De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."
Getty Images

Mijn verhaal: Anne en Bert maakten van een Italiaanse ruïne hun droom(t)huis

Anne en Bert besloten enkele jaren geleden om een oud huis in Umbrië zonder elektriciteit en wateraansluiting te verbouwen tot de woning van hun dromen. En daar hebben ze nog geen moment spijt van gehad …

Anne (58): “Toen mijn man Bert in 2016 zware gezondheidsproblemen kreeg, besloten we ons leven radicaal te veranderen. We wisten namelijk al snel dat we geen voorstanders waren van een klassiek behandelpad, maar dat we wilden kiezen voor de alternatieve weg: gooi je leven om!

“Hoe dichter we terug bij ons oude leven kwamen te staan, hoe vaker we dachten: dit willen we niet meer”

Dat hebben we heel letterlijk genomen. Bert was leerkracht lager onderwijs, ik werkte als personal coach. Allebei zetten we onze job tijdelijk on hold. We kochten een ‘Ticket around the world’ en vertrokken een jaar op wereldreis. En wat bleek: het is makkelijker om op reis te vertrekken dan om terug te keren. Hoe dichter we terug bij ons oude leven kwamen te staan, hoe vaker we dachten: dit willen we niet meer.

In een zotte bui zeiden we weleens tegen elkaar: ‘we verhuizen naar het buitenland en kopen een chateauke in Frankrijk’. Nooit kwam het in ons op dat we dat op een dag écht zouden doen. Tot we na de wereldreis nog eens naar ons vertrouwde vakantieadresje in Panicale gingen, een pittoresk plekje in Umbrië. Jaren eerder waren we daar bevriend geworden met Ettore, die het domein met verschillende pachtboerderijen runde. Vanop zijn terras keken we uit op het dak van een huis. We zagen enkel het dak, want de rest was overwoekerd. Meer dan eens hadden we ons afgevraagd hoe dat huis eruitzag, maar we konden er niet bij. Toch bleef het ons triggeren.

Na die wereldreis zaten we te aperitieven bij Ettore en plots viel ons oog weer op het huis. Alleen was er deze keer veel meer te zien dan alleen dat dak. De tuin, de bomen, het pad ernaartoe… alles was vrijgemaakt. Het huis stond al zestig jaar leeg en leek nu eerder een ruïne. Er was geen elektriciteit en zelfs geen water. En toch waren we instant verliefd: op de plek, op het uitzicht, op de rust. Toen we tijdens het diner tegen onze Italiaanse vriend begonnen over het huis – ‘ons huis’, zeiden we al lachend – vroeg hij of we het misschien wilden kopen.

Bert en ik zeiden zonder mekaar aan te kijken tegelijk: ‘Ja!’ Zelfs zonder daar ooit echt samen over gesproken te hebben. Dit voelde zo juist. We werden hier zo blij van. Ettore bracht ons naar de eigenaars, een broer en een zus van 89 en 93… We waren euforisch en dachten dat de koop snel geklonken zou zijn, maar niets was minder waar. De periode die volgde, was er een van veel onzekerheid: de oude dame twijfelde. Wilde ze verkopen of toch niet? En terwijl zij bleef twijfelen, groeide onze goesting om te beginnen met verbouwen.

Het heen en weer bellen duurde anderhalf jaar. Het zorgde soms voor lichte teleurstelling, maar nooit echt voor een ontgoocheling. Want we voelden ergens dat dit ooit goed zou komen. We leefden ons leven in België, maar in gedachten zaten we in het verre Italië. Groot was dan ook de opluchting toen de papieren eindelijk getekend waren en we konden starten met de verbouwingen.

Het vele werk schrok ons niet af. Het was alsof we tonnen energie kregen: we contacteerden een architect, een geometra en een aannemer en binnen de kortste keren startten de werken. Tot corona toesloeg en de lockdown. Hoewel we stonden te popelen om mee de handen uit de mouwen te steken, mee te helpen bouwen aan ons huis, moesten we vooral geduld hebben en wachten. Als we toen iets geleerd hebben, is het dat je vertrouwen moet hebben. We moesten zoveel uit handen geven en alles op een afstand volgen. Maar zodra het kon, huurden we een boerderijtje op wandelafstand en stonden we mee op de werf. Al keken de Italianen wel raar op als ze een vrouw op een stelling zagen staan.

Ik keerde soms even naar België terug, voor mijn werk als therapeute en personal coach, en voor de kinderen en kleinkinderen natuurlijk. Soms kwam Bert mee, maar meestal bleef hij daar. Want als we in België waren, zaten we met onze gedachten toch meestal in Umbrië. We misten de natuur, de ruimte. Het was bizar en bijna tastbaar: elke keer als we terugreden naar België, voelden we naarmate we de grens naderden, de stress van de ratrace opkomen. En als we terugreisden, vloeide die zo weer weg… Dan weet je gewoon dat je de juiste beslissing neemt.

Natuurlijk zeiden we wel eens tegen mekaar: ‘Wat hebben we gedaan?’ Maar eerder op een positieve manier. Twintig jaar geleden zouden we zo’n avontuur nooit hebben aangedurfd. En het voelt fantastisch dat we de sprong gewoon hebben gewaagd. Intussen wonen we bijna een jaar in Italië en zijn we ondergedompeld in het Italiaanse leven, la dolce vita.

“Als ze met z’n allen, kinderen én kleinkinderen, naar Panicale komen, zijn dat zalige familiemomenten”

De kinderen vinden dat ze ons weinig zien, maar ze hebben een eigen leven en weten dat we daar goed zitten. En als ze met z’n allen, kinderen én kleinkinderen, naar Panicale komen, zijn dat zalige familiemomenten. Soms vragen mensen ons: ‘Was dit jullie grote droom?’ Ja en nee. Het was vooral iets dat op het juiste moment op ons pad kwam. Het is nu ons huis, onze thuis. Het is geen chateauke geworden in Frankrijk, maar een klein paradijs in Italië.”

MEER OPENHARTIGE VERHALEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content