Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Mijn verhaal: Angelique werd als kind misbruikt door haar opa en schreef er een boek over

Ongeveer een kwart van alle kinderen in ons land krijgt ooit te maken met seksueel geweld. Toch blijft het onderwerp nog vaak taboe. Om die stilte te doorbreken en om haar eigen trauma te verwerken schreef Angelique Rijk (56) het boek ‘Onzichtbaar’ over het misbruik dat haar overkwam.

Angelique: “Op zesjarige leeftijd begon het misbruik door mijn opa. Als kind weet je op zo’n moment niet goed wat er gebeurt. Je bent zo jong en herkent het niet: je weet helemaal niet welke handelingen gepast zijn en wat eigenlijk grensoverschrijdend gedrag is. Wat je wel meteen voelt is dat er iets niet klopt: mijn opa deed bijzonder geheimzinnig en ik was bang voor hem. Hij liet me uiteraard ook beloven tegen niemand iets te zeggen. Ik voelde aan alles dat wat hij deed fout was en dat ik het niet wilde, maar ik kon als zesjarige niet plaatsen waarom.

Het misbruik zelf voelde telkens als een aanslag op mijn lichaam en op mijn gevoelens: ik bevroor en durfde niets meer te doen. Ik voelde me telkens opnieuw zo klein en angstig. De enige manier om een aanval uit te zitten, was me losmaken uit m’n eigen lichaam en als een soort buitenstaander op de hele situatie neer kijken. Het moeten voelen en ondergaan van seksueel geweld is het ergste. Na verloop van tijd zorgde ik er zelf voor dat ik er niet meer helemaal bij was. Die noodzaak om te ‘onthechten’ van m’n eigen lichaam, heeft natuurlijk ook jaren later nog sporen nagelaten: ook als volwassen vrouw vond ik het lang extreem moeilijk om contact te maken met mijn lichaam, laat staan om me vrouw te voelen of om een intieme band met een partner aan te gaan. Ik kon wel in een partnerrelatie stappen, maar was daarin dan wel vooral bezig met waar mijn partner behoefte aan had en niet met wat ik zelf wilde.

Schaamte en zelfwalging

Wat misschien nog erger was dan de angst en het misbruik zelf, was de schaamte die ik er achteraf aan overhield en de manier waarop ik erdoor over mezelf ging denken: ik schaamde me zo over wat hij met me deed en wat ik van hem moest doen. Mijn opa dwong me bijvoorbeeld ook om te zeggen dat ik van hem hield. Dat zorgde ervoor dat ik me medeplichtig voelde aan wat er gebeurde. Het gevoel waar daders van seksueel misbruik op teren natuurlijk: een kind dat zich schuldig en medeplichtig voelt, houdt z’n mond wel. En hoe langer het misbruik geheim blijft, hoe langer een pleger ongestoord z’n gang kan gaan. Naarmate ik ouder werd, werd de schaamte zelfs nog groter: ik voelde me zo schuldig dat ik het misbruik niet kon stoppen, zelfs niet toen ik daar in principe sterk en mondig genoeg voor was. Maar dat is natuurlijk een grote misvatting: de autoriteit die zo’n volwassen machtsfiguur als kind op jou uitoefent, maakt je monddood.

Wat mijn opa deed had uiteraard ook een impact op de rest van m’n leven én op mijn persoonlijkheid: op school werd ik steeds stiller, angstiger en introverter. Ik voelde me niets waard en schaamde me over wie ik was. Ik vond mezelf lelijk, te mager en jongensachtig. In de klas zeiden leerkrachten altijd ik zo braaf was: het leek wel alsof ik er gewoon niet was. Op zich had dat voor de volwassenen uit m’n omgeving al een signaal moeten zijn: een luid en joviaal kind was ik nooit, maar na het misbruik werd ik echt wel extreem stil en meegaand. Het laatste wat ik wilde was opvallen.

Vrienden en vriendinnen maakte ik ook niet makkelijk: sociaal contact maakte me zo bang en gespannen. Terwijl veel van de kinderen uit de buurt samen naar school liepen, durfde ik niet mee: k wist gewoon niet hoe ik me moest gedragen. Contact maken met de andere kinderen maakte me doodsbenauwd. Ik voelde me niet veilig bij mensen en wantrouwde iedereen. Het was niet dat ik helemaal géén vrienden had, maar ook de paar goede contacten die ik had bleven vrij gereserveerd en voorwaardelijk: volledig mezelf zijn en iemand écht binnenlaten kon ik niet. Door wat er met me gebeurde als niemand oplette, werd ik bovendien zelf zo alert voor gevaar dat ik voortdurend bezig was mezelf ‘veilig’ te houden. In een soort van wanhopige coping probeerde ik het iedereen vooral naar z’n zin te maken: ik probeerde zo weinig mogelijk op te vallen, ging zoveel mogelijk mee met de groep en probeerde zo goed mogelijk voor iedereen te zorgen. Dat hield ik zo lang vol tot ik bijna verdween: weten wie ik zelf ben, wat ik leuk of mooi vind en wat ik wil in het leven, ik heb mezelf dat als volwassene allemaal terug moeten aanleren. Ook nu nog blijft het moeilijk om te voelen wat ik zelf belangrijk vind en wat ik nodig heb.

Monsters in je hoofd

Als puber ging het verder bergaf: de donkere gedachten stapelden zich op. Ik werd erg somber, sukkelde van depressie in depressie en wilde op een bepaald moment zelfs niet meer leven. Op 14-jarige leeftijd durfde ik mijn ouders dan eindelijk toch over het misbruik vertellen. Gelukkig geloofden die mij meteen. Daar ben ik hen nog steeds erg dankbaar voor. Mijn vader is onmiddellijk naar mijn opa gereden en heeft hem stevig aangepakt. Als hij ooit nog een vinger naar één van z’n kinderen uitsteken, zou hij alles openbaar maken. Mijn opa heeft het misbruik nooit toegegeven en we hebben ook nooit verdere stappen ondernomen, zelfs mijn oma mocht het in die tijd niet weten, maar het misbruik is toen wel gestopt. En dat was voor mij het belangrijkste: dat het stopte en dat mijn ouders me geloofden.

Doordat ik met mijn verhaal naar buiten kwam, ontdekte ik trouwens ook dat mijn moeder toen ze jong was ook slachtoffer werd van misbruik door m’n opa. Als kind woonde m’n moeder met haar ouders in Indonesië. Mijn opa was onderofficier in het Nederlands-Indisch leger en werd vlak voor de oorlog naar daar uitgestuurd. Daar kwam m’n moeder samen met oma terecht in een strafkamp, waar ze verschrikkelijke dingen meemaakte. Eens terug in België begon het misbruik en de mishandeling door haar vader. Alle trauma’s die mijn moeder en haar gezin in die tijd opliepen, hebben zeker een grote rol gespeeld bij het uiteindelijke misbruik. Zowel bij dat van haar als bij dat van mij.

Eten of gegeten worden

Mijn moeders tactiek om haar misbruik te verwerken, was tot dan toe altijd ‘wegduwen’ geweest. Eén keer heeft ze er als jonge vrouw blijkbaar met m’n vader over gesproken, meer niet. Door er niet aan te denken hoopte ze de monsters uit haar verleden voor te blijven. Omdat ze voor mij hetzelfde hoopte, werd er ook over mijn misbruik zo weinig mogelijk gesproken thuis: zowel mijn vader als mijn moeder dachten dat het de beste manier was om het mij uiteindelijk te laten vergeten. Ook in de media was het onderwerp in die tijd nog volledig taboe: op tv of in kranten werd er niet over gerept, en het internet bestond toen nog niet. Zelfs hulpverleners of mensen bij de politie wisten niet hoe ze onderwerp moesten aansnijden. Daarom hebben we uiteindelijk ook nooit aangifte gedaan.

Ook psychologische hulp vinden was moeilijk: niet alleen omdat de therapeuten niet wisten hoe ze met het beladen thema aan de slag moesten, maar ook omdat ik zelf zo goed geworden was in het wegduwen van mijn eigen gevoel en het verbergen van wat er met mij aan de hand was, dat het voor hen onmogelijk was om daar door te breken. Het toch naar boven kunnen brengen van al die complexe gevoelens die me van binnenuit langzaam aan het verteren waren, is dan ook een ellenlang proces geweest. Zowel mijn huidige man Bart, als mijn huidige therapeute hebben daar een grote rol in gespeeld. Bart was de eerste man die mij toonde hoe liefde ook kon zijn, en hoe veilig en intiem ik mij als vrouw wel bij iemand kon voelen.

Omdat praten over het misbruik moeilijk blijft – vooral door de terughoudendheid en de angst voor mensen om hiernaar te luisteren of er vragen over te stellen – raadde mijn therapeute me uiteindelijk aan om er een boek over te schrijven. Dat laatste is voor mij een absolute doorbraak geweest: het schrijven zelf was een worsteling, maar toen ik het verhaal eenmaal met al z’n kanten had neergepend, voelde ik me zo bevrijd. Het was alsof de schaamte van alles wat er met mij gebeurd was in één pak van mijn schouders viel. Eindelijk openlijk met anderen over je misbruik kunnen praten, doet zoveel voor je verwerkingsproces.

“Met mij gebeurde het ook”

Voorlopig kreeg ik op mijn boek alleen maar warme reacties en vooral ook veel erkenning: mocht je weten hoeveel mensen er in je eigen omgeving ooit al slachtoffer werden van seksueel geweld – of dat nu om een eenmalige verkrachting na het uitgaan gaat of om jarenlange seksuele uitbuiting zoals bij mij –  je zou er waarschijnlijk versteld van staan. In het vergrote merendeel van die gevallen gaat het trouwens ook om een dader die ze al kenden. Wat mensen gewoon niet durven, is daar open voor uitkomen of erover vertellen. Pas als je zelf heel kwetsbaar met je eigen verhaal naar buiten komt, begint vaak het gesprek. Ik hoop dan ook heel erg dat ik met mijn boek een deeltje van dat maatschappelijke debat kan aanwakkeren: dat ik ervoor kan zorgen dat ik met mijn verhaal seksueel misbruik bij kinderen toch weer net dat tikje bespreekbaarder kan maken en dat we kinderen goed gaan voorlichten. Leer hen al op jonge leeftijd dat er grenzen zijn aan wat volwassenen met hen en met hun lichaam mogen doen.

Want alleen door kinderen te helpen seksueel misbruik te herkennen en ook zelf niet langer weg te kijken van een onderwerp dat ons allemaal – en ouders in de eerste plek – angst inboezemt, kunnen we ervoor zorgen dat plegers minder ruimte krijgen en dat slachtoffers sneller opgemerkt en geholpen worden.”

Voor het volledige verhaal van Angelique en haar gezin en voor meer tips om kinderen te wapenen tegen mogelijk seksueel overschrijdend gedrag kan je terecht in haar boek: ‘Onzichtbaar. Over seksueel misbruik, depressie, niet meer willen leven, vechten voor geluk, veerkracht, opstaan, doorgaan en alles daartussenin.’ Koop het hier.

boek onzichtbaar over seksueel misbruik

Hoe je zelf alert bent voor signalen van misbruik bij kinderen en hoe je kinderen die in zo’n situatie zitten kan helpen? Dat lees je hier: ‘Seksueel misbruik bij kinderen: zo herken je de signalen’.

Meer openhartige verhalen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content