De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."
© Ann De Wulf

Mannen over emoties: Steven Van Gucht vertelt over zijn gevoelens

Steven Van Gucht loodst ons al bijna twee jaar kalm en helder door de coronastorm. Maar wat gaat er binnenin hem om? Wel, we vragen het hem.


Wie is Steven Van Gucht?

  • Geboren in Merchtem in 1976.
  • Studeerde dierengeneeskunde en behaalde zijn doctoraat.
  • Nadien ging hij aan de slag als viroloog bij het Belgisch Instituut voor Gezondheid, vandaag bekend als Sciensano.
  • Tijdens de coronacrisis was hij interfederaal woordvoerder van het Nationaal Crisiscentrum.
  • Midden december 2020 werd hij geëerd met de Wablieft-prijs voor zijn helder en duidelijk taalgebruik in zijn communicatie tijdens de coronacrisis.
  • Hij is gescheiden en heeft een zoon van veertien.

Hoesten in de buurt van Steven Van Gucht, dat is zoals vloeken in de kerk. De dag voor ons gesprek ben ik snipverkouden en dus spreek ik Vlaanderens bekendste viroloog via het scherm. Praten over zijn emoties gaat hem niet even vlot af als toelichting geven bij de pandemie, geeft hij meteen toe.

“Ik heb veel emoties, maar ik vind het niet makkelijk om ze te tonen. Ik weet niet of dat typisch mannelijk is hoor, ik zie evengoed vrouwen die er moeite mee hebben.”

Maar voor Libelle wil hij alsnog zijn best doen.

“Mijn moeder las Libelle. Alles wat ik over vrouwen heb geleerd, haalde ik als jonge jongen daaruit”

“Ik ken jullie blad goed, want mijn moeder las Libelle − toen nog Het Rijk der Vrouw. Dat was het enige boekje dat bij haar in de living lag. Alles wat ik over vrouwen heb geleerd, haalde ik als jonge jongen daaruit.” (lacht)

Uit wat voor gezin kom je eigenlijk?

“Mijn opvoeding was complex, mijn ouders zijn gescheiden toen ik tien was. Mijn vader bleef wonen in Merchtem op de boerderij waar ik opgegroeid was, mijn moeder verhuisde naar een sociaal appartementje in Opwijk. Zij was chronisch ziek en kon niet werken, we hadden het niet breed thuis. We gingen bijvoorbeeld nooit op reis – andere kinderen spraken dan over hun skivakanties en zomerverlof, maar dat was voor mij een onbekende wereld.

Ik ga daar niet over klagen, ik vind dat je dat niet echt nodig hebt om je als kind te amuseren. Maar als anderen erover vertellen en je merkt dat je niet mee kunt in een klas, dan wordt het wel lastig.”

Geleerd uit de vechtscheiding

Kom je ondanks hun scheiding toch uit een warm nest?

“Mijn ouders zaten in een vechtscheiding, wij hebben zeer lastige momenten gekend. Mijn broer was acht jaar ouder en het huis al uit, ik had nog een zus van een jaar jonger. Ik heb het geluk gehad dat ik altijd goed ben opgevangen door nonkels, tantes en een grootmoeder.

“Mijn ouders zaten in een vechtscheiding. Ik ben blij dat ik mijn zoon een andere jeugd kan geven: ik ben ook gescheiden, maar zonder conflict”

Achteraf gezien heb ik daar veel uit geleerd en ben ik er ook sterker uitgekomen, maar ik wil hier zeker geen pleidooi houden voor een moeilijke jeugd. Het had net zo goed verkeerd kunnen lopen bij mij, het hangt er maar vanaf welke mensen je omringen. Nee, dan ben ik blij dat ik mijn zoon een andere jeugd kan geven. Ik ben ook gescheiden, maar zonder conflict.”

Je hebt gestudeerd voor dierenarts. Niet evident als je uit zo’n milieu komt, toch?

“Nee, ik was de allereerste in de familie die naar de universiteit zou gaan. Mijn grote onzekerheid was: kan ik dat wel? Ik had een studiebeurs gekregen. Als ik niet slaagde, was ik die kwijt. Dat gaf druk: het móést lukken. Ik heb mijn studie dus ernstig opgevat en ik ben erdoor gefietst met veel te hoge punten. (lacht) Nu denk ik weleens: ik had meer moeten uitgaan, meer profiteren. Maar uiteindelijk heb ik een prachtig parcours afgelegd.”

Vanwaar komt je fascinatie voor dierengeneeskunde?

“Als kind wilde ik ontdekkingsreiziger worden. Maar toen had ik door dat alles al ontdekt was. (lacht) Iedereen was overal al geweest, ik moest niks meer in kaart brengen. Daarna raakte ik gefascineerd door biologie. Maar het was net de periode voor de scheiding, ik studeerde niet, had slechte punten en deed mijn huiswerk niet. ‘Als je bioloog wilt worden, moet je wel 80% halen’, zei mijn grootmoeder. Vanaf dan ben ik altijd de primus geweest, meer had ik blijkbaar niet nodig.

Na het middelbaar twijfelde ik tussen gewone geneeskunde en dierengeneeskunde. Ik had op de boerderij veel dierenartsen gezien, ik vond dat interessant. Bovendien kwam in de jaren negentig aids opzetten. Bloed van mensen was gevaarlijk, bloed van dieren leek me veiliger. Zo zie je maar op welke basis je zo’n keuze maakt. (lacht) Maar ik heb geen spijt, mijn achtergrond is nog altijd nuttig.”

In plaats van het veld in te gaan, ben je blijven plakken in de academische wereld.

“Ja, dat was de ontdekkingsreiziger in mij. Ik wilde onderzoeken, ik keek graag door microscopen om nieuwe dingen te zien. Het beroep van dierenarts is veel praktischer, ik wilde die wetenschappelijke carrière.”

Selfies op straat

En zo belandde je in de wereld van labo’s en congressen. Toen corona uitbrak, werd je plots gekatapulteerd naar het middelpunt van de samenleving. Hoe was dat voor je?

“Dat had een totaalimpact. Ik zag dat niet aankomen en ik heb daar ook nooit zelf om gevraagd. Maar ik heb mijn verantwoordelijkheid genomen. Die bekendheid heeft positieve en negatieve kanten. Ik vind het flatterend als mensen mij bedanken of op de foto willen.
Maar soms wil ik ook weleens met rust gelaten worden. (lacht) Wat het zwaar maakt, is dat het niet enkel gaat om bekend zijn, maar dat wij, met alle collega’s, een pandemie moeten managen. Dat betekent dat we boodschappen moeten brengen die moeilijk zijn, er is altijd wel iemand kwaad. Ofwel stel je te veel gerust, ofwel zaai je paniek, ofwel promoot je vaccins…

“Ik zie nu beter in wat bekendheid met een mens kan doen. Als die je overvalt wanneer je nog jong bent en niet sterk in je schoenen staat, ga je zo de afgrond in”

Zo gaat dat met alles wat ik zeg of doe. Maar ik probeer ernaar te kijken als een onderzoeker en toeschouwer te zijn van mezelf. Dan denk ik: man, wat heb je nu toch weer voor. Ik begrijp nu ook beter wat zo’n bekendheid met een mens kan doen. Als die je overvalt wanneer je nog jong bent en niet sterk in je schoenen staat, dan ga je zo de afgrond in.”

Bij die bekendheid komt ook je status van meest begeerde vrijgezel.

“Ook dat is weer zo’n toevalligheid. Het was De Standaard die een portret maakte van de coronafiguren. Ik liet vallen dat mijn zoon bij mijn ex-vrouw zat, en die journalist was bij de pinken: ‘Ah, dus u bent vrijgezel?’ En voor je het weet gaat het in elk interview daarover. Ik probeer het wat af te schermen, geef geen details en blijf bewust vaag. Maar anderzijds moet ik zo vaak communiceren over hoe mensen hun leven moeten leiden, dat ik het ook maar normaal vind om naar mezelf te verwijzen. Wat raad ik voor mezelf aan? Wat raad ik aan mijn familie aan? Dat is de manier waarop ik die dingen probeer te brengen.

Intussen weet iedereen wel dat ik een zoon heb, maar ik post geen foto’s van hem. Op mijn Instagram zie je enkel foto’s van mezelf en mijn hond, al valt het mij op dat ik ook veel drank fotografeer. Ik drink niet veel hoor, maar als toeschouwer van mezelf is ook dat me onlangs opgevallen.” (lacht)

Je was vóór corona terechtgekomen in een vicieuze cirkel van extreme slapeloosheid. Ik zou denken dat je daar als wetenschapper die zo goed naar zichzelf kan kijken, niet aan ten prooi zou vallen.

“Niet dus. Ik kreeg al hartkloppingen als ik mijn bed zag: ik ga wéér niet slapen. Ik ben altijd vatbaar geweest voor slechte nachten, vaak door stress. Maar na mijn echtscheiding werden de slechte nachten steeds talrijker, tot ik op het punt kwam dat ik dacht: nú moet ik écht wel slapen. Ik wilde absoluut slaappillen vermijden, omdat ik weet hoe verslavend ze zijn. Maar dan ga je stomme dingen doen. Ik heb allerhande etherische oliën en andere middelen die handenvol geld kostten, besteld. Ik zeg niet dat het allemaal slecht is, maar dat is een commerce op zich. Ik ben uiteindelijk naar een dokter gestapt en heb toch slaapmiddelen gekregen.

“Nu pas begrijp ik wat voor impact insomnia kan hebben. Ik zal het nooit wegwuiven met een ‘ach, zet je erover’, wat ik vroeger wellicht gedaan zou hebben”

Ik heb er een jaar mee gesukkeld, tot covid kwam. Mijn focus verlegde zich naar de crisis en ik vergat dat ik slaapproblemen had. De nachten waren kort, maar ik sliep weer. Het was een zware periode, maar ze heeft me ook wel weer veel geleerd. Als arts ken je alles in theorie, maar het blijft moeilijk om te vatten als je het zelf nooit hebt meegemaakt. Nu pas begrijp ik wat voor impact insomnia − maar ook andere vormen van lijden − kunnen hebben. Ik zal het nooit wegwuiven met een ‘ach, zet je erover’, wat ik vroeger wellicht zou gedaan hebben.”

Meer tijd voor mezelf

Jij was de man die elke dag de coronacijfers bekendmaakte. Daarachter schuilt veel leed van mensen die een dierbare hebben afgegeven zonder afscheid. Kun je je daarin inleven?

“Absoluut, ik ben mijn moeder op die manier verloren. Ze is gestorven toen ik 25 was. Op weekend aan zee kreeg ze een zware astma-aanval en stuikte neer op de dijk. Ik kreeg telefoon en wist: mijn leven wordt nooit meer hetzelfde. Mijn moeder was chronisch ziek, maar het kwam onverwacht. Dus ja, ik besef welk lijden erachter zit, maar om zelf overeind te blijven probeer ik wel afstand te nemen. Anders hou je dit niet vol en neem je niet de juiste beslissingen.

Ik herinner me het eerste overlijden van een kindje. Ik had het nieuws de dag voor de persconferentie al vernomen, en ik was helemaal uit mijn doen. Ik heb zelf een zoon, dat komt extra hard aan. Meer dan de grote getallen, zijn de individuele gevallen de moeilijkste.”

“We hebben geschiedenis geschreven”, zei Elke Van Hoof, voorzitter van de expertengroep rond de psychosociale impact van Covid-19, onlangs in Libelle. Ze raadde iedereen aan om hieruit lessen te trekken.

“Ik heb nog geen tijd gehad voor dat bezinningsmoment. Ik ben wel blij dat ik een impact heb kunnen hebben. Maar daarna ga ik gewoon verder met wat ik doe, we mogen de lessen die we nu geleerd hebben niet vergeten. Tijdens de eerste lockdown, in april, liep ik op een dag rond in Brussel en overviel me dat geweldige gevoel van rust. Niemand was gehaast, iedereen was op het gemak aan het wandelen of fietsen. Er was een staalblauwe hemel zonder strepen van vliegtuigen. Dat beeld zal me altijd bijblijven.

Misschien kunnen we nog wel terug naar dat idee om zaken op een rustigere manier te organiseren. En in mijn privéleven ga ik meer tijd moeten vrijmaken voor mezelf en voor mijn naasten. Maar dat is nog niet aan de orde op dit moment. Telkens als ik denk dat het rustiger wordt, duikt er weer iets nieuws op.”

Je bent erg plichtsbewust, niet?

“Dat is de aard van het beestje denk ik. Ik heb een groot verantwoordelijkheidsbesef, maar ik ben niet altijd de meest zorgzame mens, hoor. In heb bijvoorbeeld geleerd om meer te doen in het huishouden, ik vond het vroeger nogal vanzelfsprekend dat een ander dat deed. (lacht) Maar de essentie is dat je altijd leert uit de fouten die je maakt en uit de problemen die je overkomen. Kiezen voor mildheid en begrip, dat is heel belangrijk. Hoe ouder ik word, hoe makkelijker dat me afgaat.

“Hoe ouder ik word, hoe makkelijker ik het vind om met mildheid en begrip in het leven te staan”

Ik merk dat bijvoorbeeld in het verkeer. Ik ben altijd een zeer voorzichtige, rustige chauffeur geweest. Ik vind dat dat gewoonweg zo hoort. Ik kon me vroeger enorm opjagen in snelheidsduivels en mensen die zich niet aan de regels hielden. Nu heb ik zoiets van: ik rij voorzichtig en ik ben blij als mensen even hoffelijk zijn als ik, maar als iemand dat niet doet, aanvaard ik dat met een zekere mildheid. Dat komt niet automatisch met ouder worden hoor, ik zie sommige mensen ook verstarren. Maar het is mooi als je toch voor de wijsheid kunt kiezen.

Als ik kijk naar mijn vader… Hij is van 1944, maar nog in goeie doen. Hij fietst veel en dan komt hij hier zijn groentjes afzetten. We hebben een fijne band, ik hou van zijn levenswijsheid. Hij heeft veel meegemaakt, maar het heeft hem niet zuur gemaakt, integendeel. Hoe ouder ik word, hoe meer ik dat apprecieer.”

Uit: Libelle 48/2021 – Tekst: Annelies Dyck, foto: Ann De Wulf

VERDER LEZEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content