Mijn verhaal: Arzoo (44) vluchtte alleen uit Afghanistan met haar kinderen

Mijn verhaal: Arzoo (44) vluchtte alleen uit Afghanistan met haar kinderen

Als je je kinderen meesleept naar een vreemd land, dan moet je écht in gevaar zijn. Arzoo sloeg op de vlucht, zonder man, zonder bezittingen en met de wanhoop nabij.

Op de vlucht

Arzoo vluchtte in 2010 uit Afghanistan, omdat ze bedreigd werd omwille van haar werk in een NGO waar ze seksuele voorlichting gaf aan vrouwen. Haar vier kinderen Arash (vijf maanden), Aria (4), Nigah (7) en Hisham Amid (9) gingen met haar mee, maar haar man moest vlak voor de vlucht achterblijven.

“‘Je moet kiezen welke kinderen je meeneemt’, zei de mensensmokkelaar”. Maar mijn hele lijf schreeuwde ‘nee’. Dus moest ik mijn man achterlaten”

“‘Je moet kiezen welke kinderen je meeneemt’, zei de mensensmokkelaar toen we in Dubai aankwamen. ‘Ik kan jullie niet allemaal tegelijk naar België brengen.’ Daar stonden we dan: mijn man en ik, en onze vier kinderen. Ik kon zelfs niet nadenken over zijn vraag; als moeder schreeuwde alles in mijn lijf dat ik mijn vier kinderen bij mij wilde houden. Dus bleef mijn man achter, en vertrok ik met onze kinderen. Alleen, met een baby van vijf maanden en drie kinderen die niet begrepen wat er aan de hand was en waarom hun papa niet meekwam. Ik probeerde me sterk te houden. Tot mijn jongste zoontje in het vliegtuig begon te huilen en ik zijn tutje niet vond. De hele vlucht heeft hij hysterisch gekrijst terwijl ik hem tevergeefs probeerde te sussen. Ik kon alleen maar meehuilen. Omdat ik niet wist wat er ons te wachten stond. Omdat mijn man niet bij me was en ik niet wist of ik hem ooit zou terugzien. En omdat Arash niet stopte met huilen en alle passagiers me aanstaarden.

Na de vlucht was ik compleet uitgeput. Mijn armen waren stijf van het wiegen, mijn hart was leeg. En toen moest het allemaal nog beginnen.”

Wel geld, geen leven

“In Afghanistan hadden mijn man en ik een mooi leven en werden we gerespecteerd. Hij specialiseerde in de interne geneeskunde, ik in de gynaecologie. We hadden een eigen huis met een mooie tuin, een stabiel inkomen en gelukkige kinderen. Dat ik ooit zou moeten vluchten, had ik nooit gedacht. Tot ik op een dag een auto-ongeluk kreeg en gebeld werd. ‘De volgende keer kom je er niet levend uit.’ Ik werd bedreigd omwille van mijn functie bij een NGO die seksuele voorlichting gaf aan Afghaanse vrouwen. Dat telefoontje heeft mijn hele leven veranderd. We zijn halsoverkop gevlucht.

Eén week later stond ik in Brussel. Met drie verdwaasde kinderen, één huilende baby en één valies met twee kledingstukken per kind in. We hadden honger en dorst en iedereen snelde ons voorbij. Ik had geld, ja. Maar het waren dollars. Zelfs toen ik smeekte aan de verkoper om mijn geld aan te nemen voor water voor mijn kinderen, weigerde hij. Ik sprak mensen aan in gebroken Engels, maar kreeg antwoord in snel Frans. Meer dan zes uur heeft het geduurd voor ik het politiecommissariaat vond. Meer dan zes uur heb ik rondgedwaald in een stad die ik niet kende, met een baby op mijn arm en hongerige kinderen aan de hand. Het is gek, hoe snel je je geen mens meer voelt. Gek, hoe snel ik – een geschoolde en sterke vrouw – radeloos werd en begon te wanhopen. Ik beeld me soms in hoe het moet zijn als je geen geld hebt, niet sterk in je schoenen staat. Dan ben je echt een vogel voor de kat.”

De schoonheid van mededogen

“In het commissariaat kreeg ik te horen dat ik de dag erop terug moest komen. Daar ben ik ingestort. Waar moest ik heen? Ik had geen paspoort, kon geen hotel boeken. Ik had geld, maar niemand aanvaardde het. Ik wilde gewoon rust, slapen, mijn kinderen voeden. Gelukkig werd ik in contact gebracht met Vluchtelingenwerk Vlaanderen. De eerste persoon die me weer als een mens behandelde zal ik nooit vergeten: mevrouw Charlotte. Ze was zwanger en kalmeerde me. ‘Geen paniek, we gaan een oplossing zoeken. Desnoods neem ik je mee naar mijn huis.’ Wat die woorden voor me betekend hebben, kan ik niet omschrijven. Ik heb de schoonheid geleerd van mededogen.”

Wanneer gaan we naar huis?

“Als asielzoeker krijg je hulp, maar gemakkelijk wordt het niet. Elke dag vroegen mijn kinderen wanneer ze naar huis konden. Elke dag vroegen ze waar papa was en wanneer hij zou terugkomen. Toen ik een huis had gevonden, sliepen we op de grond. ‘Mama, je zegt dat het hier beter is, maar in Afghanistan hadden we een bed’, huilden ze. Op school begrepen ze de taal niet en voelden ze zich verloren. ‘Mama, ik weet niet waar het toilet is en ik kan het niet vragen’, smeekten ze. Ondertussen had ik al maanden niets gehoord van mijn man en wist ik niet of hij nog leefde. Ik hield me sterk voor de kinderen, maar ik was kapot vanbinnen. Elke dag bracht ik hen naar het park of de school om thuis huilend te zitten wachten op nieuws. Het enige waar ik me aan kon vastklampen, was de gedachte dat we hier veilig waren. Niemand zou ons vermoorden. Mijn kinderen konden buitenspelen. En ondanks alles dat we verloren waren, was die gedachte het allemaal waard.”

Samen sterk

“Vijf maanden na mijn aankomst in België hoorde ik de stem van mijn man terug. Het was het mooiste moment uit mijn leven. Drie maanden later kon ik hem weer in mijn armen sluiten. Vanaf dan kon ik de moed opnieuw vinden om een leven te proberen opbouwen. We gingen taalles volgen, ik begon aan mijn studies als vroedvrouw, hij begon een nachtwinkel. Het gaat goed met ons, nu. En als ik beelden van vluchtelingen zie, dan breekt mijn hart. Dan wil ik zo graag de menselijkheid zijn die ze nodig hebben bij aankomst. De persoon die hen een flesje water geeft, of hun baby overneemt als ze uitgeput aankomen. Dan wil ik zo graag hun ‘mevrouw Charlotte’ zijn. Omdat ik weet: als je als moeder alleen aankomt in een vreemd land heb je geen nood aan grootse gebaren. Wel aan iemand die je kind overneemt. Je troost. En zich even sterk houdt in jouw plaats.”

Tekst: Lisa Gabriëls – Coverbeeld: Getty Images

Lees ook:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)