Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
Getty Images

Mijn verhaal: Judica zit op kot met studenten die een beperking hebben

Door Diny Thomas

Na haar tweede academiejaar besloot Judica op kot te gaan in een residentie waar ook studenten met een beperking wonen. Ondertussen heeft ze vrienden voor het leven gemaakt.

Judica (22): “Op mijn achttiende wist ik al goed wat ik wilde: sociaalpedagogisch begeleider worden van jongeren met een beperking. Dus ging ik Sociale Readaptatiewetenschappen studeren in Leuven. Maar dan moest ik wel op kot. Dat het een residentie van de unief zou worden, was een uitgemaakte zaak, want in zo’n residentie maak je simpelweg makkelijker vrienden.

“Ik moest op sollicitatiegesprek komen!”

Ik herinner me nog dat op de lijst van koten ‘omkaderd wonen’ stond: een kot waar studenten met én zonder functiebeperking samenleven. Ik was meteen enthousiast, omdat dat perfect paste bij mijn studies en omdat het sociale engagement me zo aansprak. Maar tegelijk kreeg ik schrik: ging het wel lukken? Voor het eerst naar de hogeschool én op kot, dat was sowieso al spannend. Later, misschien…

Na het tweede academiejaar heb ik me dan toch opgegeven voor het omkaderd wonen. Ik wist dat ik meer tijd zou hebben, dus waarom niet? Kort daarna werd ik uitgenodigd voor een… sollicitatiegesprek. Echt waar! (lacht) Ik was best zenuwachtig. ‘Judica, wat zou je doen als je een jongen moet helpen in de douche en die vindt dat zelf heel gênant?’ vroeg de coördinater me. Natuurlijk schrok ik. Zou dat echt gebeuren? Maar daarna flapte ik eruit dat ik zou lachen. ‘Met humor breek je toch het ijs?’

Na enkele casusvragen zeiden ze wel meteen dat zoiets bijna nooit gebeurt. Dat ze alleen maar wilden polsen of ik klaar was voor zo’n groot engagement, want omkaderd wonen doe je vrijwillig. Gelukkig waren ze daar helemaal van overtuigd, want kort erna kreeg ik een nieuwe residentie.

Toen ik vorig jaar in september naar mijn nieuwe kot ging, was dat met een klein hartje. Op de eerste kotvergadering werden de taken meteen verdeeld. ‘Wie brengt Jana op woensdag naar de les? Wie kan donderdag koken voor Michiel?’ Aanvankelijk was het overweldigend, maar we waren met meer dan twintig voor een zestal studenten met een functiebeperking, wat de druk een beetje wegnam. Toch was ik de eerste tijd best onzeker.
Ik wilde dat niemand iets tekortkwam, anderzijds wilde ik hen niet het gevoel geven dat ze een last waren, of helemaal niets konden. Het was een serieuze evenwichtsoefening.

Soms vroeg ik of ik kon helpen en was het antwoord nee. Maar was dat echt zo, of wilden ze het gewoon niet vragen? Maar net als op elk ander kot, leer je elkaar na een tijdje goed kennen en weet je waar je kunt helpen. In het begin durfde ik Michiel niets te vragen over z’n visuele beperking, maar toen ik hem eens van de les ging halen en hem niet had gewaarschuwd voor een stoeprand, vertelde hij me waarop ik allemaal moest letten. De ideale opening voor een dieper gesprek.

Op kot werd vroeger al eens een dinner in the dark georganiseerd, zodat iedereen zelf kon ervaren hoe het is om te moeten eten als je weinig of helemaal niets ziet. En er was die keer dat ik het licht in de keuken uitdeed, want ‘die sfeerlichtjes zijn toch veel gezelliger’, waarna bleek dat Michiel helemaal niets meer zag. (lacht) Gênant, maar gelukkig kon hij er zelf om lachen. Zulke missers worden ons nooit kwalijk genomen. Iedereen is vooral dankbaar dat ze worden geaccepteerd om wie ze zijn.

Of we samen het nachtleven induiken? Natuurlijk! Het is niet omdat Michiel niets ziet en Jana in een rolstoel zit, dat ze niet graag dansen, hè. We zetten graag een stapje in de wereld, al ben ik dan wel heel beschermend. Die ene keer dat we op stap mochten gaan, duwde ik iedereen aan de kant om een café binnen te gaan en als er iemand tegen hen botste, was ik lichtjes gepikeerd. ‘Kijk toch eens uit’, riep ik dan. Maar het was zo’n fijne avond, iedereen ging helemaal los, zeker na het zoveelste pintje. (lacht) Ook dat hoort bij het studentenleven! Maar een beetje dronken of niet, ik sta erop dat iedereen ongedeerd weer op kot geraakt. Al is het soms ook omgekeerd, en zorgt Michiel ervoor dat ík heelhuids thuisraak. (lacht)

“Natuurlijk duiken we ook samen het nachtleven in”

Intussen zijn we anderhalf jaar verder en heb ik op kot vrienden voor het leven gemaakt. Ik vergeet zelfs dikwijls dat ze een beperking hebben. Het voelt dan ook vreemd als mensen me bejubelen omdat ik op dit kot zit. ‘Chapeau dat je dat doet’, zeggen ze dan. Maar ik doe eigenlijk niets. Het is toch geen moeite om wat meer pasta te maken als je toch elke avond voor jezelf moet koken? Buitenstaanders vergeten vaak dat het om studenten met een functiebeperking gaat: een lichamelijke beperking waardoor ze misschien wat meer ondersteuning nodig hebben, maar die niets zegt over hun capaciteiten.

Sommige mensen verschieten dan ook als ik vertel dat ook zij gewoon studeren. Michiel is zelfs een pak slimmer dan ik! (lacht) Nee, ik heb nog geen moment spijt gehad van het ‘omkaderd wonen’, alleen dat ik de stap niet vroeger heb gezet. Ik heb er vrienden voor het leven gemaakt, en dat is sowieso het mooiste aan het hele verhaal.”

MEER OPENHARTIGE VERHALEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content