Mijn verhaal: Els heeft aanvaard dat ze nooit kinderen zal krijgen

Mijn verhaal: Els heeft aanvaard dat ze nooit kinderen zal krijgen

Els (38): “Mama worden leek me altijd al iets fantastisch. Ik leerde Frank kennen toen ik achttien was, en toen ik op mijn zevenentwintigste mijn petekind in mijn armen hield, voelde ik: ik ben er klaar voor. Toen het niet spontaan lukte, schakelden we vrij snel hulp in. De vader van een vriend is een van de beste fertiliteitsspecialisten van ons land, na een telefoontje konden we meteen langskomen. Er werd niets gevonden, zowel Frank als ik konden gewoon kinderen krijgen. Ze zouden de natuur een handje helpen, de behandeling werd opgestart. En al die tijd was ik ervan overtuigd dat het goed zou komen. We zouden op een dag ons kindje vasthouden. Ik kreeg twee keer een miskraam. Na de tweede zat ik thuis in de zetel, en ik weet nog dat ik even dacht: wat als het nu nooit lukt? om die gedachte daarna meteen weg te duwen. Dit wilde ik niet weten, dit wilde ik niet denken. Ons kindje zou er komen.

We zijn uiteindelijk veel te ver gegaan voor onze kinderwens, hebben meer pogingen gedaan dan emotioneel en fysiek goed voor me was. Maar stoppen is zo moeilijk. Omdat dan alles precies ‘voor niets’ is geweest. En toch gingen mijn ogen open toen we een pauze inlasten na de zoveelste mislukte poging. We zouden in die periode verhuizen, van de bovenverdieping naar beneden in ons huis. Werken die te vaak hadden stilgelegen, omdat ik dacht: misschien lukt het niet om zwanger te worden door de stress van de verbouwing. Nu was het eindelijk klaar en zouden we verhuizen naar ons definitieve stekje. En toen kwam ik de doos tegen…

Mijn babydoos, noemde ik ze. Er zat mijn eerste zwangerschapstest in. Kaartjes met felicitaties toen we zwanger waren. Sokjes van mijn zus voor het baby’tje. Schoentjes die ik had gekocht om aan Frank te vertellen dat er een kindje in mijn buik groeide. Allemaal stukjes hoop, stukjes verdriet ook. Ik had ze weggestopt, achterin een kast. En nu, met het verhuizen, kwam ze tevoorschijn. Het brak mijn hart. Ik wilde niet naar beneden verhuizen met die doos. Hem niet weer ergens achterin een kast verstoppen.

Ik moest de doos en mijn kinderwens loslaten, besefte ik. Weggooien kon ik de spulletjes niet, dus heb ik mijn babydoos ‘ontmanteld’. De sokjes gingen terug naar mijn zus, de schoentjes naar goede vrienden die voor de tweede keer zwanger waren. Alle spulletjes uit de doos heb ik een nieuwe bestemming gegeven. Met de lege doos ben ik de trap afgewandeld naar ons nieuwe plekje. Naar een nieuw leven. Het was tijd om mijn kinderdroom los te laten. En nee, dat ging niet vanzelf. God, wat heb ik een verdriet gehad. Maar vanaf dag één wist ik: ik moet dit een plek geven, want ik wil niet bitter worden. Ik wil op een dag weer iemands kindje in mijn armen kunnen houden en daarvan genieten.

Ik ben een jaar thuisgebleven van het werk, omdat ik helemaal op was. In het begin zat ik op de zetel met een doos Kleenex naast me. Ik vond troost en erkenning in boeken over rouw, over afscheid nemen. Ik ging in therapie. Vanalles heb ik geprobeerd. Van klassieke therapie tot danstherapie. En overal heb ik iets opgepikt. Rouwen is zo persoonlijk, het zijn je eigen puzzelstukjes die je moet zoeken en samenleggen. Er kwam een hondje, een pup die zorg nodig had, affectie en aandacht.

“Bij de overburen hield ik hun kindje vast. En ik kon het. Daar was ik zo blij om, zo dankbaar”

En stilletjes aan, ongemerkt haast, werd het beter. Tot we op een dag, twee jaar geleden, beslisten om terug met anticonceptie te starten. Het klinkt heel tegenstrijdig, maar voor mij en Frank was het zo ontzettend belangrijk. Want het moeilijkste aan het hele proces om kinderen te krijgen, is de onzekerheid. Het niet weten of het er ooit nog van ging komen en de machteloosheid die daarmee gepaard gaat. Ik kon mijn leven geen nieuwe invulling geven zolang dat sprankeltje hoop nog in de lucht hing. Het was als het afsluiten van een hoofdstuk om ruimte te maken voor een nieuw deel van ons leven. Het maakte me fier. Frank en ik hebben het proces sàmen doorgemaakt. Elk op onze eigen manier, soms op ons eigen tempo.

Hij was er sneller mee in het reine, maar hij heeft mij het op mijn manier laten doen. Op de moeilijkste momenten heb ik wel eens verzucht: ‘Waarom steun je me niet? Waarom help je me niet?’ Pas achteraf kon ik zien dat hij me wél heeft geholpen: hij heeft me de tijd en de ruimte gegeven om te helen. Niemand kon me troosten toen, alleen ikzelf kon het beter maken. En dat heeft hij me laten doen. We zijn er alleen maar hechter door geworden.

Twee weken geleden bevielen onze overburen van hun eerste kindje. Op babybezoek hield ik het vast. En ik kon het. Daar was ik zo blij om, zo dankbaar. Want ik ben dan misschien geen mama, er zijn veel kinderen die ik mijn warmte en liefde kan geven. Ons leven is niet zoals ik me had voorgesteld, maar het is daarom niet minder mooi. Deze week besefte ik: het is goed gekomen. Niet op de manier die ik in gedachten had, niet met een baby aan het einde van de rit. Maar het is goed gekomen. Ik ben gelukkig.”

Tekst: Frauke Joossen. Beeld: Getty Images

 

OOK INTERESSANT:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Lees verder na de reclame

Het volgende Libelle-artikel is echt even het wachten waard :)