De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."
Getty Images

Mijn verhaal: Hannelore heeft er plots spijt van dat ze geen kinderen heeft

Toen ze jonger was, voelde ze haar biologische klok nooit tikken, maar sinds enkele jaren knaagt er iets bij Hannelore: ze beseft dat ze toch heel graag een gezinnetje had gewild.

Hannelore (45): “Laatst raakte ik aan de praat met een nichtje dat een jaar of tien jonger is dan ik. Ze vertrouwde me toe dat ze twijfelde over het moederschap. Zij en haar vriend hebben geen uitgesproken kinderwens, maar ze beseffen dat ze stilaan een knoop moeten doorhakken. “Mijn goede raad: als je twijfelt, ga er dan voor”, hoorde ik mezelf zeggen. Het kwam er zo resoluut uit dat ik er zelf van opkeek.

“Ik ben niet kinderloos vanuit een rationele beslissing. Mijn leven is gewoon zo gelopen”

Ik denk steeds vaker: als ik de klok tien of vijftien jaar kon terugdraaien, zou ik wellicht een andere keuze maken. Al voelt het woord ‘keuze’ niet juist. Ik ben niet kinderloos vanuit een rationele beslissing waarbij ik pro’s en contra’s heb afgewogen. Mijn leven is gewoon zo gelopen. Het was nooit het goede moment of de juiste partner, of ik had het te druk met andere dingen. En ineens was het te laat.

Ik heb twee lange relaties gehad. De eerste heeft geduurd tot mijn achtentwintigste. In die relatie is het onderwerp kinderen nooit echt ter sprake gekomen. Het was iets waar we later, in de toekomst, nog eens over zouden nadenken. Na die breuk ben ik een tijdje alleen geweest, om vervolgens te gaan samenwonen met een man die al twee tienerkinderen had die vooral bij hun moeder woonden.

Als ze in weekends en schoolvakanties bij ons waren, vond ik dat best gezellig, maar ik ging dan niet spontaan moederen of zo. Voor mijn vriend was het hoofdstuk kinderen afgesloten. Hij was geen vragende partij om nog eens opnieuw te beginnen, al zou hij waarschijnlijk wel overstag zijn gegaan als ik op een gegeven moment toch had aangedrongen op een kind van ons samen. Maar dat moment is er nooit geweest.

Ik had een goedgevuld leven. Ik kon tijd en energie steken in mijn werk, zonder me schuldig te voelen als ik overuren maakte of als ik niet aan het huishouden toekwam. Ik kon gaan en staan waar ik wilde, alleen of samen met mijn vriend. We reisden graag en gingen veel naar concerten, festivals en voorstellingen. Ik had een goede band met mijn familie en een grote vriendenkring.

“Hoe lief en schattig ik de baby van mijn vriendin ook vond, er begon niet instant iets te kriebelen”

Bij vriendinnen met kinderen zag ik dat ze intens genoten van het moederschap. Maar ik zag ook dat ze moe waren, zich in bochten wrongen om alle bordjes in de lucht te houden en nauwelijks tijd hadden voor zichzelf. Ik herinner me nog hoe een van mijn vriendinnen me haar pasgeboren baby in de armen legde, met de woorden: ‘Kom, we zullen dat moederinstinct in jou eens wakker maken.’ Maar hoe lief en schattig ik haar baby’tje ook vond, er begon niet instant iets te kriebelen. Mijn biologische klok heeft nooit zo luid getikt dat ik acuut een kind wilde.

Voor alle duidelijkheid: ik zie heel graag kinderen. Ik ben dol op hun onbevangenheid, hun spontaneïteit, hun energie en hun levenslust. Ik vind het ook enorm boeiend om te zien hoe jonge mensen opgroeien en zich ontwikkelen. Vandaag sta ik in het volwassenenonderwijs, maar ik heb bijna twintig jaar lang met veel plezier en voldoening lesgegeven aan pubers. In mijn huis is er altijd een logeerkamer geweest voor de kinderen van mijn zussen. Voor hen, en ook voor kinderen van vriendinnen, ben ik een leuke tante met wie ze graag optrekken.

“Tijdens de coronacrisis en de lockdown plooide iedereen zich terug op zijn eigen gezin, en ik voelde me eenzamer dan ooit”

Het is dus echt niet zo dat ik kinderen op afstand hou of niet in mijn leven wil. Het hoeven alleen niet per se mijn eigen kinderen te zijn. Dat is in ieder geval wat ik altijd heb verkondigd. Tot vorig jaar. De coronacrisis en de lockdown hebben daarbij zeker een rol gespeeld. Rondom me plooide iedereen terug op zijn eigen gezin, als een beschermende cocon, en ik voelde me eenzamer dan ooit.

Sinds de relatie met mijn vriend een paar jaar geleden is afgesprongen, ben ik alleen. En ik vraag me steeds vaker af hoe het zou zijn als ik wél moeder was geworden. Stel dat ik een man met een grote kinderwens was tegenkomen? Dan was ik er wellicht voor gegaan. Of stel dat ik ongepland zwanger was geraakt? Dan had ik na de eerste schrik het kind zo goed als zeker gehouden.

Ja, ik voel spijt. Geen spijt die me uit mijn slaap houdt, depressief maakt of mijn leven beheerst, het is veeleer iets dat knaagt en sluimert en dat ik niet goed weggedrukt krijg. Een stemmetje in mijn hoofd dat zegt: eigen schuld, dikke bult, je had er maar meer bij moeten stilstaan toen het nog kon. Misschien is het geen toeval dat ik die gedachte nu pas toelaat, nu het sowieso te laat is.

“Ik vertrouw erop dat dit een rouwproces is waar ik doorheen moet, en dat ik hierna weer vooruit kan kijken. Maar nu overheerst de spijt nog”

Het is wat het is. Ik zal nooit een nageslacht hebben, geen kinderen, maar ook geen kleinkinderen. En ook al zijn mijn dagen nog altijd even goedgevuld als vroeger, toch voelen ze leger aan. Ik vertrouw erop dat dit een fase is waar ik doorheen moet, een soort rouwproces, en dat ik hierna weer vooruit kan kijken. Maar nu overheerst de spijt nog, om de kansen die ik heb laten liggen. Ik kan niemand iets kwalijk nemen, behalve mezelf. Maar als ik de klok tien jaar kon terugdraaien…”

Uit: Libelle 42/2021 – Tekst: Carine Stevens

Meer openhartige verhalen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content