De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."
© Getty Images

Mijn verhaal: Bjorn zijn jeugd werd overschaduwd door een angststoornis

Door De Redactie

Tijdens zijn jeugd kampte Bjorn (42) regelmatig met extreme paniekaanvallen. Die waren zo overheersend dat hij er ziek van werd en daardoor begon hij zich steeds meer te isoleren van de buitenwereld. Met behulp van een therapeut leerde hij omgaan met zijn angststoornis en schreef er later ook een boek over. Lees hier zijn verhaal: 

Bjorn: “Flop. Ik herinner me nog goed welk geluid het elastiek in mijn broek maakte toen het sprong. Ik was acht jaar en we waren op klasuitstap in het bos. Het was een geweldige dag geweest, maar dat moment veranderde mijn leven. Ik werd bang dat mijn broek zou afzakken en dat de andere kinderen me zouden uitlachen. Mijn handpalmen begonnen te zweten, ik voelde me duizelig en wilde vluchten. Ik kreeg ook hevige buikpijn en was bang dat ik een ongelukje ging hebben, daar in dat bos. Niemand merkte iets omdat ik niet huilde, maar ik had toen mijn eerste paniekaanval. Die avond vertelde ik aan mijn moeder wat er was gebeurd, en hoe bang ik was geweest. Mijn moeder zei iets als ‘maar nu is het voorbij’, en daarmee was de kous af. De dag erna stond ik terug op met dezelfde irrationele angst: dat ik in mijn broek zou doen op school. Ik bracht steeds meer tijd in het toilet door voor ik sociale activiteiten ondernam, omdat ik me alleen daar veilig voelde.

In het tweede middelbaar bereikte mijn angst een hoogtepunt. Ik kreeg een briefje van een meisje dat geïnteresseerd was in mij. Maar de vlinders in mijn buik triggerden mijn angst, ik liep de klas uit en gaf over. Vanaf dat moment werd ik misselijk zodra ik een meisje in het vizier kreeg. Het was bij dat ene meisje gebeurd maar het kon evengoed bij iemand anders gebeuren, dacht ik. Ik kreeg een ongezonde relatie met eten: ’s ochtends gaf ik over zodat mijn maag leeg was en pas ’s avonds, als ik geen meisjes meer zou kunnen zien, begon ik overmatig te eten. Mijn vermijdingsgedrag werd extreem en ik maakte mijn leven kleiner en kleiner. In mijn tienerjaren ben ik geen cinemazaal binnengestapt, heb ik geen bus genomen, geen concert gezien en ben ik nooit gaan zwemmen. Onze eindejaarsreis in het zesde middelbaar naar Rome heb ik niet mee gedaan, op onze afstudeerfuif ben ik twee uur gebleven, enkel omdat ik er moest werken. De mensen die toen in mijn klas zaten, dachten gewoon dat ik stil en teruggetrokken was. Maar dat ik in een zelf opgetrokken gevangenis van angst leefde, vermoedde niemand. Mijn moeder was op de hoogte, maar zij wist ook niet wat ze met me aanmoest. Het waren de jaren 90: je sprak niet over mentale problemen. Eén keer ben ik naar de huisdokter gegaan en daar kreeg ik Imodium voorgeschreven, tegen mijn misselijkheid. Ik moest wel de gekste persoon op de hele wereld zijn, dacht ik. Ik was zo eenzaam.

“Ik had mezelf veroordeeld tot iets wat ik een leven noemde, maar wat het nauwelijks was”

In de hogeschool kreeg ik opnieuw een grote paniekaanval toen ik hoorde dat een meisje interesse in me had. Ik liep vol schaamte weg, mezelf vervloekend voor mijn waanzin. De volgende dag heb ik mijn moeder gebeld om me te komen halen en dat was mijn laatste dag op de hogeschool. Meer dan een jaar zat ik thuis, in pure isolatie. Ik had geen vrienden en geen vriendin. Ik had geen studie en geen hobby’s. Ik had mezelf veroordeeld tot iets wat ik een leven noemde, maar wat het nauwelijks was. Na een jaar zag ik geen opties meer. Ik ben aan de keukentafel gaan zitten en begon mijn afscheidsbrief te schrijven. Net op dat ogenblik belde mijn moeder me. ‘Jongen, ik heb een gesprek gehoord op de radio. Een man die mensen helpt zoals jij.’ Ze had een therapeut horen spreken en herkende haar zoon in zijn woorden. Ik had niks meer te verliezen, dus gaf het een kans.

Dat telefoontje heeft mijn leven gered. Eindelijk kreeg mijn ziekte een naam: een angststoornis met paniekaanvallen. Met de hulp van die therapeut leerde ik mijn wereld weer groter maken. Voor de eerste keer naar de supermarkt, eens naar een café gaan: ik moest alles opnieuw leren. Mijn angst was niet weg, maar ik leerde ermee omgaan. Ik kreeg vertrouwen dat, als het eens een keertje fout liep, ik wél nog iets waard was en gewoon opnieuw mocht proberen. Ik leerde een meisje kennen, en het was allesbehalve gemakkelijk. Maar ik leefde. Mijn pad ging niet altijd over rozen de voorbije jaren. Bij wie wel? Mijn moeder kreeg kanker en stierf, mijn relatie ging kapot. In plaats van te accepteren dat angst terug de baas zou worden, ging ik er tegenin. Intussen woon ik in Duitsland met een job met veel verantwoordelijkheden, heb ik een vrouw en twee kinderen. Ik heb het leven waarvan ik nooit had durven dromen, zoveel jaar geleden alleen in mijn slaapkamer. Omdat ik op het juiste moment hulp heb gezocht en gevonden. Maar ik vergeet nooit hoe eenzaam ik me heb gevoeld en hoeveel nood ik had aan lotgenoten. Daarom vertel ik mijn verhaal: als ik maar één iemand kan helpen door open te zijn, dan is het de moeite geweest.”

De jongen met de goedkope loopschoenen van Bjorn Kiggen – € 17,48 bij Standaard Boekhandel. De winst gaat naar een goed doel.

Uit: Libelle 43/2020 – Tekst: Lisa Gabriëls

Meer openhartige verhalen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content