Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten
© Getty Images

Mijn verhaal: Lydia kreeg op haar 55ste voor het eerst een vaste relatie

Lydia was jarenlang een verstokte vrijgezel, tot ze op haar 55ste in volle coronacrisis verliefd werd op Wilfried. Hieronder lees je hoe ze die allereerste relatie ervaart.

Lydia (56): “Als ik ’s ochtends wakker word en Wilfried ligt nog te slapen, kan ik soms minutenlang naar hem kijken. De frons tussen zijn ogen, het pigmentvlekje op zijn oorlel, de grijze haartjes in zijn stoppelbaard: alles aan zijn gezicht is me intussen vertrouwd, en toch krijg ik er maar niet genoeg van.

Ooit een vaste relatie?

’s Nachts tast ik weleens slaapdronken naar de andere helft van het bed. Even zijn warme lijf voelen, een hand op zijn rug leggen. Om me daarna weer over te geven aan de slaap, in het gelukzalige besef: dit is geen droom, er ligt écht een man naast me in bed. Wie had ooit kunnen denken dat ik, als verstokte single, ooit nog een vaste relatie zou hebben? Ik alleszins niet.

Ik, me hoteldebotel in een verliefdheid storten? No way.

Er zijn wel een paar mannen in mijn leven geweest, hoor. In mijn studententijd had ik zelfs ‘verkering’, zoals dat toen heette. Anderhalf jaar ben ik met die jongen geweest, tot hij het op een dag plotseling uitmaakte. Ik begreep er helemaal niets van en ben lang ontroostbaar geweest. Volgens mijn vriendinnen is daar de basis gelegd voor mijn latere houding tegenover mannen: altijd wat afstandelijk en argwanend. Me hoteldebotel in een verliefdheid storten? No way.

Toen ik in de twintig en in de dertig was, had ik af en toe wel iemand. Soms voor een nacht, soms voor een paar weken, maar relaties kon je het amper noemen. Als het te serieus werd, haakte ik af. Rond mijn veertigste heb ik een relatie van bijna een jaar gehad. Maar de man in kwestie was getrouwd, dus ik zag hem maar sporadisch en hoefde ik niet bang te zijn dat hij een te grote plaats in mijn leven zou opeisen. Toch een soort bindingsangst, begon ik te beseffen.

Na die affaire is er veertien jaar lang niemand meer in mijn leven geweest, en ik verwachtte ook niet dat dit ooit nog zou gebeuren. Naarmate je ouder wordt, is de kans nu eenmaal kleiner dat je nog een leuke man tegenkomt met wie het zo goed klikt dat je je leven voor hem overhoop wilt gooien. Ik had mijn huis, mijn job, mijn familie, mijn vriendinnen…

De eerste ontmoeting met Wilfried was aangenaam, maar er sprong zeker geen vonk over.

Een paar avonden per week ging ik naar de kunstacademie, waar ik een opleiding keramiek volgde. De garage van mijn huis had ik ingericht als mijn atelier. Als ik daar bezig was, met mijn handen in de klei woelend en wroetend, vergat ik alles. Ik had niet het gevoel dat ik iets miste.

Eerste ontmoeting

In december 2019 vertelde een vriendin over Wilfried, een kennis van haar. Interessante man, niet onknap, en al een tijdje alleen. ‘Zal ik jullie eens aan elkaar voorstellen?’ opperde ze. Misschien lag het aan de wijntjes die ik al op had, maar ik reageerde: ‘Ach ja, waarom niet?’ Misschien hield ik er wel een leuke vriendschap aan over, zo redeneerde ik. In het begin leek het ook louter die kant op te gaan. De eerste ontmoeting met Wilfried was aangenaam, maar er sprong zeker geen vonk over. Hij heeft me daarna nog eens mee wandelen genomen in een natuurgebied, ik heb hem meegetroond naar een tentoonstelling. Het was gezellig en we voelden ons goed bij elkaar, maar er hing geen romantiek in de lucht.

Toen ik hem in juni terugzag, ben ik regelrecht in zijn armen gevlogen.

En toen was het maart en zaten we ineens in volle coronacrisis. We hebben elkaar tijdens de lockdown drie maanden niet gezien, maar we zijn wel contact blijven houden. In het begin stuurden we elkaar soms een berichtje, maar al snel werd dat een dagelijkse gewoonte. We schreven mails naar elkaar: lange epistels waarin we kleine en grote dingen uit ons leven aan elkaar vertelden. ’s Avonds belden we elkaar regelmatig, en ik ging meer en meer uitkijken naar die telefoontjes. We waren bekommerd om elkaar, nieuwsgierig naar elkaar en op den duur ook verlangend naar elkaar. De afstand wakkerde het vuur behoorlijk aan.

Toen ik Wilfried in juni terugzag, ben ik regelrecht in zijn armen gevlogen. Ik voelde: deze man laat ik niet meer gaan. Sindsdien zijn we een koppel. En hoe raar het ook klinkt voor iemand die nog nooit een relatie van betekenis had gehad: dat voelde vanaf dag één heel vertrouwd aan. Ik was er blijkbaar helemaal klaar voor. Misschien moest mijn omgeving meer wennen aan het idee dat ik ‘van straat was’ dan ikzelf.

Bij Wilfried heb ik het gevoel dat alles klopt: hij is de kers op mijn taart.

Zowel in mijn vriendenkring als in mijn familie hadden ze me nooit eerder met een man gezien, maar Wilfried heb ik meteen overal geïntroduceerd. Met zijn twee volwassen kinderen heb ik ook al na een paar weken kennisgemaakt. Iedereen is blij voor ons, en terecht: we hebben het enorm getroffen met elkaar. Ik zei vroeger altijd: ‘Mijn leven is perfect in orde, ik heb geen man nodig om gelukkig te zijn.’ En: ‘Ik wil alleen een relatie als die ook echt een meerwaarde betekent.’

Bij Wilfried heb ik het gevoel dat echt alles klopt: hij is ontegensprekelijk de kers op mijn taart. Mijn moeder vroeg me onlangs of we misschien gaan samenwonen. En ik, die altijd heb gezegd dat ik me van geen kanten met een man onder één dak zie wonen, heb glimlachend ‘wie weet’ geantwoord. Sinds vorige lente besef ik: zeg nooit nooit.

Uit: Libelle 20/2021

Meer openhartige verhalen:

Volg ons op FacebookInstagramPinterest en schrijf je in op onze nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van alle nieuwtjes!

Partner Content