentje waar de paardrijspullen in mochten en eentje die ‘paardenvrij’ bleef. Maar toch belandde ik minstens twee keer per jaar een week in het ziekenhuis met een astma-aanval.

Toen ik op mijn elfde op internaat wilde – als enig kind leek mij dat fantastisch – ontdekten we er eentje dat zich volledig richt op kinderen met chronische longziektes, zoals astma en muco. Het lag midden in de bergen, in Berchtesgaden. Daar is het allemaal begonnen.”

Zen in the zone

“Sport is altijd mijn uitlaatklep geweest. Als kind heb ik zowat elke sport uitgeprobeerd, maar voetbal was doorheen de jaren de grote constante. Tijdens één van de voetbaltoernooien in Berchtesgaden sprong ik in het oog bij de coördinator van de sportschool. ‘Met haar moeten we toch meer kunnen dan die kleine toernooien’, vond hij. En hij stelde me meteen voor om skeleton een kans te geven. Die scouting gebeurde in de zomer en omdat er dan geen skeletonpistes open zijn, heb ik de eerste maanden meegetraind met het skeletonteam zonder de sport ooit beoefend te hebben. Ik moest vooral werken aan mijn snelheid en kracht, iets wat je op de piste hard nodig hebt om explosief te kunnen starten.

In oktober – ik was toen dertien – was het dan zover. Maar die eerste keer was geen groot succes. Als een pingpongballetje stuiterde ik van links naar rechts. Tussen de eerste en de tweede bocht had ik de muur misschien al vier keer geraakt. (lacht) Maar het intrigeerde me wel, dat contrast tussen het agressieve vertrek en de ijzige kalmte onderweg. Het voelde alsof ik in een black-outzone belandde, met amper tijd om na te denken.

“Bij skeleton is er enkel de piste en jij. Een ultiem gevoel van vrijheid”

Om je heen is er alleen maar de witte piste en het gaat zo snel dat je nauwelijks iets ziet of hoort. Alsof er niets anders bestaat. Ik hoor dat mensen iets gelijkaardigs ervaren als ze gaan joggen: ‘Als ik onderweg ben, is mijn hoofd leeg’. Maar als loper ben je nog in het alledaagse leven, waar er rondom van alles gebeurt. Bij skeleton is er enkel de piste en jij. Een ultiem gevoel van vrijheid.”

Extreme sport, extreme gevoelens

“Hoe meer ik trainde, hoe beter ik ging begrijpen hoe de sport in elkaar zit en hoe leuker het ook werd. Er komt verrassend veel denkwerk aan te pas. Banen vanbuiten leren, bochten analyseren en ook een behoorlijke portie fysica: waar duwt de G-kracht je naar boven en waar trekt de zwaartekracht je weer naar beneden?

Natuurlijk wist ik toen nog niet dat ik ooit zou deelnemen aan de Olympische Winterspelen, maar die drive – de beste willen zijn in wat ik doe – zat er altijd al in, ook toen ik nog voetbalde. Mijn ouders begrepen door hun job in de paardensport ook perfect dat ik dit moest doen.

Alleen mijn grootouders hadden het er wat moeilijker mee. Ze hadden op tv al eens gezien hoe skeleton in zijn werk gaat, maar de eerste keer dat ze me live aan het werk zagen, was heel heftig voor ze, te heftig. De geluiden, de snelheden… van dichtbij voelde het allemaal zo extreem. Mijn opa is een boom van een kerel, maar hij is met tranen in de ogen vertrokken. Hij is altijd blijven supporteren, hoor, alleen vanop een veilige afstand, op tv.” (lacht)

De eerste Spelen: een harde leerschool

Na haar periode in het internaat verhuisde Kim met haar ouders naar België. Want ze woonde wel haar hele jeugd in Duitsland, maar de Belgische roots bleven aan haar trekken. ’s Zomers bereidt ze zich fysiek voor op het komende winterseizoen (‘winterporters worden in de zomer gemaakt’, wordt er altijd gezegd) en ’s winters reist ze van wedstrijd naar wedstrijd.

Kim: “Ik heb het geluk dat ik van sport mijn beroep heb kunnen maken. Al moet je je daar niets te luxueus bij voorstellen. (lacht) Met het oog op later volg ik nog een opleiding hotelmanagement in het afstandsonderwijs, maar voor de rest kan ik mij dankzij mijn contract bij Sport Vlaanderen fulltime focussen op mijn trainingen.

“Ik had een heel rooskleurg beeld van de Spelen, eentje waarbij alle sporters evenveel kansen krijgen. Maar zo werkt het niet”

Vier jaar geleden mocht ik ons land voor het eerst verdedigen op de Olympische Winterspelen in Zuid-Korea, maar achteraf gezien was ik daar mentaal niet genoeg op voorbereid. Ik was jong, nog maar 21, en had een heel rooskleurig beeld van de Spelen, eentje waarbij alle sporters evenveel kansen krijgen. Maar zo werkt het niet. Voor de trainingen ter plaatse kunnen grote landen lobbyen voor eigen sportzalen, terwijl ik met moeite gewichten kon bemachtigen. Van het materiaal tot de catering: een klein land als België moet altijd het onderspit delven.

Ik was daar zo verontwaardigd over dat het me helemaal onderuit heeft gehaald. En als het in je hoofd niet goed zit, kun je op fysiek vlak ook niet presteren.”

Tweede keer, goede keer

“Ik had kunnen stoppen, en redeneren van: ‘Als het zo gaat, hoeft het voor mij niet meer’. Maar na mijn ervaringen in Zuid-Korea wilde ik mezelf net bewijzen dat ik nog niet het onderste uit de kan had gehaald. Toen ik thuiskwam, heb ik meteen de knop omgedraaid en beslist dat ik nog eens wilde gaan, mentaal beter voorbereid, deze keer. Ondertussen ben ik vier jaar ouder, heb ik vier jaar langer ervaring en is mijn mindset inderdaad veranderd.

De eerste keer zag ik de Spelen meer als een deel van mijn job – iets dat ik moest doen omdat het zo hoort. Nu besef ik veel beter: ik doe dit in de eerste plaats voor mezelf, omdat ik ervan geniet. Misschien heeft Covid daar zelfs een rol in gespeeld. Terwijl zoveel mensen thuis moesten zitten, ben ik mogen blijven trainen en naar wedstrijden gaan. Met strenge testvoorwaarden en zonder publiek, weliswaar, maar ik besef maar al te goed wat voor een privilege dat is. Dat ik dit mág doen is al een deel van een genot, en extra motivatie om het goed te doen.”

Een diploma!

“In oktober zijn we met het team al eens naar Peking mogen gaan om de piste te verkennen en alleen al de locatie was een wereld van verschil in vergelijking met die in Zuid-Korea. In Pyeongchang was alles grijs en grauw, terwijl de setting in Peking onvoorstelbaar mooi is. Machtig besneeuwde bergtoppen, zoals in de film Mulan, en zelfs het zonlicht lijkt er anders dan bij ons.

“Ik heb voor mezelf twee doelen gesteld: een positiever gevoel aan de Spelen overhouden én een plaatsje in de top acht bemachtigen”

Ook de baan zelf is prachtig gemaakt, in de vorm van een draak. Dat lijken details die er niet toe doen, maar als het kader zo juist zit, trekt dat je als sporter vanzelf omhoog. Ik heb voor mezelf nu twee doelen gesteld: een positiever gevoel aan de Spelen overhouden dan vorige keer én een plaatsje in de top acht bemachtigen. De beste acht krijgen immers een Olympisch diploma mee naar huis en daar wil ik echt op mikken. Alles wat daar nog bovenop zou komen, is mooi meegenomen.”

Voor de volgende generatie

Naast haar werk op de piste zet Kim Meylemans zich actief in om jongeren warm te maken voor sport in het algemeen en skeleton in het bijzonder. Zo zijn er plannen om in Heusden-
Zolder een skeletonpiste te openen. Daarnaast is Kim één van de gezichten van ‘Out for the Win’, een organisatie die de zichtbaarheid van de LGTBI-gemeenschap in de sport wil verhogen.

Kim: “Voor mij is het een non-issue dat ik op vrouwen val, maar in de sportwereld is het nog steeds taboe. Dat bleek uit de interviewaanvragen die ik kreeg bij de Winterspelen van 2018. We waren toen met 15 ‘geoute’ atleten op meer dan 2500. Dat betekent dat bijna 80% van de LGBTI-atleten niet voor hun geaardheid durfden uit te komen. Door er openlijk over te praten, hoop ik dat de volgende generatie sporters wél zichzelf durft te zijn.”

Uit: Libelle 04/2022 – Tekst: Karolien Joniaux

Meer mooie interviews:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content