De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."
Getty Images

Mijn verhaal: Liza en haar schoonzus waren samen zwanger, maar bij haar schoonzus liep het mis

Door Els De Ridder

Toen Liza en haar schoonzus Ineke tegelijk zwanger bleken te zijn, kon hun geluk niet op. Wanneer echter plots bleek dat een van haar kindjes overleden was in haar buik, brak er een verwarrende rouwperiode aan voor de familie.

Liza (29): “Mijn schoonzus Ineke en ik stopten samen met de pil, want het leek ons heerlijk om samen zwanger te zijn. Ineke en mijn broer hadden al een zoontje, Jef, en het was mijn schoonzusje dat als eerste in de gaten had dat ik zwanger was, zelfs nog voor een test me dat kon vertellen.

Kort erna was ook zij zwanger, en dat was het begin van een fijne bollebuikentijd: samen dromen over het moment dat de kindjes er zouden zijn, samen misselijk op onze stoel zitten op een familiefeest. Ineke was bovendien zwanger van een tweeling – een jongen en een meisje –, en ik mocht meter zijn van het meisje. Wat een vooruitzicht! Zelf zou ik een jongetje krijgen, en met mijn metekindje zou ik dan girly dingen kunnen doen. Ideaal! We keken allemaal heel erg uit naar die drie nieuwe spruitjes.

“Ineke belde met het slechte nieuws: Jeanneke was in haar buik overleden”

In december 2020 beviel ik van Vic. Lang geen makkelijke bevalling, en even was er zelfs paniek. Maar hij was er en hij was geweldig. Ineke was enkele maanden na mij uitgerekend, en zou wellicht vroeger bevallen. Door de tweelingzwangerschap moest ze ook vaker op controle. Tijdens de laatste controles moesten de artsen soms zoeken naar beide hartslagen, maar werden ze altijd wel gevonden.

Toch zag ik Ineke ongeruster worden, zich zorgen maken. Ik probeerde haar gerust te stellen, maar toen ze me na haar laatste controle, in januari, niet meteen belde, zakte ook mij de moed in de schoenen. Mijn voorgevoel bleek te kloppen, want toen Ineke eindelijk belde, had ze slecht nieuws: het meisje – Jeanneke – was in haar buik overleden. Het jongetje leefde nog. Zij huilde, en ik vond geen woorden, bang om iets verkeerds te zeggen.

Door corona en een risico op zwangerschapsvergiftiging lag mijn schoonzusje alleen in een Antwerps ziekenhuis, ver weg van huis, waar alles klaarstond voor de komst van twee kindjes: twee wiegjes, een dubbele voorraad tutjes en pampertjes, twee knuffels… Een week later werd Marcel via keizersnede geboren, gezond en wel. Tijdens de ingreep vingen wij zijn grote broer Jef op, die meteen zei: ‘Mijn zus is gestorven, hè’. Ik zag ook voor het eerst mijn broer en durfde hem amper aan te kijken. Een groot schuldgevoel blokkeerde me, want ik zat hier met ‘volmaakt geluk’.

Bij hen was de geboorte van Marcel bitterzoet geweest, want ze hadden Jeanne moeten afgeven. We hadden allemaal verdriet en hielden ons, elk op onze manier, sterk voor elkaar. Toen ik Ineke voor het eerst terugzag, bij haar thuis, heeft zij veel gebabbeld en heb ik geluisterd. Dat deed ons deugd. Ik vertelde niet zo veel over Vic, bang om haar te kwetsen. Er volgden verschillende ‘eerste keren’ die ongemakkelijk aanvoelden: zoals toen ik Vic naast Marcel in de box wilde leggen, op het plekje waar Jeanne had moeten liggen. Ik aarzelde, maar Ineke liet het toe.

De vrolijke haarbandjes en kleertjes die ik al voor Jeanneke had gekocht, maakten me nu verdrietig. Maar we probeerden het ook te verwerken: de foto van Jeanne heeft bij ons allemaal een plekje in huis, met kaarsjes en kaartjes. Voor Vics kamer kocht ik een sterrenprojector en één van de sterretjes op het plafond is Jeanne. Met de familie deden we wandelingen voor het Berrefonds (dat gezinnen ondersteunt na het verlies van een kind, red.) en dat deed deugd. In de natuur en bij elkaar vonden we troost.

“Ik probeerde me al die tijd sterk te houden, tot iets stoms me helemaal van slag bracht”

Intussen werden de babyjongens groter en groter – zonder Jeanne. Ik probeerde me al die tijd sterk te houden – ik had namelijk geen reden tot klagen. Mijn broer en schoonzus mochten het lastig hebben, ik niet. Zo verloor ik mijn eigen grenzen uit het oog. Tot iets stoms me helemaal van slag bracht: ik had voor Jeanne een slabbetje met de tekst ‘Ik knap? Dan heb je mijn meter nog niet gezien’ gekocht. Toen ik dat slabbetje rond het nekje van Marcel zag hangen – gekregen van zíjn meter –, was dat de ingehouden traan te veel. Veel verdriet dat ik al die tijd had opgekropt, is er toen uitgekomen.

Intussen zoeken we elk onze weg: Ineke schrijft veel troostende teksten en praat makkelijk, mijn broer is iets geslotener. Mijn man en ik proberen te luisteren en de jongens – Jef, Marcel en Vic – maken het familieverdriet op hun manier lichter. Het is soms lachen en huilen tegelijk, want dan zegt Jef: ‘Ik ben ook soms verdrietig als ik eraan denk’. Of als de babyjongens huilen, zegt hij: ‘Mijn zus was een brave’.

Natuurlijk gaan we veel mooie momenten beleven met de jongens, maar ook lastige. Alle verjaardagen zonder Jeanne, bijvoorbeeld. Of stel dat er bij ons een tweede kindje komt en dat is een meisje… Zo’n verlies doet iets met een familie, en vraagt tijd om te verwerken. Maar het maakt ons zeker ook extra dankbaar voor wat er wél goed loopt.”

MEER OPENHARTIGE VERHALEN:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content