Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
© Ann De Wulf

Mannen over emoties: Roel Vanderstukken vertelt over zijn gevoelens

In ‘Flikken’ was hij te zien als stoere agent Michiel en ondertussen speelt hij al jaren de zachtaardige Benny in ‘Familie’. Maar welk van die personages ligt nu het dichtst bij de échte Roel? Redactrice Margot vroeg het hem.


Wie is Roel Vanderstukken?

  • Is 44 jaar oud.
  • Acteerde in ‘Wittekerke’ op VTM, in ‘Flikken’ op Eén en is momenteel in ‘Familie’ te zien als Benny.
  • Is zanger bij de muziekbands ‘Slagerij Vanderstukken’ en ‘De Corsari’s’.
  • Nam in 2006 deel aan ‘Steracteur sterartiest’ en werd daar tweede, na goede vriend Stan Van Samang.
  • Moest in 2017 even alles on hold zetten door een zware hartoperatie.
  • Is getrouwd met ex-model Anne-Sophie Balsing, met wie hij twee zoontjes heeft: Toots (11) en Ramses (6).

Na een carrière van meer dan twintig jaar is Roel Vanderstukken een vertrouwd gezicht op ons kleine scherm. De looks heeft hij sowieso mee: een beetje stoer, een tikkeltje mysterieus… Maar wat ik vooral wil weten:

Gaat onder dat stoere uiterlijk van jou een gevoelige man schuil?

Roel Vanderstukken: “Absoluut, ik kan heel blij zijn, maar ook heel verdrietig en durf dat ook allebei te tonen. Die gevoelige inborst heb ik van mijn vader geërfd, hij schiet ook snel vol. Je gevoelens tonen, was bij ons thuis niets om je over te schamen.”

Emoties oproepen is ook een deel van je job als acteur.

“Klopt, voor mijn werk moet ik in nauw contact staan met mijn gevoelens en ze kunnen gebruiken en uitbeelden… Ik probeer dat altijd zo waarachtig mogelijk te doen. Als je me op tv ziet huilen, zijn dat dus oprechte tranen. Vroeger riep ik die op met concrete herinneringen, maar tegenwoordig volstaat het om me mijn twee zoontjes voor de geest te halen.”

Sinds ik een zoontje heb, zitten de tranen makkelijker klaar. Dat geldt dus ook voor jou?

“Oh ja, vorige week was het nog eens vollenbak prijs. Onze oudste zoon, Toots, was op bosklassen, waardoor de jongste, Ramses, een weekje alleen thuis was. Toen hij in de gaten kreeg dat hij het rijk voor zich alleen had, werd hij opeens weer die kleine, lieve
Ramses van zes, die zich niet hoeft te meten met zijn grote stoere broer. Elke avond kwam hij aan mijn mouw hangen: ‘Papa, kom je met mij nog een filmpje kijken in de zetel?’ Als hij daar dan zo tegen me aangekropen zat, voelde ik de tranen van ontroering opborrelen.”

‘Nee’ moet je leren

Naast acteur ben je tegenwoordig ook de diepe, rustgevende ‘stem’ van VTM. Ben je zelf ook zo zen als je stem doet vermoeden?

“Niet echt, ik ben nogal rusteloos van aard. Ik kan bijvoorbeeld moeilijk ‘nee’ zeggen. Als ik iemand ergens een plezier mee kan doen, zal ik dat niet snel weigeren. Al is dat met het ouder worden wel wat gebeterd. Vroeger zei ik bijna op alles ‘ja’, omdat ik dacht: ik moet hard werken en goed mijn kost verdienen, want in deze onzekere branche kan het elke dag gedaan zijn. Daardoor was ik bijna zeven dagen op zeven weg van huis, ik moest echt vechten om mijn kinderen één avond per week zelf in bed te kunnen leggen. Dat is nu gelukkig wel anders.”

Zat die rusteloosheid er van kindsbeen af in?

“Ja, maar het was meer dan dat. Als artiest voelde ik ook een enorme honger om voor het publiek te staan. Ondertussen heb ik meer rust gevonden, thuis bij mijn vrouw en kinderen. Corona heeft me daar ook wel toe gedwongen. Tijdens de lockdown werd het opeens veel rustiger: geen theatervoorstellingen meer, geen muziekoptredens… Alleen ‘Familie’ bleef – gelukkig – doorlopen. De volgende periode wordt wel weer druk. Zelfs zo druk, dat ik soms denk: moet dat echt? (lacht) Die geborgenheid van mijn eigen cocon, daar was ik ondertussen aan gewend geraakt.

“Als gezin hebben we weinig structuur: ’s ochtends of ’s avonds samen aan tafel zitten komt er zelden van”

Al is rust bij ons thuis relatief, want zowel ik als mijn vrouw hebben een hectische job. Ik als acteur, zij als balletlerares in haar eigen dansschool. Als gezin hebben we daardoor weinig structuur of vastigheid: ’s ochtends of ’s avonds samen aan tafel zitten komt er zelden van. Elke zondagavond overlopen Ann-Sophie en ik de week: hoe ziet onze agenda eruit? Welke avonden moeten we opvang zoeken voor onze jongens? Gelukkig wonen mijn ouders en grootouders in de buurt en springen ze vaak bij. Hadden we hen niet gehad, dan moest een van ons sowieso op zoek naar een andere job.”

Je woont in Glabbeek, je geboortedorp. Vind je daar ook de nodige rust?

“Ja, omdat ik hier ben opgegroeid, voelt alles heel vertrouwd en veilig aan. Het houdt me ook met mijn voetjes op de grond. Ik heb een tijdje in Antwerpen gewoond, maar daar zat ik elke avond wel ergens op café, met vrienden of collega’s. Nu ik hier woon, moet ik verder pendelen voor mijn werk, maar die afstand vind ik net fijn. Het helpt me om mijn job in de media – letterlijk – vanop een afstandje te bekijken, en op tijd en stond te relativeren.”

Minder tijd voor bullshit

De dag van ons interview, 4 oktober, is voor Roel altijd een moeilijke dag: precies vier jaar geleden werd hij op deze datum aan zijn hart geopereerd, nadat hij niet één, maar twéé zware hartinfarcten te verduren had gekregen.

Hoe kijk je terug op die woelige periode?

“Met een dubbel gevoel: ik ben natuurlijk blij dat ik het allemaal kan navertellen, maar ik kan me de heftigheid van die periode ook nog zo voor de geest halen. Ik heb toen echt geluk gehad, al dacht ik in het ziekenhuis vooral aan mijn twee zonen. Mijn hartkwaal bleek genetisch en het eerste wat door mijn hoofd schoot was: ‘Gaan Ramses en Toots dit ooit ook moeten meemaken?’ Dat was ook mijn belangrijkste vraag aan de dokters. Al is het blijkbaar nog te vroeg om te testen of zij mijn hartkwaal geërfd hebben.”

Ben je als een andere mens uit die operatie gekomen?

“Ja, en daar hadden de dokters me ook voor gewaarschuwd: ‘Wat u gaat meemaken is heel intens.’ Ze boden me achteraf zelfs psychologische begeleiding aan, om het allemaal te verwerken. Ik dacht: is dat niet een beetje overdreven? Maar ze hebben gelijk gekregen.
Zo merk ik dat mijn gevoelens tegenwoordig veel extremer zijn geworden, ze schieten sneller alle kanten op. Ik word soms midden in de nacht wakker met een rotslecht gevoel, zonder te weten waar dat precies vandaan komt. Da’s niet altijd makkelijk… Daarom ben ik, vlak na mijn operatie, toch maar met een therapeut gaan praten, zoals de dokters hadden aangeraden.”

Moedig, zeker als man. Of vergis ik me als ik zeg dat die stap voor jullie toch nog groter is?

“Als je alles opkropt, sleur je op den duur wel een serieuze rugzak mee, die uiteindelijk al je relaties verstoort”

“Nee, dat klopt wel. Zelf kan ik gelukkig vrij makkelijk over mijn gevoelens praten, maar ik merk dat dat voor veel mannen nog moeilijk is. De meesten hebben de neiging om hun verdriet dood te zwijgen, zodat ze er niet mee hoeven om te gaan. Maar als je alles opkropt, sleur je op den duur wel een serieuze rugzak mee. Die rugzak verstoort uiteindelijk ook je relaties met je vrienden, je familie, je collega’s… (denkt na) Eigenlijk zou het niet slecht zijn als mannen een snelcursus ‘Hoe ga ik om met emoties?’ konden volgen.”

Heeft je hartoperatie je nog op andere vlakken veranderd?

“Ik merk wel dat ik sindsdien minder geduld heb voor bullshit. Net omdat ik nu besef dat het leven daarvoor veel te kort is. Mijn lontje is nu nóg korter dan vroeger, waardoor ik soms nogal hard kan overkomen. Ik kan er niets aan doen. Als ik merk dat iemand zijn job niet naar behoren uitvoert, kan ik daar echt kwaad om worden.

Pas op, die strengheid leg ik ook voor mezelf aan de dag, en voor mijn twee zonen. Toots heeft weleens de neiging om zich uit situaties te lullen: ‘Ja maar, mijn klasgenootjes hadden ook een slecht cijfer op die toets.’ Dan spel ik hem toch even de les: ‘Kijk eerst maar eens goed naar jezelf, voor je andere mensen met de vinger gaat wijzen.’ ”

Duister kantje

Probeer je sinds je operatie ook gezonder te leven?

“Zo’n hartinfarct is natuurlijk een wake-upcall. Daarvoor leefde ik nogal gretig – ik rookte en dronk graag een glaasje –, maar daar probeer ik nu wat op te letten. Al wil ik daar ook niet té ver in gaan. Een supergezonde, sobere levensstijl, dat past gewoon niet bij wie ik ben.

Sinds mijn operatie ben ik me er vooral van bewust dat het leven eindig is, en dat je er dus maar beter van kunt genieten. In de eerste plaats van mijn prachtige gezin: mijn twee heerlijke zonen en mijn geweldige vrouw Ann-Sophie. Ondertussen zijn we al elf jaar getrouwd, maar ik ben nog altijd even verliefd als toen ik haar leerde kennen.”

Waarin schuilt jullie kracht als koppel?

“We zijn allebei een open boek, we durven elkaar te laten zien hoe we ons voelen. Dat bespaart ons veel energie en tijd, die anders naar ruzies en misverstanden zouden gaan.
En we geven elkaar de ruimte om onszelf te zijn, inclusief onze goede en minder goede kantjes. Botst het toch eens, dan adem ik eens diep in, pak mijn jas en ga even een pint drinken op café. Daarna kunnen we meestal wel weer verder.”

Je omschreef je vrouw al eens als je tegenpool: zij de eeuwige optimist, jij de zwaarmoedige twijfelaar.

“Ondertussen besef ik dat ik me soms nors gedraag om mensen op een afstand te houden”

“Dat klopt nog steeds. Ann-Sophie staat heel positief in het leven en ik, euh… niet. (lacht)
Mijn vrouw helpt me om mijn donkere kantje in toom te houden. Blijkbaar straal ik dat duistere ook uit. Ik weet niet of het aan mijn zware wenkbrauwen en diepliggende ogen ligt, maar mensen durven me soms niet aan te spreken, omdat ik nogal ne kwaaie lijk. Of ze vinden me arrogant, terwijl ze me nauwelijks kennen. Daar heb ik me lang aan geërgerd: ‘Ik bén toch helemaal niet arrogant?’ Maar ondertussen besef ik dat ik me soms wel degelijk nors gedraag, om mensen op een afstand te houden.”

Waarom heb je die afstand nodig?

“Wel, het antwoord op die vraag heb ik dankzij Toots ontdekt. Hij doet het heel goed op school, maar kan soms nogal heftig reageren in de klas. De juf heeft in dat verband weleens het woord ‘hoogsensitief’ laten vallen. Op zich ben ik niet zo’n fan van labels, maar toen ben ik me er toch eens in gaan verdiepen.

“Prikkels komen bij mij heel hard binnen, de goede én de slechte”

Wat bleek? Ik kon wel héél veel vinkjes zetten… Prikkels komen bij mij heel hard binnen, de goede én de slechte. Daarom sluit ik me soms af, om al die heftigheid even níét te voelen. Helaas interpreteren sommigen dat dus als arrogantie, terwijl ik het vooral doe uit zelfbescherming.”

Eeuwig jong veulen

Kerstmis komt er weer aan. Is dat voor jou, als gevoelsmens, een hoogdag?

“Oh ja, ik vind dat een fantastische periode! Tijdens corona heb ik die gezellige familiemomenten verschrikkelijk gemist. Net als de kerstsfeer in de winkelstraten: de lichtjes, de muziek in winkels, de gezellige kerstmarkten… Daar ga ik dit jaar dubbel en dik van genieten.

Tijdens kerst durft iedereen zich ook meer van zijn gevoelige kant te laten zien: aan de kerstdis, met een glaasje te veel op, komen weleens emoties bovendrijven die anders netjes onderhuids blijven. Ik vind dat gezond: eens goed zeggen wat er op je lever ligt en dan weer samen verdergaan.”

Bij jou is de kerstdis een gezellige bende: je hebt zelfs nog drie van je grootouders.

“En daar ben ik dankbaar voor. Al vind ik het ook confronterend om te zien hoe ze door hun hoge leeftijd niet alles meer kunnen. Van bepaalde dingen, zoals hun grote tuin of hun auto, moeten ze stilaan afscheid nemen.”

Kun je dat zelf goed, afscheid nemen?

“Als je halverwege zit, gaat dat nog. Omdat er voor elke job of vriend van wie je afscheid neemt, ook weer iets nieuws of iemand anders in de plaats komt. Daardoor heb ik nooit het gevoel dat ik écht afscheid neem. Maar afscheid nemen van dingen, omdat je te oud wordt? Dat lijkt me moeilijker.

Soms houdt me dat wel bezig. Het helpt gelukkig dat ik me helemaal nog niet oud vóél. Toen mijn vader 40 werd, dacht ik: amai, zo oud! Ondertussen ben ik er zelf 44 en gedraag ik me nog steeds als een jong veulen. Eigenlijk wordt het tijd dat ik eens volwassen word. Wie weet, misschien binnen een jaar of vijf?” (lacht)

Uit: Libelle 47/2021 – Tekst: Margot Kennis, foto: Ann De Wulf

VERDER LEZEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!