Getty Images

Krachtige vrouwen: Tinne kreeg een hersentumor tijdens haar tweede zwangerschap

Door De Redactie

Het leven kan je voor zware beproevingen stellen. Maar het spreekwoord zegt: ‘What doesn’t kill you, makes you stronger.‘ In deze minireeks vertellen vijf lezeressen over hoe ze weer opveerden na hun tegenslag, en waar zij hun kracht uit putten.

Tijdens Tinnes tweede zwangerschap werd een hersentumor ontdekt. Sindsdien leeft ze alleen nog in het hier en nu.

Van hoofdpijn naar hersentumor

“Ik heb me gefocust op wat er in mijn buik groeide, niet in mijn hoofd. Ik moest gezond blijven voor mijn baby”

Tinne (36): “Het was mijn gynaecoloog die aandrong op een MRI. Ik was zes maanden zwanger en had voortdurend hoofdpijn. Ze zagen iets en verwezen me door naar Leuven voor een uitgebreide MRI. In mijn hersenen zat een tumor van 5 cm bij 4,5 cm groot. Op basis van de eerste beelden gingen de artsen ervan uit dat het om een traag groeiende tumor ging. En omdat ik zwanger was, konden ze voorlopig niks doen. Ze zouden wachten tot na de geboorte voor uitgebreide onderzoeken en dan pas beslissen wat er moest gebeuren.

Ik herinner me nog hoe chaotisch die eerste weken waren. Onze familie en vrienden hadden veel vragen, wij ook, maar we wisten niet wat we konden verwachten, hoe we ons moesten voorbereiden. Ik heb heel bewust niet zitten zoeken op Google. Ik heb me gefocust op wat er in mijn buik groeide, niet in mijn hoofd. Ik moest gezond blijven voor mijn baby, en hij hield mij recht, zo heb ik dat ervaren.

Axl is twee weken voor zijn uitgerekende datum ingeleid, zodat ik zo snel mogelijk uitgebreid onderzocht kon worden. Daaruit bleek dat de tumor inderdaad traag groeide en ik nog even kon wachten vooraleer ik me moest laten opereren. Het voelde alsof ik extra tijd kreeg. Want zo’n tumor in de hersenen wegsnijden is niet zonder risico. De kans op hersenschade of verlamming was reëel. Om de paar maanden liet ik een scan nemen om de tumor in de gaten te houden, en intussen probeerde ik me op te sluiten in onze bubbel met ons pasgeboren zoon en eentje van 2,5.

Die laatste zomer

In mei vorig jaar wilden de artsen opereren. De tumor was groter geworden, ik had ’s nachts zware epilepsieaanvallen en de medicatie die ik daarvoor nam, gaf ernstige bijwerkingen. Maar ik heb de operatie kunnen uitstellen tot het najaar. Ik wilde de jongens nog een laatste mooie zomer geven met ons vieren. En mijn broer zou voor het eerst papa worden in juli, ik mocht meter zijn. Dat wilde ik echt nog meemaken.

Het kindje van mijn broer is bij de geboorte overleden, wat voor ontzettend veel verdriet zorgde in de familie. En enkele dagen voor de operatie stierf mijn grootvader aan een hersenbloeding. Het was alsof de dood ons omringde, maar ik ben op geen enkel moment bang geweest. Integendeel, ik voelde me heel rustig, had vertrouwen in de dokters. Na meer dan negen uur opereren hadden de artsen 80 procent van de tumor weggesneden, een onverhoopt succes. En op wat spraakmoeilijkheden na die al snel verdwenen waren, heb ik heb er niks aan overgehouden, wat echt ongelooflijk is. Ik heb nadien bestraling gekregen, het komende jaar krijg ik chemo, en om de drie maanden nemen ze een scan om te zien of het werkt. Maar voorlopig lijkt het aan te slaan.

Ik ben niet bang

Ik heb de dokters niet gevraagd hoeveel tijd ik nog heb. Ik heb die vraag ook niet gesteld in 2017, toen ik de diagnose kreeg, en intussen zijn we al drie jaar verder. We zijn waar de artsen hoopten te zijn, en ik word omringd door de beste chirurgen en oncologen, dat is het belangrijkste. Ja, ik zou de vraag kunnen stellen, maar stel dat ze zeggen: nog 10 jaar. Of 15 jaar. Wat dan? Het zou me niet onderuithalen, maar het zou me ook niet helpen. Ik heb dat antwoord niet nodig, ik leef in het hier en nu. En hoewel die tumor als een zwaard van Damocles boven ons hangt, ben ik niet bang. Nooit geweest eigenlijk.

Natuurlijk heb ik wakker gelegen over wat ik zou achterlaten. De kinderen hebben me al die tijd overeind gehouden. Dat ik de jongens elke dag kan zien lachen, dat ze gelukkig en zorgeloos zijn. Want ze weten dan wel dat mama ziek is. We sparen hen, ze worden weggehouden van alle lelijkheid van de ziekte. En ook als gezin blijven we overeind.

In het begin was het moeilijk. Dat lange afwachten, daar gingen we allemaal anders mee om. Maar nu die operatie achter de rug is, is onze band sterker dan nooit. Wij overleefden de corona-lockdown met alle gemak, dat was echt peanuts na alles wat wij de voorbije drie jaar hebben meegemaakt. Je kunt naar zo’n tumor kijken als een optimist of als een pessimist. Ik kies voor dat eerste. Stel dat ik nog vijftien jaar heb, dan is Seth er 20 en Axl 17 of 18. Dat is al een verre stap, dan hebben ze hun jeugd gehad. Ik ben nooit boos geweest, ik heb nooit gedacht: ‘waarom overkomt mij dat nu?’ Nee, ik ben oprecht heel gelukkig met mijn extra tijd.”

Volgende week lees je het verhaal van Germaine, die na de dood van haar man en moeder in een sociaal verpleegtehuis ging werken.

Uit: Libelle 20/2020 – Tekst: Annelies Dyck

Meer straffe verhalen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content