Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

Boodschappen van hierboven: voor deze lezers is er meer tussen hemel en aarde

Door Evy Kempenaers

“Er is leven, er is leven na de dood…” Ken je het liedje? Ine, Kris, Petra en Catherine zijn daar rotsvast van overtuigd. Zij vertellen over hun bijzondere band met een geliefde die er niet meer, of net wél nog, is.

Een wondermooi teken

Voor Ine is elk wit pluimpje een teken van haar overleden vriendin Lara

Ine (32): “Mijn vriendin Lara en ik waren al tien jaar hartsvriendinnen toen ze ongeneeslijk ziek werd. Lara was niet spiritueel, maar tijdens de laatste weken van haar leven ging ze soms toch wat twijfelen. Twee weken voor ze ons uiteindelijk zou verlaten, vroeg ik haar heel concreet: ‘Stel dat het mogelijk zou zijn om mij nog een teken te geven als je er niet meer bent, zou je dat dan willen doen?’ Ze knikte instemmend en we bedachten een plan: als het mogelijk was, zou ze na haar dood regelmatig een wit pluimpje in de wind laten dansen of op de grond leggen als teken van haar aanwezigheid.

“Ik heb altijd het gevoel gehad dat Lara niet zomaar weg zou zijn. Die diepere connectie zou altijd blijven bestaan”

Dat klinkt misschien gek, maar het was een afspraak die wij samen maakten. Ik heb altijd het gevoel gehad dat Lara niet zomaar weg zou zijn. De diepere connectie die er was tussen ons, zou altijd blijven bestaan, daar was ik echt van overtuigd.”

Glimlachen tussen de tranen door

“Tijdens de laatste dagen van haar leven hebben we aan Lara’s bed gewaakt, haar familie en beste vrienden wisselden elkaar af. Toeval of niet, maar élke dag hebben we een wit pluimpje in de tuin gevonden.

Ook nu ze er niet meer is, heeft ze mij al vaak verrast. Onlangs was ik op vakantie in Spanje en liep ik over het strand. Ik keek naar boven en vroeg me mijmerend af of Lara me zou zien lopen. Toen ik even later in het natte zand keek, lag er een perfect, mooi wit droog pluimpje aan mijn voeten. Er was geen meeuw te bespeuren, alleen dat ene veertje. Natuurlijk vond ik dat raar, maar het lag er wel.

En vorige week, terwijl ik midden in de strijd zat om mijn twee kleine kinderen eten te geven, dwarrelde er een wit pluimpje langs het raam. Ik lachte en voelde dat Lara met me mee zou lachen mocht ze ons bezig hebben gezien.

“Bij elk pluimpje ga ik glimlachen, het is een klein moment van blijdschap in een periode vol verdriet”

Ik denk vaak aan haar en voel dat ze nog dichtbij is. Ik geloof echt dat zij voor die pluimpjes zorgt. Zo geeft ze me elke keer weer een teken: ik ben er nog. Bij elk pluimpje ga ik glimlachen, het is een klein moment van blijdschap in een periode vol verdriet. Het maakt mij blij dat wat Lara en ik hebben afgesproken nu ook echt gebeurt. Die pluimpjes zijn mijn houvast. Ik hoop dat er nog meer tekens gaan komen, want ik kan echt niet geloven dat het na de dood zomaar gedaan is.”

Ine Nijs en Lara Switten schreven samen het boek ‘Lara’. Uitgeverij Lannoo, € 22.99.

Kris voelde heel intens hoe zijn vriendin voorgoed afscheid nam

Kris (48): “Na wat ik heb meegemaakt, weet ik zeker dat er meer is tussen hemel en aarde. Mijn vriendin Wendy en ik kenden elkaar acht maanden toen het gebeurde, onze relatie was nog vrij pril. Wendy kloeg al een tijdje over krampen in haar benen. Sportief was ze niet, dus ik vond het vreemd en zei dat ze naar de dokter moest. Maar ze wimpelde het af en stelde het altijd maar uit.

Op een keer schoot ze ’s nachts wakker van de pijn. Ze zei: ‘Slaap maar verder, Kris.’ Maar hoe kon ik nu slapen als zij daar zo lag af te zien? Ik masseerde haar benen en toen ze aangaf dat dat deugd deed, hield ik vol tot ze zich weer kon ontspannen en in slaap viel. Ik was blij dat ik iets voor haar had kunnen doen en de volgende ochtend sliep Wendy nog toen ik vertrok. Alles leek goed te gaan, tot ik die namiddag telefoon kreeg.

Er was geen stem aan de andere kant van de lijn. Ik zei: ‘Wendy, Wendy…?’ Maar ik hoorde enkel ‘Arch, arch…’. Het klonk als een vaag keelgeluid, ik begreep er niks van. Had iemand haar iets aangedaan? Was ze in nood? Ik zag allerlei scenario’s voor me en sprong in mijn auto. Intussen belde ik de mug en toen ik bij haar thuis aankwam, zag ik hoe een medisch team haar reanimeerde. Haar ogen waren zwart en haar nek zag purper. Na anderhalf uur namen ze haar mee naar het ziekenhuis en werd ze aan machines gelegd. De dokter zei heel eerlijk: ‘Wendy heeft longembolen, negentig procent van de gevallen haalt het niet.’ De wereld stopte even met draaien. Ik zag Wendy graag en wilde haar niet verliezen.”

Een tornado door mijn middenrif

Misschien had ik door te masseren een bloedklonter losgemaakt in haar been, die later die dag in haar systeem is gekomen en is blijven steken in haar longen. Ze is in ieder geval in ademnood geraakt. Hoe dan ook, zoiets weet je niet zeker: ik heb mezelf niks te verwijten.

“Plots werd ik overspoeld door een allesoverheersende kracht en de stem van Wendy diep in mij zei me: ‘Het is goed zo, je moet niet bang zijn, ga verder met je leven'”

En terwijl ik daar in de wachtzaal op intensieve zorgen zat, gebeurde er plots iets ongelooflijks: zomaar uit het niets daverde ik van mijn stoel, het was als een warme wervelwind die door mijn middenrif raasde. Ik werd overspoeld door een allesoverheersende kracht en de stem van Wendy diep in mij zei me: ‘Het is goed zo
Kris, je moet niet bang zijn, ga verder met je leven.’

In die paar seconden beleefde ik een heel verhaal en ik wist: Wendy neemt afscheid van mij. Die kracht, die liefdevolle energie was zó sterk. Wij spreken over liefde, maar wat ik toen gevoeld heb, was duizend keer sterker. Het was echt een fysieke ervaring, een tornado die mij door elkaar schudde.

Toen dat gevoel voorbij was, schoot ik in paniek. Ik sprong recht en liep naar Wendy. De verpleging hield mij tegen, maar ik riep dat ik zeker wist dat ze weg was. Haar hartslag bleef nog heel even stabiel, maar je zag in haar ogen dat ze enkel door de machines in leven bleef. Haar lichaam was levenloos, ze had heel duidelijk afscheid genomen. Een scan bevestigde daarna dat Wendy hersendood was, maar dat wíst ik toen al: ik heb dat moment heel duidelijk beleefd en gevoeld.

Hoe dat kan, weet ik ook niet, de dood blijft voor mij net zo mysterieus als voor iedereen. Maar die ervaring blijft mij de rest van mijn leven bij. Ik hoop dat ik nog lang zal leven, maar ook als dat niet zo is, heb ik er vertrouwen in dat alles goed komt. Want ik weet nu heel zeker: na de dood is het niet gedaan, er is méér.

Petra had het onverklaarbare gevoel dat haar kindje niet lang zou leven

Petra (40): “Tijdens mijn eerste zwangerschap, vijftien jaar geleden, had ik een heel vreemd voorgevoel. Ik zat voortdurend met een innerlijke onrust en had het gevoel dat de tijd samen met mijn dochtertje kort ging zijn. Dat was verschrikkelijk, want er was geen enkele medische aanwijzing voor. Maar toch nam mijn angst toe naarmate de zwangerschap vorderde.

“Het was alsof iemand me van bovenaf influisterde dat de tijd korter en korter werd”

Soms overviel dat gevoel mij, alsof er mij iemand van bovenaf influisterde dat de tijd korter en korter werd. Dat het moment waarop onze fysieke verbinding verbroken zou worden, dichterbij kwam. Ik kon dan echt beginnen huilen en moest mezelf proberen te kalmeren. Maar hoe hard ik ook mijn best deed om dat gevoel te bedwingen, het kwam elke keer terug. Zelfs als ik een boek las over zwangerschap of baby’s werd ik niet aangetrokken door de normale dingen, maar door cijfers en ervaringen rond doodgeboorte. Het was sterker dan mezelf.

Op een keer liep ik over het kerkplein in de zon, toen dat intense gevoel mij weer overviel. Ik herinner me nog hoe ik alle namen van de kindjes in mijn omgeving die wél leefden probeerde op te noemen, maar toch zei die stem: ‘Bij jou zal het anders zijn.’ Ik heb die gedachte niet meer kunnen loslaten. Op het einde van mijn zwangerschap was ik zo obsessief, dat ik élke dag naar het ziekenhuis ging. Elke vezel in mijn lijf zei dat ik moest ingrijpen, dat ik de natuur niet zijn gang mocht laten gaan, maar niemand nam mij ernstig. Ik was gewoon een overbezorgde moeder zoals er zoveel zijn.”

Verdrietig en kwaad tegelijkertijd

De avond voor mijn bevalling schreeuwde mijn voorgevoel het uit: dit komt niet goed. Er was geen enkel zinvol argument, maar ik was op van de stress. Die nacht voelde ik Amelie ontzettend hard stampen. Mijn water brak en vanaf dan overviel mij een immens gevoel van angst, ik stond te bibberen op mijn benen.

“Wat ik al heel mijn zwangerschap vreesde, werd werkelijkheid: ik voelde mijn meisje niet meer bewegen”

Wat daarna volgde, was een nachtmerrie, want wat ik al heel mijn zwangerschap vreesde, werd werkelijkheid. Na die laatste harde schop voelde ik mijn meisje niet meer bewegen en in het ziekenhuis, aan de monitor, vonden ze geen hartslag. De vroedvrouwen die me de dagen voordien telkens weer hadden proberen gerust te stellen, begrepen er niks van. Niemand kon geloven dat dit echt gebeurde. Ik onderging een spoedkeizersnede, maar de navelstreng zat twee keer rond Amelies hals en ze zag al helemaal blauw. Na anderhalf uur reanimeren kwam ze er toch door, maar de hersenscan was dramatisch.

Twee weken na haar geboorte, overleed Amelie op mijn schoot. Ik was zo verdrietig en kwaad tegelijk en ik wilde voortdurend ‘zie je wel!’ roepen. Maar daar kreeg ik mijn dochter niet mee terug. Mijn man had mij de hele zwangerschap proberen gerust te stellen, maar hoe nuchter hij ook in het leven stond: hij was wel zijn dochtertje verloren. Zijn verdriet was even groot als het mijne.”

Troost en levensles

“Ik heb lang naar antwoorden gezocht. Ik kon mijn voorgevoel maar niet loslaten, ik wist dat dit zou gebeuren… maar wat had dit te betekenen? Waarom ik, waarom had ik dit gevoeld? In een oud boek over perinatale sterfte met de titel ‘In de knop gebroken’ vond ik een oud indianenverhaal dat vertelt dat sommige baby’s zeer oude zielen zijn die nog voor een heel korte tijd in een lichaam indalen om de moeder een levensles te geven. Voor die oude ziel mag overgaan naar het eeuwige licht, kiest de ziel dus nog een moeder uit die de kracht zal vinden om iets met die levensles te doen.

Toen ik dat verhaal voor de eerste keer las, rolden de tranen over mijn wangen, het beschreef exact wat ik al die tijd had gevoeld… Het gevoel van voorbestemming was dus toch geen hersenspinsel van mij, het was al lang geleden opgetekend in een boek. Ik heb er kracht en troost in gevonden: of mijn bevalling nu vroeger was ingeleid of niet, Amelie was niet voorbestemd om lang te blijven.

Ik heb lang nagedacht over wat ik met die ervaring moest doen in mijn leven, maar uiteindelijk wist ik: ik word palliatief verpleegkundige. Dat is mijn pad. Dat er meer is tussen hemel en aarde, dat heb ik intussen al meermaals mogen ervaren. Tot twee keer toe spraken patiënten net voor ze stierven over een klein meisje dat ze zagen… Toen ik dat hoorde, ben ik ontzettend hard beginnen te huilen, want hoe kon dat nu? Maar ik voelde wel: het is goed. Mijn pad is voorbestemd, ik móést dit doen.”

Petra Heremans is centraal contactpersoon van OVOK (Ouders van Overleden Kinderen), zie ovok.be.

Bij elke vlinder die ze ziet, denkt Catherine terug aan haar doodgeboren zoontje Arthur

Catherine (40): “Tijdens mijn eerste zwangerschap bleek dat ons kindje ernstige hartafwijkingen had en op achtentwintig weken is Arthur uiteindelijk doodgeboren. Bij een begrafenis voelden we ons niet zo goed, maar we hebben hem wel laten cremeren en de helft van zijn as in de aarde gestrooid in de tuin. Daarop hebben we een vlinderstruik geplant. Sindsdien heeft Arthur zijn eigen symbooltje: een vlinder. Het is zo lief en vrolijk, een vlinder die rondfladdert.

“Toen er plots een witte vlinder tussen ons doorvloog, waren we allemaal tot tranen toe bewogen”

Na Arthur kregen wij nog twee kinderen, zij hebben hun oudste broer dus nooit gekend, maar toch heeft het symbooltje ervoor gezorgd dat ook zij nog met hem bezig zijn. Als we tijdens de zomer vlindertjes zien fladderen rond die struik voelt dat voor ons altijd heel speciaal. Maar op sommige momenten werd het wel heel bijzonder: toen Arthur vijf jaar zou geworden zijn, organiseerden we een fotoshoot van ons gezin. Toen er plots een witte vlinder tussen ons doorvloog, waren we allemaal tot tranen toe bewogen.

Vier jaar later, afgelopen zomer, lieten we opnieuw zo’n familieportret maken. Exact hetzelfde tafereel herhaalde zich: een kwartier lang cirkelde er een vlinder rond ons. Hij ging op het hoofd van mijn kinderen zitten, op hun kleren, op hun armen. Ik weet dat het niet kan, maar ik zou het bijna gaan geloven: zou er dan toch een leven na de dood zijn? Maar eigenlijk is de gedachte genoeg: bij elke vlinder die ik zie, voel ik dat Arthur nog dichtbij is, we vergeten hem niet.”

Wat zegt onze experte?

Hoe komt het dat mensen op zoek gaan naar signalen van een dierbare overledene?

“Rituelen of signalen zijn een belangrijke houvast om de realiteit te aanvaarden”

Rouwtherapeute Riet Fiddelaers Jaspers: “Mensen gaan op zoek naar tekens of signalen als een manier om hun liefde te uiten voor wie er niet meer is. Het is dus een vorm van betekenisgeving om aan te duiden dat de band die er geweest is, niet weg is. De persoon is er niet meer, maar er is nog wel íéts. Zo’n signaal kan iets individueels zijn, maar ook een gemeenschappelijke taal: wanneer een gezin aan een overleden kind denkt telkens als het een vlinder ziet, dan is dat een gemeenschappelijke ervaring, die zin heeft. Wie achterblijft, zoekt een manier om de mensen die zij graag gezien hebben en moeten missen heel dichtbij te houden. Rituelen of signalen zijn dus een belangrijke houvast om de realiteit te aanvaarden.”

Kan het ook te ver gaan?

“De zon die doorbreekt op een begrafenis, de elektriciteit die uitvalt… iedereen heeft een verhaal nodig waarmee hij verder kan. Als jij in elke zonnestraal die door de wolken piept een signaal ziet van de overledene dat die nog dichtbij je is, dan kan je dat alleen maar helpen. Maar soms is het eerder een manier om het verlies vooral níét te verweven in je levensverhaal. Het is dan een manier van overleven geworden, een strategie om vooral niet om te gaan met de pijn van het missen. Bij wie te krampachtig vasthoudt aan die signalen, zit er geen beweging meer in het omgaan met verlies en dan wordt het moeilijker. Spiritualiteit kan helpend zijn, maar je houdt wel best een link met de realiteit.”

Wat als je zo’n signaal niet krijgt?

“Sommige mensen staan heel nuchter in het leven en vinden geen extra betekenis in vlinders, veertjes of het licht dat doorbreekt. Ook dat is prima. Zij vinden wellicht een andere manier om ermee om te gaan. De ene zet zijn overleden vader in gedachten op zijn schouder bij het voetballen, de andere doet de ringen aan van mama als geluksbrenger op een examen en nog iemand anders gaat hardlopen, omdat de overleden vader dat ook graag deed. Het gaat om het zoeken naar een houvast. Er zijn verschillende manieren om te rouwen: de ene is spiritueler, de andere eerder nuchter. Zolang we begrip hebben voor elkaars belevingswereld is er geen probleem.”

Hoe kun je er het beste mee omgaan als buitenstaander?

Het is best dat je het gevoel of de ervaring van een ander niet in twijfel trekt. Probeer vooral met een open houding te luisteren en hou je oordeel achterwege. Als je oprecht luistert, heeft dat een rustgevend en kalmerend effect op de ander, ook als jij die ervaring niet hebt gehad. Iedereen heeft een verhaal nodig om het verlies van een dierbare te verweven in zijn leven.”

Uit: Libelle 50/2021 – Tekst: Evy Kempenaers

VERDER LEZEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content